Uit een verkennende analyse van de fase 3-NeoADAURA-studie blijkt dat de aan- of afwezigheid van moleculaire restziekte op baseline prognostische waarde heeft voor de eventvrije overleving bij patiënten met EGFR-gemuteerd, stadium II-IIIB niet-kleincellig longcarcinoom na neoadjuvante behandeling en chirurgie. Daarnaast waren osimertinib-bevattende neoadjuvante behandelingen vergeleken met chemotherapie geassocieerd met een betere klaring van moleculaire restziekte vóór chirurgie. Deze resultaten werden tijdens de IASLC 2025 World Conference on Lung Cancer gepresenteerd door dr. Collin Blakely (San Francisco, Verenigde Staten).
Eerder gepubliceerde resultaten van de gerandomiseerde fase 3-NeoADAURA-studie hadden laten zien dat neoadjuvante behandeling met osimertinib met of zonder chemotherapie vergeleken met placebo plus chemotherapie geassocieerd was met een significant betere major pathologische respons (MPR) bij patiënten met resectabel, EGFR-gemuteerd, stadium II-IIIB niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC).1 De huidige resultaten van NeoADAURA zijn afkomstig van een vooraf geplande verkennende analyse van de moleculaire restziekte (MRD) bepaald met een ultragevoelige, tumorgeïnformeerde test voor circulerend tumor-DNA (ctDNA; Personalis NeXT Personal). Hierbij werden de baseline- en preoperatieve MRD-status vergeleken met de MPR en de eventvrije overleving (EFS).
Betere ctDNA-detectie
Bij 189 van de 210 (90%) weefselmonsters was het mogelijk om tumor- en kiembaan-DNA te isoleren en whole genome sequencing uit te voeren.2 Deze monsters waren afkomstig van 61 patiënten uit de osimertinib + chemotherapie-arm en 64 patiënten uit zowel de osimertinibarm als de placebo + chemotherapie-arm. De baselinekenmerken van de patiënten in de MRD-analyseset (n=189) waren vergelijkbaar met die van de patiënten in de volledige (klinische) analyseset (n=358).
“Vergeleken met een Cobas EGFR-mutatietest verbeterde de tumorgeïnformeerde MRD-test de detectie van ctDNA in baseline plasma. Met de Cobas-test werd in 30% van de monsters een EGFR-mutatie gedetecteerd, terwijl met de MRD-test MRD werd gedetecteerd in 71% van de monsters”, aldus Collin Blakely.
Langere EFS
Patiënten bij wie in de baselinemonsters geen MRD werd gedetecteerd, hadden minder uitgebreide ziekte en een langere EFS. Zo was het percentage patiënten met stadium II-NSCLC 81% in de MRD-negatieve groep versus 39% in de MRD-positieve groep (p<0,0001). Daarnaast waren de tumoren significant kleiner in de MRD-negatieve groep dan in de MRD-positieve groep (p=0,0263) en was het gemiddelde aantal positieve lymfeklieren kleiner in de MRD-negatieve groep dan in de MRD-positieve groep (p<0,0001). Blakely: “De EFS was langer bij patiënten bij wie op baseline geen MRD werd gedetecteerd vergeleken met patiënten bij wie wel MRD werd gedetecteerd (HR 0,24; 95% BI 0,07-0,80).”
Vergeleken met de neoadjuvante behandeling met placebo plus chemotherapie waren de twee osimertinib-bevattende regimes vaker geassocieerd met de klaring van MRD in de preoperatieve monsters. Daarnaast was het percentage patiënten met een MPR significant hoger in de MRD-geklaarde groep dan in de groep zonder MRD-klaring: 24 versus 6% (p=0,0378). Vergelijkbare resultaten werden gevonden als niet MRD-klaring, maar MRD-detectie het criterium was.
Referenties
1. He J, et al. J Clin Oncol 2025;43:2875-87.
2. Blakely C, et al. WCLC 2025; abstr OA02.02.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer