Tijdens het 22e Bossche Mamma Congres schetste radiotherapeut-oncoloog dr. Desirée van den Bongard (Amsterdam UMC) de ontwikkelingen op het gebied van partiële bestraling van de borst. Bij welke patiënten kan het en in welke setting? En kun je ook de bestraling veilig helemaal weglaten?
Bestraling na een borstsparende operatie heeft als doel het risico op het ontstaan van een recidief te verkleinen. Sinds 2017 hebben opeenvolgende studies in tal van landen (bijvoorbeeld IMPORT LOW) aangetoond dat partiële bestraling van de borst (PBI) bij patiënten met een laag-risicotumor volgens de ASTRO-criteria, even effectief is in het voorkomen van een lokaal recidief als bestraling van de gehele borst (WBI), liet Desirée van den Bongard zien.1 Waarbij PBI inhoudt dat alleen het tumorbed en een marge daaromheen wordt bestraald. PBI omvat (tegenwoordig) vijf fracties die in één week worden toegediend. De afbakening van de doelgroep voor PBI is recentelijk aangepast aan de herziene ASTRO-criteria voor laag risico.2 Patiënten zijn er tevreden over vanwege de lagere behandellast, vertelde Van den Bongard. Dat laatste maakt de behandeling ook goedkoper en duurzamer, onder andere vanwege minder vervoersmomenten voor de bestralingen van en naar het ziekenhuis.
Recente ontwikkelingen hebben geleid tot verdere uitbreiding van de groep patiënten die in aanmerking kunnen komen voor PBI. Zo is het weglaten van de schildwachtklierbiopsie, zoals onderzocht in onder andere de SOUND- en INSEMA-studie, in de laag-risicogroep vooralsnog geen contra-indicatie voor PBI, stelde Van den Bongard.3,4 De uitkomsten van de nog lopende BOOG 2013-08-studie kunnen hier meer inzicht in geven voor de Nederlandse situatie. Aangezien de patiënten in de BOOG 2013-08-studie zijn behandeld met WBI, dient te worden overwogen om voor patiënten met laag-risicotumoren die worden behandeld met PBI zonder schildwachtklierprocedure, een prospectieve registratiestudie te starten.
Preoperatief
Daarnaast is ook het preoperatief partieel bestralen in onderzoek. Preoperatief bestralen heeft diverse voordelen, legde Van den Bongard uit. Bij preoperatieve bestraling kan de straling nauwkeuriger op de (ingetekende) tumor worden gericht, waardoor er een kleiner volume bestraald hoeft te worden en het risico op toxiciteit vermindert. Ook leidt preoperatieve bestraling tot tumordownstaging. De Nederlandse ABLATIVE-studie heeft laten zien dat een eenmalige preoperatieve PBI bij 36 patiënten met een laag-risicotumor na zes tot acht maanden bij 42% van de patiënten tot een pathologisch complete respons (pCR) leidde.5,6 Waarbij het percentage patiënten met een pCR hoger was als er na acht maanden werd geopereerd dan wanneer er na zes maanden werd geopereerd (48% tegenover 33%). De vijfjaarsoverleving bedroeg 94%.
In hierop aansluitende – en nog lopende – ABLATIVE-2-studie wordt twaalf maanden gewacht tussen de PBI en de operatie.7 Bij toekomstige patiënten zal de operatie worden weggelaten indien bij de patiënt een pCR wordt voorspeld. Tussentijdse MRI-scans en liquid biopsies worden onderzocht op de voorspellende waarde voor het ontstaan van een pCR.
Geheel weglaten
Verder wees Van den Bongard op de PRIME II-studie, waarin bij patiënten van 65 jaar en ouder met een laag-risicotumor na een borstsparende operatie de bestraling is weggelaten. Dit leidde weliswaar tot meer lokale recidieven, maar niet tot een slechtere overleving.8
In Nederland wachten we op de resultaten van de BOOG 2016-01 TOP-1-studie, waarin het effect wordt onderzocht van het geheel weglaten van radiotherapie op enerzijds de oncologische veiligheid en anderzijds de kwaliteit van leven bij vrouwen (>70 jaar) die een borstsparende operatie hebben ondergaan. Ten slotte wachten we op de resultaten van de internationale EUROPA-trial, waarin het effect van postoperatieve PBI en postoperatieve endocriene therapie bij vrouwen (>70 jaar) wordt vergeleken. De eerste resultaten laten zien dat de primaire uitkomstmaat, de kwaliteit van leven, beter is bij bestraling.9 De oncologische uitkomsten zijn nog niet beschikbaar.
Referenties
1. Kirby A, et al. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2023;117(4):e7.
2. Sheitelman SF, et al. Pract Rad Oncol 2024;4:112-32.
3. Gentilini OD, et al. JAMA Oncol 2023;9:1557-64.
4. Reimer T, et al. N Engl J Med 2025;392:1051-64.
5. Vasmel JE, et al. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2020;106:821-9.
6. Civil YA, et al. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2025;121:613-22.
7. Civil YA, et al. BMC Cancer 2023;23:419.
8. Kunkler IH, et al. N Engl J Med 2023;388:585-94.
9. Meattini I, et al. Lancet Oncol 2025;26:37-50.
Dr. Marten Dooper, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 4