Eén kuur ipilimumab gevolgd door stereotactische radiotherapie en twee jaar cemiplimab zorgde voor een klinisch voordeel bij 24,1% van de patiënten met gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom die resistent waren voor eerdere immuuncheckpointremming. Promovenda Daphne van der Geest (Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam) presenteerde deze resultaten van de RAD-IO-studie tijdens de IASLC 2025 World Conference on Lung Cancer.
Resistentie voor immuuncheckpointremming (ICI) bij patiënten met gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) kan overwonnen worden met een combinatie van ICI en stereotactische radiotherapie (SBRT), waarbij de correcte volgorde belangrijk is. “Onze hypothese was dat we de antitumor-immuunrespons nieuw leven in zouden kunnen blazen door CTLA-4-remming voor immuunpriming en depletie van regulatoire T-cellen, gevolgd door SBRT als een vorm van in-situvaccinatie”, legde Daphne van der Geest uit.
RAD-IO-studie
In de singlecenter fase 2-RAD-IO-studie werden patiënten geïncludeerd die progressie vertoonden op eerdere PD-1/PD-L1-remmers en minstens twee laesies hadden: één voor SBRT en één buiten het bestralingsveld voor responsevaluatie. De patiënten kregen één kuur ipilimumab (1 mg/kg), een week later gevolgd door SBRT (3 x 8 Gy) op één-vier laesies. Een week later werd gestart met cemiplimab, dat twee jaar lang werd gegeven of tot aan ziekteprogressie of onacceptabele toxiciteit. De primaire uitkomstmaat was het percentage klinisch voordeel (CBR), gedefinieerd als complete of partiële respons of stabiele ziekte ≥6 maanden na de start van cemiplimab. Dit zou behaald worden bij een CBR van 22% of hoger, gebaseerd op de historische CBR van ongeveer 15% met standaard docetaxel-chemotherapie in de tweede lijn. De mediane follow-up was 19,2 maanden.
Van de studiedeelnemers had 72% lage PD-L1 expressie (TPS ≤49%), 63% was met één eerdere systemische therapie behandeld en 46% was primair resistent. Bij de meeste patiënten werd maar één laesie bestraald.
Klinisch voordeel
“De studie behaalde haar primaire uitkomst met een CBR van 24,1% (95% BI 13,5-37,6%). Het objectieve responspercentage was 11,1%, wat laat zien dat de helft van de patiënten een klinisch voordeel bereikten door stabiele ziekte ≥6 maanden”, meldde Van der Geest.1 De mediane progressievrije overleving was 2,7 maanden en de mediane algehele overleving was 13,0 maanden.
Een klinisch voordeel werd bereikt onafhankelijk van het PD-L1-expressieniveau, eerdere respons op ICI en de lengte van het interval tussen eerdere ICI en start van de studie.
Bij de helft van de patiënten die een klinisch voordeel vertoonden was het interval tussen de vorige ICI en start van de studie minder dan zes maanden. “Daardoor is het niet waarschijnlijk dat het klinisch voordeel puur door herbehandeling met ICI komt”, merkte Van de Geest op.
De ICI-toxiciteit kwam overeen met die van eerdere studies en de combinatie met SBRT resulteerde niet in nieuwe veiligheidssignalen. De meeste behandelingsgerelateerde bijwerkingen waren laaggradig (alle graden: 83,3%; graad 3 of hoger: 11,1%). Eén patiënt overleed als gevolg van nefritis gerelateerd aan ipilimumab.
Om te achterhalen welke onderliggende mechanismen een rol spelen bij het wel of niet bereiken van klinisch voordeel zijn verdere analyses gaande, waarbij de onderzoekers kijken naar expressie van checkpoints en neoantigenen, en naar neoantigen-specifieke priming van T-cellen.
Referentie
1. Van der Geest D, et al. WCLC 2025; abstr MA10.08.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist