Recentelijk werd onder leden van de EORTC en ESTRO een vragenlijst rondgestuurd over de behandeling van voorkeur bij patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom en onbehandelde hersenmetastasen. Uit de antwoorden bleek onder andere dat de respondenten bij asymptomatische hersenmetastasen de voorkeur gaven aan doelgerichte therapie, terwijl bij symptomatische hersenmetastasen vaker lokale therapie met of zonder doelgerichte therapie werd gegeven. Deze en andere resultaten werden tijdens de IASLC 2025 World Conference on Lung Cancer gepresenteerd door Ana Ortega-Franco (Manchester, Verenigd Koninkrijk).
Hersenmetastasen komen vaak voor bij patiënten met oncogen-verslaafd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) en zijn bovendien geassocieerd met een slechte prognose.1 Hoewel patiënten met onbehandelde en asymptomatische hersenmetastasen steeds vaker worden toegelaten tot klinische studies, zijn de gegevens over de intracraniële werkzaamheid van doelgerichte therapieën nog steeds beperkt. Om meer duidelijkheid te krijgen in de behandelingen van voorkeur bij patiënten met hersenmetastasen, werd een online vragenlijst verspreid onder de leden van de EORTC en ESTRO. De vragen betroffen de toegang van behandelaars tot doelgerichte behandelingen en de behandelingen van voorkeur bij patiënten met onbehandelde hersenmetastasen van NSCLC met een genetische afwijking in één van tien geselecteerde oncogenen.
Respons
De vragenlijst werd ingevuld door 166 zorgprofessionals, waarvan 80,7% werkzaam was in gespecialiseerde centra die voor een groot deel gelokaliseerd waren in Italië (26,5%) of Spanje (13,9%).2 “Van de respondenten verrichtten er 136 (82,0%) routinematig beeldvorming van de hersenen bij patiënten met oncogen-verslaafd NSCLC. Hiervan screenden 71 (47,7%) respondenten de hersenen altijd met MRI. Verder hadden de respondenten vaker toegang tot doelgerichte therapieën voor tumoren met afwijkingen in ‘klassieke’ oncogenen, te weten EGFR (98,8%), ALK (97,6%) en ROS1 (94,0%), dan voor tumoren met afwijkingen in ‘opkomende’ oncogenen. Behandelaars hadden de minste toegang tot doelgerichte therapieën voor tumoren met genetische afwijkingen in NTRK (58,4%) en HER2 (44,0%)”, aldus Ana Ortega-Franco.
Voorkeur
Bij patiënten met asymptomatische hersenmetastasen gaf de meerderheid (68,8%) van de respondenten de voorkeur aan doelgerichte therapie, onafhankelijk van de gerapporteerde intracraniële objectieve respons op die therapie. Bij symptomatische hersenmetastasen ging de voorkeur vooral uit naar lokale therapie zonder (43,0%) of met (35,4%) doelgerichte therapie. Ortega-Franco: “De behandelkeuze bleek deels afhankelijk van het medische specialisme. Bij patiënten met symptomatische hersenmetastasen bijvoorbeeld hadden radiotherapeuten vergeleken met internist-oncologen een duidelijkere voorkeur voor lokale therapie zonder doelgerichte therapie (59,7 versus 37,9%).” Tussen 34,8 en 52,1% van de respondenten combineerde de doelgerichte therapie met radiotherapie, waarbij dit percentage afhing van het afwijkende oncogen.
Referenties
1. De Carlo E, et al. Int J Mol Sci 2022;23:6477.
2. Ortega-Franco A, et al. WCLC 2025; abstr MA02.08.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer