Uit de resultaten van een gerandomiseerde fase 3-studie blijkt dat gehypofractioneerde radiotherapie vergeleken met conventionele radiotherapie geassocieerd is met een vergelijkbare algehele en progressievrije overleving bij patiënten met beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom. De gehypofractioneerde radiotherapie had echter significant minder bijwerkingen van graad 2 of hoger, zo bleek tijdens de IASLC 2025 World Conference on Lung Cancer uit de presentatie van prof. dr. Nan Bi (Beijing, China).
Hoewel gelijktijdige chemoradiotherapie de standaardbehandeling is bij patiënten met beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom (LS-SCLC), zijn het optimale schema en de beste dosis nog onduidelijk. In een multicenter, open-label, gerandomiseerde fase 3-studie werd de uitkomst vergeleken van gehypofractioneerde radiotherapie (HypoRT) en conventionele radiotherapie (ConvRT), beide in combinatie met gelijktijdige chemotherapie bij patiënten met LS-SCLC. In deze studie werd geëvalueerd of een drieweeks HypoRT-schema (vijftien fracties van 3 Gy) even effectief en veilig was als een zesweeks ConvRT-schema (30 fracties van 2 Gy). De primaire uitkomstmaat was de algehele overleving (OS) na twee jaar.
Vergelijkbare OS
In totaal werden 261 patiënten gerandomiseerd naar de HypoRT-arm en 269 patiënten naar de ConvRT-arm.1 Na een mediane follow-up van 43,4 maanden was de tweejaars-OS 68,9% met HypoRT en 68,0% met ConvRT (HR 1,04; 95% BI 0,81-1,33; p=0,752). De mediane OS was respectievelijk 40,2 en 47,9 maanden. “Hiermee voldeed de OS in de HypoRT-arm vergeleken met de ConvRT-arm niet aan de non-inferioriteitsdrempel. Numeriek was de OS echter vergelijkbaar in de twee armen”, vertelde Nan Bi.
De mediane progressievrije overleving was 16,5 maanden in de HypoRT-arm versus 18,0 maanden in de ConvRT-arm (HR 1,06; 95% BI 0,86-1,32; p=0,567). Ook de locoregionale progressievrije overleving was vergelijkbaar in beide armen.
Minder bijwerkingen
Vergeleken met de ConvRT-arm kwamen in de HypoRT-arm significant minder bijwerkingen van graad 2 of hoger voor: bij 86,2% van de patiënten in de HypoRT-arm versus 95,2% van de patiënten in de ConvRT-arm (p<0,001). Bi: “Dit betrof voornamelijk hematologische bijwerkingen (p<0,001). In de HypoRT-arm versus de ConvRT-arm kwam lymfopenie van graad 2 of hoger voor bij respectievelijk 60,9 en 77,0% van de patiënten (p<0,001) en bestralingsgeassocieerde pneumonie bij 7,7 en 14,5% van de patiënten (p=0,013). Wegens bijwerkingen overleden in elke studiearm twee patiënten.”
Referentie
1. Bi N, et al. WCLC 2025; abstr PL03.07.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer