De resultaten van de fase 1/2-ARROS-1-studie laten zien dat de ROS1-tyrosinekinaseremmer (TKI) zidesamtinib aanhoudende responsen geeft bij patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom die eerder behandeld zijn met één of meer ROS1-TKI’s. “Maar ook de eerste resultaten met zidesamtinib bij patiënten die nog geen eerdere behandeling met een ROS1-TKI hebben ontvangen, zijn bemoedigend”, aldus dr. Alexander Drilon (New York, Verenigde Staten) tijdens de IASLC 2025 World Conference on Lung Cancer.
Zidesamtinib is een selectieve ROS1-TKI die ook in de hersenen kan doordringen, vertelde Alexander Drilon. Het middel is onderzocht in de wereldwijde fase 1/2-studie ARROS-1, waarin 514 patiënten met gevorderde, ROS1-positieve tumoren geïncludeerd werden. Drilon presenteerde de werkzaamheidsdata van deze studie, waarbij hij inging op de resultaten van 117 patiënten met ROS1-positief niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) die eerder behandeld waren met een ROS1-TKI.1 Maar hij liet ook voorlopige data zien van 35 patiënten die nog niet eerder behandeld waren met een ROS1-TKI (n=35). Drilon ging tevens in op de resultaten van de veiligheidspopulatie van de ARROS-1, bestaande uit 432 patiënten. De primaire uitkomstmaat van de studie was het objectieve responspercentage (ORR).
Tot vier eerdere ROS1-TKI’s
Van de 117 patiënten die eerder behandeld waren met een ROS1-TKI had ongeveer de helft één eerdere TKI gehad (met name crizotinib of entrectinib). De andere helft had tot wel vier eerdere ROS1-TKI’s ontvangen (waaronder lorlatinib, repotrectinib en taletrectinib). Drilon: “De ORR was 51% bij patiënten die één eerdere ROS1-TKI hadden ontvangen en 44% bij patiënten die behandeld waren met twee of meer eerdere ROS1-TKI’s. Het was bemoedigend om te zien dat patiënten die behandeld waren met de recenter goedgekeurde middelen als repotrectinib en taletrectinib ook aanhoudende responsen lieten zien op zidesamtinib.”
Intracraniële responsen
Bij patiënten die met maximaal één eerdere ROS1-TKI waren behandeld, was de mediane duur van de respons (DoR) 22 maanden en de progressievrije overleving (PFS) 23,8 maanden. Bij patiënten die twee tot vier eerdere ROS1-TKI’s hadden ontvangen was dit respectievelijk 22 en 9,7 maanden. Zidesamtinib bleek ook werkzaam bij patiënten met de G2023-resistentiemutatie: de ORR was 83% bij patiënten met deze resistentiemutatie die eerder één ROS1-TKI hadden ontvangen. De ORR was 54% in de groep die twee of meer ROS1-TKI’s had ontvangen. “We zagen ook intracraniële (IC) responsen”, vervolgde Drilon. “De IC-ORR was 48% bij patiënten die eerder een ROS1-TKI hadden ontvangen en 85% bij patiënten die alleen behandeld waren met crizotinib.”
Resultaten ondersteunen verder onderzoek
De voorlopige resultaten bij ROS1-TKI-naïeve patiënten toonden dat een behandeling met zidesamtinib bij al deze patiënten leidde tot ziekteregressie, aldus Drilon. “De ORR was 89%, met een complete respons bij 9%. De responsen hielden tot wel bijna veertien maanden aan.” Bij zes patiënten met meetbare IC-laesies hadden er vijf een IC-respons, waarvan vier een complete IC-respons.
In de veiligheidspopulatie waren de meest voorkomende treatment-emergent adverse events (bij 15% of meer): perifeer oedeem, constipatie, verhoogde creatinefosfokinasewaarden, vermoeidheid en dyspneu. Een dosisreductie was nodig bij 10% van de patiënten, het staken van de behandeling was noodzakelijk bij 2%.
Drilon concludeerde dat zidesamtinib aanhoudende responsen laat zien bij patiënten die tot wel vier eerdere ROS1-TKI’s hebben gehad. “Zidesamtinib lijkt ook werkzaam te zijn bij patiënten die nog niet eerder met een ROS1-TKI behandeld zijn, wat verder onderzoek naar dit middel in eerste behandellijn ondersteunt”, besloot hij.
Referentie
1. Drilon AE, et al. WCLC 2025; abstr PL02.15.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist