De combinatie van aumolertinib plus chemotherapie geeft een statistisch significant betere progressievrije overleving dan aumolertinib alleen bij patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom met EGFR-mutaties én mutaties in tumorsuppressorgenen. Dat blijkt uit ACROSS 2, een prospectieve, multicenter, gerandomiseerde fase 3-studie, waarvan dr. Jie Wang (Peking, China) de resultaten presenteerde tijdens de IASLC 2025 World Conference on Lung Cancer.
“Patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) met EGFR-mutaties en co-mutaties in tumorsuppressorgenen (TSG’s) hebben – ten opzichte van patiënten zonder deze co-mutaties – een kortere progressievrije en algehele overleving (PFS en OS) bij een behandeling met EGFR-tyrosinekinaseremmers (TKI’s)”, begon Jie Wang haar presentatie. “We moeten de uitkomsten van NSCLC-patiënten met deze co-mutaties dan ook verbeteren.”
In de fase 3-ACROSS 2-studie is de combinatie van de EGFR-TKI aumolertinib plus chemotherapie als eerstelijnsbehandeling vergeleken met aumolertinib alleen bij patiënten met lokaal gevorderde of gemetastaseerde NSCLC met een EGFR-mutatie in aanwezigheid van mutaties in TSG’s (waaronder TP53, RB1, APC, PTEN, BRCA1, BRCA2, CHEK2, ATM, CHEK1, PALB2, RAD51C).1
PFS van 19,8 maanden
In totaal werden 126 patiënten gerandomiseerd naar aumolertinib plus carboplatine en pemetrexed, of aumolertinib-monotherapie. De primaire uitkomstmaat was de PFS (bepaald door de onderzoekers). Na een mediane follow-up van 25,3 maanden was de mediane PFS 19,8 maanden met aumolertinib plus chemotherapie en 16,5 maanden met aumolertinib alleen (HR 0,55; 95% BI 0,34-0,91; p=0,021). De mediane OS was ten tijde van deze analyse nog immatuur. Het objectieve responspercentage was 70,4% in de combinatiegroep versus 67,2% in de groep die monotherapie ontving. De percentages ziektecontrole in deze groepen waren respectievelijk 92,6 en 98,4%. “In de subgroep van patiënten met een TP53-mutatie was de PFS 18,7 maanden met aumolertinib plus chemotherapie en 16,3 maanden met aumolertinib alleen (HR 0,55; 95% BI 0,33-0,93; p=0,024).” Ook in groepen met andere TSG-mutaties liepen de overlevingscurves uit elkaar met een voordeel voor aumolertinib plus chemotherapie, maar waren de verschillen niet statistisch significant wegens kleine patiëntenaantallen, liet Wang zien.
Geen nieuwe veiligheidssignalen
“De meest voorkomende treatment-emergent adverse events (TEAE’s) waren met name gerelateerd aan de chemotherapie”, aldus Wang. Dit betrof onder andere anemie, een verminderd aantal witte bloedcellen en verhoogde leverfunctiewaarden. “Deze TEAE’s waren vooral van graad 1 of 2 en we zagen geen nieuwe signalen rond de veiligheid van de (combinatie)behandeling met aumolertinib.”
Wang concludeerde dat aumolertinib plus chemotherapie een statistisch significante verbetering van de mediane PFS gaf ten opzichte van monotherapie bij NSCLC-patiënten met EGFR- en TSG-mutaties.
Referentie
1. Wang J, et al. WCLC 2025; abstr PL02.09.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist