De overleving bij gelokaliseerd hoogrisico-prostaatcarcinoom is zo goed dat functionele uitkomsten en kwaliteit van leven zwaarder wegen bij de keuze voor chirurgie of radiotherapie. In de RECOVER-studie onderzoeken dr. Berdine Heesterman (senior onderzoeker bij IKNL) en prof. dr. Igle Jan de Jong (uroloog in UMC Groningen) daarom juist deze uitkomsten gedurende vijf jaar bij ruim 800 patiënten uit heel Nederland.
In 2023 startte de inclusie van de door ZonMw gefinancierde RECOVER-studie, waarin prostatectomie wordt vergeleken met radiotherapie bij patiënten met gelokaliseerd hoogrisico-prostaatcarcinoom. Wat direct in het oog springt: als primaire uitkomstmaat kozen de onderzoekers niet voor de (progressievrije) overleving, maar voor functionele uitkomsten en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. “We evalueren de progressievrije overleving wel, net als de kosteneffectiviteit, maar de focus ligt echt op de door patiënten gerapporteerde kwaliteit van leven”, vertelt Berdine Heesterman. Die focus is verklaarbaar vanuit de uitstekende prognose van patiënten met gelokaliseerd hoogrisico-prostaatcarcinoom: de vijfjaars prostaatkankerspecifieke overleving is meer dan 95%.
Hoog tijd dus om verder te kijken dan naar het percentage recidieven, vindt ook Igle Jan de Jong. “De impact van de behandeling op de kwaliteit van leven in de toekomst telt voor patiënten veel zwaarder. We zijn om deze reden als urologen ook steeds meer aan het verschuiven richting actieve controles, niet alleen bij patiënten met een laag risico, maar zelfs al bij patiënten met een middelhoog risico.”
Observationele studie
De RECOVER-studie is een observationele prospectieve studie. “Een gerandomiseerde studie is in de praktijk onhaalbaar, blijkt uit eerdere ervaringen: patiënten willen niet gerandomiseerd worden tussen chirurgie en radiotherapie”, zegt Heesterman. “In onze studie proberen we uiteraard om de patiëntkarakteristieken in beide groepen zo gelijk mogelijk te krijgen en we verzamelen ook specifieke gegevens om hier in de latere analyses rekening mee te kunnen houden.” Patiënten die aan de inclusiecriteria voldoen, worden door hun zorgverlener benaderd voor de studie. De deelname start op het moment dat de patiënt de eerste vragenlijst invult.
29 ziekenhuizen
In de RECOVER-studie zullen ruim 800 patiënten worden geïncludeerd, die na inclusie vijf jaar gevolgd worden. “Inmiddels nemen er 29 ziekenhuizen deel”, zegt Heesterman. “Zoals dat wel vaker gaat, verloopt de inclusie bij aanvang iets langzamer dan gehoopt. Dat heeft onder meer te maken met het goedkeuringsproces dat we voor elk ziekenhuis opnieuw moeten doorlopen, en met kleine verschillen in zorgpaden tussen de ziekenhuizen, waardoor de inclusieroute telkens net een beetje verschilt. Promovendus Caroline van der Starre investeert hier veel tijd in. Een andere vertragende factor is dat volgens de studie-eisen deelnemers geschikt moeten zijn voor zowel een prostatectomie als radiotherapie, zodat we de twee groepen eerlijk kunnen vergelijken. Dat blijkt echter voor minder patiënten te gelden dan gehoopt.”
De inclusie zal naar verwachting medio 2026 compleet zijn. De Jong: “We includeren patiënten uit heel Nederland via vier prostaatkankernetwerken en hopen zo variaties in behandelpraktijk uit te middelen.”
Chirurgie of radiotherapie
Van de 15.000 patiënten die jaarlijks de diagnose prostaatkanker krijgen, heeft ongeveer 20% een gelokaliseerd hoogrisico-prostaatcarcinoom. Helaas voldoen niet al deze patiënten aan de RECOVER-inclusiecriteria. Zo moeten patiënten jonger zijn dan 75 jaar, omdat ouderen meestal geen operatie meer krijgen vanwege slechtere functionele uitkomsten bij deze groep. “Waarschijnlijk mede door deze leeftijdsgrens zijn er op dit moment iets meer studiedeelnemers die kiezen voor chirurgie dan voor bestraling, ik schat ongeveer twee derde”, zegt De Jong. “Ook speelt mee dat patiënten die kiezen voor radiotherapie wat lastiger op het juiste moment te ‘vangen’ zijn. De baseline vragenlijst moet namelijk ingevuld worden vóór start van de hormoontherapie. In de praktijk krijgen patiënten op de polikliniek vaak meteen een recept voor hormoontherapie mee. Daar moesten we in het begin dus op bijsturen. Het gaat nu beter en ik verwacht dat we uiteindelijk wel op een verdeling kunnen komen die iets meer richting de 50/50 gaat.”
Binnen de RECOVER-studie loopt overigens ook een kwalitatief onderzoek naar hoe de keuze voor radiotherapie of chirurgie tot stand komt, vertelt Heesterman. “We hebben artsen, verpleegkundigen en patiënten geïnterviewd over onder meer de informatievoorziening en wat patiënten echt belangrijk vinden bij het maken van hun behandelkeuze. Ik verwacht dat we de resultaten daarvan volgend jaar al zullen publiceren.”
Invloed functionele uitkomsten
De RECOVER-onderzoekers richten zich op functionele uitkomsten zoals erectiele disfunctie, plasklachten, urine-incontinentie, darmklachten en klachten door de hormoontherapie, aangevuld met kwaliteit van leven in bredere zin. De Jong: “Wat we vooral willen weten, is hoe functionele uitkomsten de door de patiënt ervaren kwaliteit van leven beïnvloeden. Hier kunnen best verrassende bevindingen uit voortkomen. Uit ons eerdere onderzoek bij blaaskankerpatiënten bleek bijvoorbeeld dat aspecten van kwaliteit van leven zoals angst en lichaamsbeeld in getal maar weinig verschilden tussen patiënten die een stoma of een pouch kregen. Alleen de invulling ervan verschilde, de angst richtte zich bijvoorbeeld op andere zaken. Dat zijn belangrijke dingen om te weten.”
De onderzoekers hopen op basis van de RECOVER-studie dan ook een geactualiseerde en verbeterde keuzewijzer te kunnen samenstellen, gebaseerd op de huidige behandeltechnieken en uitkomsten daarvan.
Voorlopige resultaten zijn er nog niet. “We zitten op ongeveer de helft van de inclusie, maar er gaat enige tijd overheen voordat je dan ook alle data van die patiënten hebt”, vertelt Heesterman. “Denk aan alle diagnostische tests die zijn gedaan, de details over de behandeling en eventuele complicaties. Deze gegevens zullen de datamanagers van IKNL via de Nederlandse Kankerregistratie verzamelen.”
100%
Terwijl de inclusie wat vertraging opliep, verloopt de opvolging van patiënten gedurende de studie juist heel soepel. “Van de patiënten die al een jaar in de studie zitten, hebben we alle tweede vragenlijsten teruggekregen”, zegt Heesterman. “Zo’n resultaat van 100% is best bijzonder”, vindt De Jong. “Hieruit blijkt ook de toewijding van de lokale studieteams om patiënten deze lijsten te laten invullen.” Heesterman: “Het helpt waarschijnlijk ook dat we vragenlijsten zo kort mogelijk hebben gehouden. De meeste patiënten doen er ongeveer 15 tot 20 minuten over om hem in te vullen, hoor ik terug. We nemen de vragenlijsten ook maar op drie momenten af: bij baseline, één jaar na de behandeling en drie jaar na de behandeling.”
Kosteneffectiviteit
Naast het beantwoorden van de hoofdvraag nemen de onderzoekers kosteneffectiviteit mee als secundaire uitkomstmaat van de studie. “Dat is iets wat zorgverzekeraars interesseert”, merkt De Jong op. “We willen niet alleen de kosten van de behandeling kennen, maar ook kosten in de jaren erna, bijvoorbeeld voor extra behandelingen of urineopvangmateriaal.” Heesterman: “En breder gezien: wat zijn de kosten vanuit sociaal-maatschappelijk perspectief? Denk daarbij ook aan arbeidsparticipatie, wat voor een deel van de patiëntengroep nog speelt.”
Uniforme vragenlijsten
Met de RECOVER-studie hopen de onderzoekers ten slotte bij te dragen aan betere registratie van behandelresultaten in de dagelijkse praktijk. “Uit het onderzoek Prostaatkanker Zorg In Beeld (ProZIB) bleek een aantal jaren terug enige praktijkvariatie in behandeling en uitkomsten”, licht De Jong toe. “Daarop is toen besloten om alle chirurgische patiënten uit alle centra voortaan verplicht één jaar na behandeling twee vragen uit de EPIC 26-vragenlijst te laten invullen. Na wat opstartproblemen loopt dit nu vrij aardig. Maar voor patiënten die radiotherapie krijgen, richten de standaardvragenlijsten zich nog met name op toxiciteit en niet zozeer op kwaliteit van leven. Hopelijk kunnen we na de RECOVER-studie komen tot uniforme vragenlijsten voor zowel chirurgisch als radiotherapeutisch behandelde patiënten met gelokaliseerde hoogrisico-prostaatkanker.”
Dr. Diana de Veld, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 1