Trots is prof. dr. Joost Verhoeff, radiotherapeut-oncoloog en hoogleraar Radiotherapie bij het Amsterdam UMC, op het hoge niveau dat Nederland volgens hem heeft bereikt in radiotherapie. “Wereldwijd staan we aan de top.” Op 14 maart 2025 hield hij zijn oratie en aanvaardde hij zijn leerstoel officieel. “Bij radiotherapie ligt de focus vooral op de oncologie. Maar er zijn meer toepassingen mogelijk. Die wil ik ook gaan onderzoeken.”
Het vakgebied van de radiotherapie is inmiddels zo’n 130 jaar oud. Met name in de laatste vijf tot tien jaar zijn de ontwikkelingen in een stroomversnelling geraakt”, zegt Joost Verhoeff. Sinds Marie Curie en Wilhelm Röntgen rond het begin van de 20e eeuw hun eerste experimenten met straling deden, is er ontzettend veel veranderd. “De komst van rekenkracht en AI heeft hier sterk aan bijgedragen. Daarmee is het mogelijk om met de computer het bestralingsgebied automatisch zeer exact in te tekenen en heel gericht een hoge dosis straling op de tumor los te laten, waarbij het gezonde weefsel nauwelijks wordt aangetast. Veelzeggend is dat ik met patiënten tegenwoordig meer praat over onderwerpen zoals een taxi die te laat arriveert dan over opgetreden bijwerkingen van hun radiotherapie.”
Enorme tijdswinst
Technisch presteert radiotherapie steeds beter, zo stelt de Amsterdamse hoogleraar. “Met AI wordt het steeds makkelijker om het tumorgebied digitaal in te tekenen. Vroeger – en dan bedoel ik een jaar of tien geleden – waren we vooral bezig met contouren van de tumor en omliggende organen, en het met repeterende menselijke handelingen optimaliseren van het bestralingsgebied op een MRI- of CT-scan. Nu met AI zijn de intekeningen zo goed dat je het bestralingsplan nauwelijks nog hoeft aan te passen.
Vroeger duurde het twee weken van intekening van de tumor tot het moment van bestraling, met AI een kwartier. Deze enorme tijdwinst hebben we hard nodig door de vergrijzing en personeelstekorten. We kunnen patiënten nu online adaptieve radiotherapie aanbieden, waarbij elke dag vlak voor de bestraling een CT-scan van de tumor en de organen wordt gemaakt. Zo beschik je over de meest actuele informatie over de positie en de grootte van de tumor. Met een MRI-Linac is het zelfs mogelijk de tumor continu in beeld te houden.”
Menselijke maat
Verhoeff sprak in zijn oratie geregeld over de ‘menselijke maat’. Hoe komt die naar voren in de radiotherapie? “Het is nu een heel menselijk vakgebied, met veel tijd voor de patiënt, ondanks de verwachte personeelstekorten. Door AI de niet-contactgebonden activiteiten te laten doen, kan het patiëntencontact intensief blijven.
De ‘menselijke maat’ komt ook terug bij het zogeheten hypofractioneren – minder vaak behandelen, maar met een hogere dosis. Doordat zeer gericht met hoge doses kan worden bestraald, hoeven mensen veel minder vaak naar het ziekenhuis te komen. Bij borstkanker is het aantal bestraling afgenomen van vijfentwintig naar vijf en bij prostaatkanker van dertig naar vijf. Zelf doe ik onderzoek in nationaal verband naar de verkorting van het bestralingstraject van hersentumoren, een hypofractioneringsonderzoek, gefinancierd door ZonMw. Patiënten zijn dan in twee weken klaar in plaats van in zes weken.”
Holobox
In zijn oratie noemde Verhoeff de Holobox als innovatie. “Dit is een soort halve spreekkamer waar een patiënt in kan zitten en waar achter een tafel een hologram van de arts verschijnt. Andersom ziet een arts de patiënt ook als hologram in de andere helft van de spreekkamer op de locatie waar de arts zich bevindt. Zo kan digitaal de afstand tussen twee locaties van een ziekenhuis worden overbrugd en kan toch direct en realistisch patiëntencontact plaatsvinden. Op de afdeling Radiotherapie van het Amsterdam UMC werken we op dit moment aan een pilot.
Het concept van de Holobox kan uiteraard ook door andere disciplines dan de radiotherapie worden gebruikt, maar in Amsterdam willen we de pilot doen bij radiotherapie, omdat wij de enige afdeling van het Amsterdam UMC zijn met vier locaties: het voormalige AMC en VUmc, en in Hoorn en Almere. Omdat bij ons iedere radiotherapeut supergespecialiseerd is op een bepaald vakgebied, moeten we eigenlijk op deze vier locaties tegelijk aanwezig kunnen zijn. Door de Holobox wordt het mogelijk om op één locatie te blijven en in kort tijdsbestek te praten met patiënten die zich op de drie andere locaties bevinden.
Dat de pilot loopt vanaf de afdeling Radiotherapie heeft er natuurlijk ook mee te maken dat we als radiotherapeuten technisch zijn ingesteld en vergeleken met andere specialismen een bovengemiddelde interesse hebben voor nieuwe technische snufjes en digitalisering van de zorg. Wel blijft het fijn en belangrijk om patiënten bij een eerste contact echt te zien. Dat rechtstreekse patiëntencontact blijft onvervangbaar.”
AI
AI is inmiddels niet meer weg te denken uit de radiotherapie, geeft Verhoeff aan. “Met name in onderzoek speelt dit een grote rol. Kunnen we intekeningen nog nauwkeuriger maken met behulp van AI? Kunnen we met scans voorspellingen doen over het beloop van de ziekte? Voor toepassing van AI in de patiëntenzorg is CE-markering cruciaal. Het is haast onmogelijk om voor elk algoritme apart de bureaucratie voor deze markering te doorlopen. Een slimme oplossing is om CE-goedkeuring te vragen voor een platform waarop vervolgens meerdere nieuwe algoritmen kunnen draaien. Dan wordt het mogelijk om sneller de gevalideerde algoritmen – bijvoorbeeld een netwerk dat goed een tumor in de long kan vinden – daadwerkelijk in de patiëntenzorg in te zetten.”
Uitzonderlijk goed
Volgens Verhoeff is de radiotherapie in Nederland van een uitzonderlijk goede niveau. “We lopen voor op de rest van de wereld. Zo hebben we radiotherapie sterk gecentraliseerd in vijfendertig Nederlandse ziekenhuizen, waar veel slimme mensen bij elkaar zitten om na te denken over hoe het allemaal nóg beter kan. We staan in de wereld bekend om ons innoverende vermogen en onze goede onderlinge samenwerking. Daar ben ik echt trots op. In Nederland is de toegankelijkheid van radiotherapeutische zorg goed geregeld. Dat is in schril contrast met bijvoorbeeld Engeland, waar in 2024 meer dan één op de drie patiënten langer dan twee maanden op hun behandeling moest wachten door een tekort aan apparatuur en personeel.
Verder loopt de radiotherapie wat betreft centralisatie ook binnen Nederland ver voorop. Al vanaf ongeveer 2010 wordt er gesproken over volumenormen en centralisatie van specialistische zorg. Jaren is er vergaderd voordat in het recente Integraal Zorgakkoord (IZA) concrete volumenormen zijn genoemd. Bij de centralisatie van specialistische behandelingen heeft de radiotherapie al het maximale gedaan, waardoor we nu zo goed presteren. En het was logisch geweest als de rest van de oncologische zorg ook gegroepeerd was rondom de huidige bestralingscentra, dat had een hoop vergaderingen gescheeld. Een positieve ontwikkeling in dat licht is de opkomst van regionale oncologienetwerken overal in het land, zodat de juiste zorg op de juiste plek toegankelijk blijft. Ik hoop ook dat we steeds beter multidisciplinair gaan samenwerken. Graag nodig ik collega-behandelaars uit om eens een kijkje te nemen op onze afdeling. Door onze bescheidenheid als radiotherapeuten is vaak bij anderen niet bekend welke mooie dingen er mogelijk zijn met de recente innovaties.”
Andere indicaties
Tot slot trekt Verhoeff het perspectief van radiotherapie breder. “Meestal ligt bij radiotherapie de focus op oncologische toepassingen. Maar er zijn ook andere toepassingen mogelijk. Denk aan voormalig olympisch kampioen Usain Bolt, die in Duitsland radiotherapie onderging voor een ontsteking in zijn enkel en daarna weer voor goud rende. Ook bij de behandeling van de ziekte van Alzheimer en bij obsessieve compulsieve stoornissen biedt radiotherapie mogelijkheden. Ik hoop de komende jaren verder te gaan uitzoeken waarvoor radiotherapie ook buiten de oncologie kan worden ingezet.”
Drs. Marc de Leeuw, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 3