De Brian G.M. Durie Outstanding Achievement Award, een erkenning voor een buitengewone bijdrage aan het onderzoek naar multipel myeloom, ging dit jaar naar prof. dr. Sonja Zweegman (Amsterdam UMC). Zij ontving de prijs van de International Myeloma Foundation onder meer voor haar belangrijke aandeel in het optimaliseren van de behandeling voor oudere en kwetsbare patiënten met multipel myeloom en voor haar translationeel onderzoek naar nieuwe prognostische factoren, waaronder de ‘immunologische leeftijd’ voor deze groep patiënten.
De Brian G.M. Durie-award werd 10 juni uitgereikt tijdens de 16e jaarlijkse bijeenkomst van de International Myeloma Working Group (IMWG). Sonja Zweegman ontving de prijs uit de handen van de inmiddels 82 jaar oude naamgever van de prijs, die in de jaren 70 van de vorige eeuw samen met Sydney Salmon verantwoordelijk was voor het ontwikkelen van het eerste systeem voor het classificeren en stadiëren van patiënten met multipel myeloom (MM). Zweegman gebruikte dit systeem in de beginfase van haar carrière. “Ik ben met die classificatie opgegroeid. Ik ben in 1990 gestart met de opleiding tot internist en in 1995 naar de hematologie gegaan. Daar classificeerden we toen MM-patiënten volgens de Durie-Salmon-classificatie. Bij stadium 2 en 3 ging je behandelen en bij stadium 1 wachtte je in het algemeen met therapie, met name om het middel niet erger te laten zijn dan de kwaal. Het smouldering myeloom uit de huidige tijd.”
Kwetsbare patiënten
Een deel van het onderzoek van Zweegman en collega’s zou gezien kunnen worden als een vervolg op het werk van Durie. Maar waar Durie en Salmon zich richtten op de gehele patiëntenpopulatie, focust Zweegman zich op de groep oudere en/of kwetsbare patiënten. Zweegman: “In de tijd dat Durie en collega’s hun classificatie ontwikkelden, werd met name gekeken naar ziektekarakteristieken. In de loop der jaren heeft men patiëntkarakteristieken hieraan toegevoegd. Want als je alleen naar de ziekte kijkt en niet naar de patiënt, dan kun je alsnog de verkeerde therapeutische keuze maken. Hier in Amsterdam hebben wij met name bijgedragen aan hoe je de oudere patiënten met multipel myeloom het beste kan behandelen. Samen met hematologen in Nederland, onderzoekers en promovendi. Dit is echt een team effort geweest.”
De focus op oudere patiënten is belangrijk, omdat de mediane leeftijd van patiënten met MM 70 jaar is. Zweegman: “We weten tegenwoordig dat leeftijd eigenlijk een heel slechte indicator is om te zeggen wat mensen wel of niet aan behandeling kunnen ondergaan. Daarom hebben we inmiddels de frailty-score, die door de IMWG is ontwikkeld, om te bepalen of patiënten kwetsbaar zijn. Wij hebben veel werk gedaan om die score enerzijds te valideren en anderzijds te optimaliseren. Daarbij hebben we binnen HOVON als eerste ter wereld een studie opgezet die specifiek ontwikkeld was voor kwetsbare patiënten met MM.”
Frailty-score
Onder meer toonden Zweegman en collega’s aan dat de frailty-score aangescherpt kon worden. Zo bleken sommige patiënten die ouder waren dan 80 jaar, maar zonder geriatrische verschijnselen of comorbiditeiten, een betere uitkomst te hebben. Zweegman: “We hebben veel artikelen gepubliceerd die laten zien dat leeftijd niet de belangrijkste factor is. En konden we een ultra-frail groep aantonen met een heel slechte prognose. Verder heeft promovenda Febe Smits binnen ons team aangetoond dat frailty niet statisch is, maar dynamisch, en verandert gedurende de behandeling. Dit dynamische model verbetert de voorspellende waarde van frailty. Zo hopen we in de toekomst aan te tonen dat als je de behandeling aanpast, de uitkomsten voor kwetsbare patiënten verbeteren.”
Toch worden deze hulpmiddelen niet altijd voldoende in de praktijk toegepast, stelt Zweegman. “Soms zien we dat artsen de situatie proberen te simplificeren en terugvallen op gebruik van de WHO performance status. Maar hematoloog Kaz Groen heeft aangetoond dat als je dat doet, je wel 20% te veel patiënten als kwetsbaar bestempelt. Dat leidt vervolgens tot onderbehandeling van deze groep.” En samen met immunoloog Tuna Mutis en hematoloog Niels van de Donk binnen de afdeling Hematologie in Amsterdam UMC heeft Zweegman een immunologische aging clock ontwikkeld. Een patiënt die immunologisch gezien jonger is, heeft een betere uitkomst.
Kwaliteit van leven
De grootste misvatting omtrent kwetsbare patiënten is volgens Zweegman dat behandelaars kunnen denken dat een behandeling een te grote nadelige impact zal hebben op de kwaliteit van leven van patiënten. Analyses die verricht zijn samen met promovendus Maarten Seefat en onderzoekers David Cucchi en Hedwig Blommestein, van diverse HOVON-studies laten echter zien dat ziektecontrole ook kan leiden tot een verbeterde kwaliteit van leven. “Maar het is zeker niet zo dat dit voor iedereen geldt”, benadrukt Zweegman. “Daarom zijn we ook naar nieuwe vormen van rapportage gaan kijken om te kunnen achterhalen welke patiënten wel of niet een verbetering van de kwaliteit van leven hebben.”
Om de kwaliteit van leven van MM-patiënten nog beter in kaart te brengen, heeft Zweegman binnen de IMWG een nieuwe onderzoeksgroep opgezet, in samenwerking met hematoloog Surbhi Sidana, van de Stanford University in Californië, Verenigde Staten. “Daarin brengen we hematologen van over de hele wereld bij elkaar om ervoor te zorgen dat we kwaliteit van leven op dezelfde manier rapporteren. Zodat we de analyses wereldwijd kunnen vergelijken en ook gaan vaststellen welke veranderingen nu daadwerkelijk een beter leven voor de patient reflecteren – het minimaal belangrijke verschil. Dat kunnen we nu nog niet, omdat iedereen dit op een verschillende wijze analyseert en rapporteert.”
Behandeling
Verder kan de behandeling van kwetsbare patiënten nog worden aangepast om een zo goed mogelijk effect met zo min mogelijk toxiciteit te behalen, denkt Zweegman. Diverse nieuwe behandelingen, zoals immunotherapie en CAR-T-celtherapie, kunnen de uitkomsten bij kwetsbare patiënten mogelijk verbeteren. Een aantal nieuwe studies worden momenteel voorbereid. Zweegman: “We willen de meest effectieve therapie zo kort mogelijk proberen te geven. We gaan bijvoorbeeld binnen het European Myeloma Network in samenwerking met HOVON een Europese studie doen waarin we gaan kijken of kwetsbare patiënten immunotherapie met bispecifieke antistoffen kunnen verdragen. Dat zijn heel effectieve therapieën, maar de vraag is of kwetsbare patiënten die kunnen ondergaan. En als deze behandeling ook bij kwetsbare patiënten effectief is, en de ziekte diep in remissie is, kunnen we mogelijk de therapie een tijdje stoppen.”
In dit verband is ook CAR-T-therapie een interessante behandelstrategie, stelt Zweegman. ”Het mooie daarvan is dat CAR-T-celtherapie een eenmalige behandeling is. Dit geeft in het begin wel toxiciteit, maar als je 75 bent en je kunt misschien vervolgens tien jaar zonder ziekte zijn, is dat een gunstig vooruitzicht.” Een fase 1-studie hiernaar, met in het Amsterdam UMC geproduceerde CAR-T-cellen die ontwikkeld zijn op basis van een nieuw design van Maria Themeli, gaat naar verwachting volgend jaar van start. “Gelukkig heb ik nog een jaar of acht voor mijn pensioen. Het werk is nog niet klaar.”
Drs. Twan van Venrooij, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 4