Met de aanstelling van prof. dr. Janneke Grutters als eerste hoogleraar Vroege Health Technology Assessment geeft het Radboudumc te Nijmegen dit relatief nieuwe vakgebied een boost. “Ik hoop eraan bij te dragen dat het in de toekomst routine is om vroege health technology assessment in de zorg toe te passen. Daarbij gaat het mij er vooral om dat we vroeg in het ontwikkel- en implementatieproces nadenken over de meerwaarde van een nieuwe technologie. Dit kan voor iedereen anders zijn, dus je moet openstaan voor andere perspectieven.”
Janneke Grutters studeerde gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht en volbracht haar promotieonderzoek naar de zorg bij slechthorenden bij dezelfde universiteit. “Tijdens dat promotieonderzoek maakte ik voor het eerst kennis met health technology assessment (HTA). Vervolgens ging ik als postdoc aan de slag bij het radiotherapiecentrum Maastro in Maastricht, waar ik onderzoek deed naar de kosteneffectiviteit van protonentherapie. Niet lang daarna kreeg ik een aanstelling als universitair docent bij het Radboudumc in Nijmegen, waar ik sinds 1 september 2024 ben aangesteld als de eerste hoogleraar Vroege Health Technology Assessment en op 11 april jl. mijn inaugurele rede hield. Deze rede hield ik na de afscheidsrede van hoogleraar HTA prof. dr. Gert Jan van der Wilt, wat een hele leuke ervaring was”, vertelt Grutters.
Vroege HTA
Vroege HTA betreft de vroege evaluatie van innovaties in de zorg, waarbij de innovaties niet alleen nieuwe technologieën betreffen, maar bijvoorbeeld ook procesinnovaties. Grutters: “We proberen daarbij vanaf een vroege fase van de ontwikkeling van zo’n technologie mee te denken over de uiteindelijke toegevoegde waarde en de besluitvorming te informeren rond zaken als de verdere ontwikkeling, benodigd onderzoek en het investeren van geld en personeel. Het liefst doen we dit al op het moment dat de ontwikkelaars alleen nog maar een idee hebben voor een nieuwe technologie. We proberen dan vast te stellen welk probleem of gebrek een technologie moet verhelpen, of er überhaupt sprake is van een probleem en wat de toegevoegde waarde is voor de maatschappij, de patiënt en andere stakeholders.
Je hoort vaak dat het niet mogelijk is om een technologie te evalueren zolang er van die technologie geen resultaten zijn, maar dit zien wij anders. We kunnen bijvoorbeeld al de situatie zonder de nieuwe technologie in kaart brengen en verkennen wat de gevolgen zijn als we iets aan die situatie veranderen. Natuurlijk is dit puur hypothetisch, maar het geeft inzicht in de mogelijke waarde en kosteneffectiviteit van een nieuwe technologie. Op basis van een vroege HTA raden we eigenlijk zelden of nooit af om een innovatie verder te ontwikkelen of implementeren, maar geven we een advies over potentiële aanpassingen. Wat er met dat advies wordt gedaan is aan de innovatoren en andere stakeholders.”
Kwaliteit en kwantiteit
Om dit inzicht te krijgen, maakt men bij vroege HTA veelal gebruik van twee soorten onderzoek. Grutters: “Het eerste betreft kwalitatief onderzoek, waarbij we de opinie van stakeholders peilen via interviews of focusgroepen en op basis daarvan de huidige situatie en context van het zorgpad in kaart brengen en inschatten wat de nieuwe technologie voor het zorgpad zou kunnen betekenen. We proberen dan vragen te beantwoorden zoals: zitten de stakeholders op die technologie te wachten en onder welke voorwaarden? Wat zou maken dat de nieuwe technologie iets toevoegt aan het zorgpad? Naast het kwalitatieve onderzoek passen we modellen toe waarmee we het zorgpad kwantitatief in kaart brengen en virtueel veranderen op grond van de kenmerken van de nieuwe technologie. We kijken dan bijvoorbeeld naar de mogelijke gevolgen voor de kosten en competenties en kunnen ook simuleren op welke plekken in het zorgpad de technologie het beste tot zijn recht zou komen. Zo kun je een diagnostische test bijvoorbeeld inzetten ter vervanging of juist ter aanvulling van een bestaande test. Voor dit deel van de evaluatie maken we ook steeds vaker gebruik van open-accessmodellen voor het gehele zorgpad van een specifieke ziekte.”
Voor nieuwe technologieën zijn er geen landelijke criteria waar ze aan moeten voldoen, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is voor nieuwe geneesmiddelen. “Of een nieuwe technologie voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk en geïmplementeerd kan worden, wordt gewoonlijk dan ook bepaald door de ziekenhuizen zelf. Voor innovatoren kan het dan onduidelijk zijn aan welke criteria hun technologie moet voldoen en is het soms lastig om hun innovatie geïmplementeerd te krijgen. Wij kunnen ze met deze zaken helpen.
Sommige financieringsorganisaties voor de gezondheidszorg stimuleren de toepassing van (vroege) HTA. Zo vraagt ZonMw steeds vaker aan HTA-experts om subsidieaanvragen voor nieuwe technologieën te prioriteren en aan onderzoekers om tijdens de loop van hun ZonMw-project vroege HTA mee te nemen. Dit vergroot de kans dat nieuwe innovaties daadwerkelijk iets opleveren voor de zorg en de maatschappij”, aldus Grutters.
Voorbeeld
Een voorbeeld van een vroege HTA door Grutters en collega’s is de vroege evaluatie van een idee van een aantal chirurgen. “Bij resectabele slokdarmkanker wordt er na neoadjuvante chemoradiatie preventief een vrij uitgebreide lymfeklierdissectie uitgevoerd. Deze interventie is echter geassocieerd met een verhoogd risico op complicaties, een verminderde kwaliteit van leven (QoL) en hogere kosten. Daarom vroegen de chirurgen zich af of het mogelijk was om aan de hand van de herstadiëringsresultaten te voorspellen hoe groot het risico op lymfekliermetastasen is en bij een laag risico de lymfeklierdissectie te beperken. Vervolgens hebben wij dit met een model doorgerekend en bleek dat de impact van de uitgebreide lymfeklierdissectie op de QoL en kosten klein was in vergelijking met het risico op het missen van lymfekliermetastasen met de nieuwe methode.1 Het risico op een fout-negatieve herstadiëring, en daarbij horende gevolgen voor de prognose, was te hoog. De conclusie van de vroege HTA was dus dat de voordelen van het beperken van de lymfeklierdissectie bij een negatieve herstadiëring niet leken op te wegen tegen de nadelen. Hierop besloten de chirurgen om alleen een nieuwe methode toe te passen wanneer deze met hoge zekerheid lymfekliermetastasen kan uitsluiten”, vertelt Grutters.
Expertisegroepen
Grutters is coördinator van een nationaal consortium van vroege-HTA-experts dat in opdracht van ZonMw een nationaal leernetwerk opzet op het gebied van vroege HTA. “Doel van dit consortium is in eerste instantie om van elkaar te leren en ervaringen uit te wisselen, maar ook om onderwijs te geven over vroege HTA en innovatoren en andere stakeholders bekend te maken met het vakgebied. Binnenkort zullen we een online platform lanceren waarop we informatie en voorbeelden geven van vroege HTA en de mogelijkheid bieden om met vroege-HTA-experts in contact te komen.2 Op deze manier hopen we in Nederland een gemeenschap te creëren die geïnteresseerd is in vroege HTA en dit vakgebied wil uitdragen en verder helpen.”
Naast het nationale consortium maakt Grutters deel uit van een internationale werkgroep, bestaande uit onderzoekers, beleidsadviseurs en vertegenwoordigers van de industrie, die zich bezighoudt met vroege HTA. “Net als bij het nationale consortium is het primaire doel van deze werkgroep om van elkaar te leren en de vroege HTA verder te brengen. Recentelijk hebben we een consensusdefinitie van vroege HTA gepubliceerd en binnenkort zullen we starten met het opstellen van richtlijnen over de uitvoering en rapportage bij vroege HTA, die toch net wat anders zijn dan bij de traditionele HTA.”3
Referenties
1. Scholte M, et al. BMJ Surg Interv Health Technol 2020;2:e000027.
2. Informatief platform voor vroege HTA. Te raadplegen via earlyhta.com/
3. Grutters JP, et al. Int J Technol Assess Health Care 2025;41:e34.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 4