Bij de behandelingen binnen de oncologie vindt een belangrijke verschuiving plaats: ze worden steeds minder invasief, zo illustreerde prof. dr. Jurgen Fütterer in zijn oratie, die hij op 3 juli uitsprak. Fütterer, hoogleraar Beeldgeleide oncologische interventies aan het Radboudumc te Nijmegen, zet sterk in op onderzoek naar beeldgeleide ablatie van tumoren en hoopt zo die verschuiving stevig te kunnen doorzetten. “Ik wil eraan bijdragen dat minimaal invasieve behandeling de norm wordt. Dat zal met name de kwaliteit van leven van de patiënt verbeteren.”
Rode draad in het verhaal van Jurgen Fütterer is het snijvlak tussen techniek en geneeskunde. Naast zijn hoogleraarschap aan het Radboudumc heeft hij ook een aanstelling aan de Universiteit Twente als hoogleraar Robot Assisted Interventions, Robotics and Mechatronics. Op dat snijvlak bewegen zich de ontwikkelingen rond beeldgeleide oncologische ablatie. In zijn oratie gaf hij hiervan een overzicht. “Een belangrijk thema is de verschuiving van invasieve behandelingen naar minder of niet-invasieve behandelingen. Het aantal onderzoeken naar minimaal invasieve behandelingen neemt exponentieel toe. Deze behandelingen leveren patiënten veel potentiële voordelen op, zoals een kortere ligduur in het ziekenhuis, minder bijwerkingen en een snelle terugkeer in de eigen sociale omgeving. Zo kunnen prostaatkankerpatiënten met een lokale tumor die focale ablatietherapie ondergingen na een week weer aan het werk, terwijl dit bij de standaardbehandeling pas na zes weken kan. Maar ook bij metastasen in de lever is ablatietherapie veelbelovend; onderzoek toonde aan dat dit net zo effectief is als chirurgie.” Deze technieken verkeren nu vaak nog in de onderzoeksfase, maar Fütterer ziet ze in de toekomst evolueren tot standaardbehandeling.
Zinnige zorg
De missie van Fütterer is het bevorderen van zinnige zorg en daaraan kan zijn onderzoek naar focale ablatie bij oncologische indicaties bijdragen, zo stelt hij. “Ik streef ernaar dat minimaal invasieve behandeling de norm wordt en dat de huidige invasieve standaardbehandelingen gaan verdwijnen. Dat is ook in lijn met het Integraal Zorgakkoord: de juiste zorg op de juiste plaats en het verminderen van de werkdruk. De verschuiving naar minimaal invasieve behandelingen zal leiden tot het verplaatsen van de werklast en de werkdruk binnen het ziekenhuis. Belangrijk is om het personeel en de tijd zo efficiënt mogelijk te gebruiken. In het Integraal Zorgakkoord wordt geschetst dat momenteel één op de zes Nederlanders in de zorg werkt. Groeit de zorgvraag met de huidige snelheid door, dan moet in 2040 één op de vier Nederlanders in de zorg werken.”
ENFORCE-studie
In zijn oratie ging Fütterer in op beeldgestuurde behandeling. “De kern hierbij is dat we heel precies en uitkomstgericht kunnen werken. We zijn daar de afgelopen jaren steeds beter in geworden, maar onderzoek moet de waarde daarvan voor de praktijk verder bevestigen. Een voorbeeld hiervan is de ENFORCE-studie naar beeldgestuurde focale behandeling van prostaatkanker.” Deze studie is gestart in oktober 2023. Zorginstituut Nederland zal aan de hand van de resultaten van deze studie beslissen of de focale behandeling van prostaatkanker vergoed gaat worden uit het basispakket van de zorgverzekering. In deze studie staat de (kosten)effectiviteit van focale therapie met MRI-gestuurde, transurethrale echogeluid-ablatie (MR-TULSA), high-intensity focused ultrasound ablation (HIFU) en irreversibele elektroporatie (IRE) centraal. De hypothese is dat focale therapie bij mannen met niet-uitgezaaide prostaatkanker minder complicaties geeft en een betere kwaliteit van leven, zonder dat de oncologische effectiviteit afneemt. “De inclusie van deze studie is nu op gang”, vertelt Fütterer. “We verwachten de komende twee jaar nog 300 patiënten te includeren. Vijf centra doen mee met de studie – het Amsterdam UMC, de HIFU-kliniek van het Bravis Ziekenhuis, Isala, het St. Antonius Ziekenhuis en het Radboudumc – en we zijn bezig om een zesde centrum – de Androskliniek – erbij te betrekken.”
Precies visualiseren
Volgens Fütterer is er veel vooruitgang geboekt bij beeldgestuurde ablatie. “We kunnen afwijkingen heel precies visualiseren in 3D en na de behandeling kunnen we direct zien hoe groot het behandelgebied geweest is en of we voldoende marge hebben gebruikt rondom de laesie. We hebben gezien dat als we deze techniek toepassen bij levermetastasen van darmkanker het risico op een recidief van de metastasen daalde van 20% naar 5%. Beeldgestuurde ablatie gaan we nu ook onderzoeken bij prostaatkanker en niercelkanker. Bij tumoren in de lever kunnen we gerust een ruime marge nemen rondom de laesie, omdat er veel leverweefsel rondom aanwezig is. Bij prostaatkanker en niercelkanker is dat anders: buiten de laesies raak je snel zenuwweefsel of nierfilters. Dat kan leiden tot bijwerkingen, zoals incontinentie en impotentie of verminderde nierfunctie.”
Samenwerking
Cruciaal bij de ontwikkeling van de benodigde technieken en het uitvoeren van onderzoek daarnaar is samenwerking van zijn onderzoeksgroep in Nijmegen met andere partners, zo stelt Fütterer. “We werken samen met andere ziekenhuizen, zoals het Amsterdam UMC, Isala Zwolle en het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Een andere belangrijke samenwerkingspartner is de Universiteit Twente in Enschede. Op de universiteit worden innovaties op de werkbank ontwikkeld en in het Radboudumc kunnen we deze bij patiënten toepassen. Spin in het web in deze samenwerking zijn mensen die technische geneeskunde hebben gestudeerd. Ik ben al jaren betrokken bij deze opleiding. Technisch geneeskundigen vormen een brug tussen artsen en de bedrijven die de technieken ontwikkelen, omdat ze zowel technische als medische kennis hebben. In mijn onderzoeksgroep zijn twaalf technisch geneeskundigen werkzaam, daarnaast ook veel artsen en een aantal mensen met een achtergrond in de biomedische technologie.”
Standaardbehandeling
Het uiteindelijke doel van het onderzoek van Fütterer is om te zorgen dat de patiënten er beter van worden. “Ik wil aantonen bij diverse organen – lever, nieren en prostaat – dat ablatie van maligne laesies even effectief is als chirurgie. Wij onderzoeken in samenwerking met de afdeling Heelkunde ablatie als aanvulling op chirurgie. Bij operaties van uitzaaiingen in de lever worden de grote laesies chirurgisch verwijderd, terwijl de kleinere, dieper liggende en moeilijker te bereiken laesies met ablatie worden verwijderd. Het grote voordeel hiervan is dat de patiënt maar één keer onder narcose hoeft en niet twee keer zoals nu gebruikelijk is. Deze werkwijze wordt nu alleen in onderzoeksverband toegepast, maar ik verwacht dat dit binnen twee à drie jaar een standaardbehandeling is geworden.”
Robotica
Robotica is een andere ontwikkeling die Fütterer tot slot nog graag even aanstipt. “De werkdruk in de zorg neemt toe, dus je wilt ook het personeel zo efficiënt mogelijk inzetten. Automatisering wordt daarom belangrijk. Een van de dingen die tijd kost is het zoeken van de juiste plek om de ablatienaald in te brengen. Je ziet de afwijking op het beeld, maar hoe kom je daar vervolgens met de naald handmatig snel en precies bij? Ik heb hier twintig jaar ervaring mee, dus ik kan dat redelijk snel. Maar een jonge specialist moet die ervaring nog opdoen. Met behulp van een beeldgestuurde robot komt een onervaren arts snel op het vereiste niveau van precisie, terwijl dit normaliter een leercurve van ongeveer twee jaar is. Ik onderzoek de efficiëntie van deze werkwijze en ook de effectiviteit hiervan. Het doel is om over vijf jaar geautomatiseerde oncologische ablatie als standaardbehandeling te hebben.”
Drs. Marc de Leeuw, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 4