Een eerstelijnsbehandeling met amivantamab elke vier weken en subcutaan toegediend plus lazertinib is een werkzaam en patiëntvriendelijk alternatief voor de tweewekelijkse intraveneuze toediening van amivantamab plus lazertinib bij EGFR-gemuteerd, gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom. Dit blijkt uit de resultaten van cohort 5 van de PALOMA-2-studie, die dr. Susan Scott (Baltimore, Verenigde Staten) tijdens de IASLC 2025 World Conference on Lung Cancer presenteerde.
In de MARIPOSA-studie gaf een behandeling met intraveneus (i.v.) amivantamab elke twee weken plus lazertinib een verbetering van de progressievrije overleving (PFS) en algehele overleving (OS) ten opzichte van osimertinib, zei Susan Scott.1 “Daarnaast bleek uit de resultaten van cohort 1 en cohort 6 van de PALOMA-2-studie dat een eerstelijnsbehandeling met subcutaan (s.c.) amivantamab elke twee weken plus lazertinib een responspercentage gaf dat overeenkwam met historische data van amivantamab i.v. elke twee weken plus lazertinib.”2 Scott presenteerde nu de resultaten van cohort 5 van de PALOMA-2-studie waarin gekeken is naar de werkzaamheid, veiligheid en farmacokinetiek van een eerstelijnsbehandeling met amivantamab s.c. elke vier weken plus lazertinib bij EGFR-gemuteerd, gevorderd NSCLC.3
ORR van 82%
In dit cohort zijn 77 patiënten met nog niet eerder behandeld, EGFR-gemuteerd, gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) geïncludeerd. Profylactische anticoagulatie werd aanbevolen gedurende de eerste vier maanden van de behandeling. De primaire uitkomstmaat was het objectieve responspercentage (ORR) bepaald door de onderzoekers. Ten tijde van deze analyse was de mediane follow-up 6,5 maanden. “De ORR zoals bepaald door de onderzoekers was 82% en 87% met een onafhankelijke centrale beoordeling. Dit kwam overeen met de resultaten van de MARIPOSA-studie”, zei Scott. De bevestigde clinical benefit rate was 97%. Geen van de geïncludeerde patiënten had progressieve ziekte als beste respons. De mediane tijd tot respons was 8,1 weken, en van de mediane duur van de respons, mediane PFS en mediane OS kon nog geen schatting gemaakt worden, aldus Scott.
Vijf keer minder
De meeste treatment-emergent adverse events (TEAE’s) waren gerelateerd aan EGFR- en MET-remming, gaf zij verder aan. “We zagen geen nieuwe signalen met betrekking tot het veiligheidsprofiel van amivantamab plus lazertinib. In totaal staakte 8% van de patiënten de behandeling wegens TEAE’s. Bijwerkingen gerelateerd aan de toediening traden op bij 12% van de patiënten. Scott: “Dat is zo’n vijf keer lager dan met de i.v. toediening van amivantamab in de MARIPOSA-studie.”
De resultaten van de farmacokinetische analyse kwamen overeen met historische data van de i.v. toediening en tweewekelijkse s.c. toediening van amivantamab. “De incidentie van veneuze trombo-embolieën (VTE’s) was 13%, wat overeenkomt met de incidentie van VTE’s bij longkanker in het algemeen”, aldus Scott. “87% van de geïncludeerde patiënten ontving de aanbevolen profylactische anticoagulatie.”
Scott concludeerde: “De werkzaamheid van amivantamab s.c. elke vier weken plus lazertinib komt overeen met de werkzaamheid van amivantamab i.v. elke twee weken plus lazertinib, maar met een betere verdraagbaarheid en het gemak van een s.c. toediening. Het vierwekelijkse s.c. regime is dus mogelijk een nieuwe standaardbehandeloptie voor patiënten met EGFR-gemuteerd NSCLC.”
Referenties
1. Cho BC, et al. N Engl J Med 2024;391:1486-98.
2. Lim SM, et al. J Clin Oncol 2024;42 (Suppl_17): LBA8612.
3. Scott SC, et al. WCLC 2025; abstr MA08.05.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist