De NADIM ADJUVANT is de eerste fase 3-studie die een impact laat zien van adjuvante chemo-immunotherapie versus chemotherapie alleen bij patiënten met gereseceerd stadium IB-IIIA niet-kleincellig longcarcinoom. Ten tijde van de interimanalyse die prof. dr. Mariano Provencio (Madrid, Spanje) op de IASLC 2025 World Conference on Lung Cancer presenteerde, waren de resultaten voor ziektevrije en algehele overleving nog immatuur. “Maar we zagen een klinisch betekenisvolle afname van het recidiefpercentage in de experimentele groep ten opzichte van de controlegroep.”
Bij patiënten met vroeg-stadium niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) treedt vaak een recidief op, ondanks complete resectie van de tumor en/of een adjuvante behandeling, zei Mariano Provencio. In de fase 3-studie NADIM ADJUVANT zijn de werkzaamheid en veiligheid van chemotherapie plus immunotherapie versus chemotherapie alleen in adjuvante setting onderzocht bij patiënten met gereseceerd stadium IB-IIIA-NSCLC en een hoog risico op een recidief.1 In deze studie werden 210 patiënten 1:1 gerandomiseerd naar een adjuvante behandeling bestaande uit vier cycli nivolumab (360 mg elke drie weken) plus chemotherapie, gevolgd door een onderhoudsbehandeling met zes cycli nivolumab (480 mg elke vier weken; de experimentele groep), of een adjuvante behandeling met vier cycli chemotherapie gevolgd door observatie (gedurende zes maanden; de controlegroep). De primaire uitkomstmaat was de ziektevrije overleving (DFS).
Mediane DFS nog niet bereikt
Het percentage recidieven dat optrad in de experimentele groep was lager (20,4%) dan in de controlegroep (38,8%). “Met een mediane follow-up van 34,0 maanden was de mediane DFS in beide studiegroepen nog niet bereikt”, zei Provencio (HR3jaar 0,65; 95% BI 0,40-1,07; p=0,085; maturiteit van de data: 57%). “De DFS voor het eerste kwartiel was 31 maanden in de experimentele groep en 17 maanden in de controlegroep.” Een landmarkanalyse uitgevoerd negentig dagen na chirurgie toonde dat 79,2% van de patiënten in de experimentele groep na 24 maanden nog in leven en ziektevrij was, versus 67,0% van de patiënten in de controlegroep (HR3jaar 0,60; 95% BI 0,37-0,99; p=0,048). Ook een sensitiviteitsanalyse waarmee gekeken is naar de kankerspecifieke DFS was in het voordeel van de experimentele groep, met een HR3jaar van 0,54 (95% BI 0,32-0,93; p=0,025). De algehele overleving (OS) was ten tijde van deze interimanalyse vergelijkbaar tussen beide studiegroepen (mediaan nog niet behaald; HR3jaar 0,99; 95% BI 0,49-2,01; p=0,981).
Andere standaardbehandeling?
Daarnaast is gekeken naar de DFS bij patiënten met minimale restziekte (MRD) op baseline. Patiënten die MRD-negatief waren, hadden een betere DFS, liet Provencio zien. Dit gold met name voor patiënten die behandeld waren met immunotherapie plus chemotherapie (HR 0,31; 95% BI 0,10-0,97; p=0,043). Tot slot gaf Provencio aan dat de veiligheids- en verdraagbaarheidsprofielen van de experimentele behandeling hanteerbaar waren en overeenkwamen met eerdere data van adjuvante immunotherapie plus chemotherapie. Hij concludeerde dat de interimresultaten van NADIM ADJUVANT een betekenisvolle afname van het recidiefpercentage laten zien met immunotherapie plus chemotherapie in adjuvante setting. “Voor de DFS- en OS-resultaten is verdere follow-up nodig. Maar als de geobserveerde verbeteringen in DFS bevestigd kunnen worden met de tijd, kan deze studie mogelijk leiden tot een andere standaard adjuvante behandeling voor patiënten met gereseceerd NSCLC”, aldus Provencio.
Referentie
1. Provencio M, et al. WCLC 2025; abstr PL03.10.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist