Uit langetermijnresultaten van de fase 1b/2-CARTITUDE-1-studie blijkt dat een eenmalige toediening van ciltacabtagene autoleucel na ruim vijf jaar geassocieerd is met diepe en duurzame responsen en mogelijk genezing bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom. Daarnaast werd de behandeling over het algemeen goed verdragen, zo bleek tijdens het EHA2025 Congress uit de presentatie van prof. dr. Sundar Jagannath (New York, Verenigde Staten).
In de open-label fase 1b/2-CARTITUDE-1-studie wordt de uitkomst onderzocht van een eenmalige toediening van het BCMA-specifieke chimere antigeenreceptor (CAR) T-celproduct ciltacabtagene autoleucel (cilta-cel) bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom. Eerdere resultaten van deze studie lieten zien dat cilta-cel goed werd verdragen en geassocieerd was met diepe en duurzame responsen en een mediane progressievrije overleving (PFS) van 34,9 maanden.1,2 Na een mediane follow-up van 33,4 maanden werd de mediane algehele overleving (OS) niet bereikt. De huidige analyse betreft de geüpdatete resultaten na een mediane follow-up van ruim vijf jaar.
Diepe respons
Van de 97 behandelde patiënten in de algehele populatie waren 32 (33%) patiënten in leven en progressievrij na een mediane follow-up van 61,3 maanden.3,4 “Bij twaalf patiënten met een stringente complete respons werd door één centrum serieel de meetbare restziekte (MRD) bepaald en PET/CT-scans gemaakt. Daaruit bleek dat alle twaalf (100%) patiënten MRD- en PET/CT-negatief waren gedurende de gehele follow-up van vijf jaar, wat suggereert dat ze mogelijk genezen zijn. Elf van de twaalf patiënten waren MRD-negatief bij een drempelwaarde van 10-6 en één patiënt bij een drempelwaarde van 10-5”, vertelde Sundar Jagannath. In de algehele populatie was de mediane OS 60,7 maanden.
Associatie
Uit een post-hocvergelijking van progressievrije patiënten (n=32) en patiënten met progressieve ziekte binnen vijf jaar (n=46) bleek dat de progressievrije patiënten aanzienlijk minder plasmacellen in hun beenmerg hadden. Hoog-risicocytogenetica of de aanwezigheid van extramedullaire plasmacytomen hadden geen grote invloed op het risico op progressie. Daarnaast was een duurzame ziektecontrole significant geassocieerd met een hogere ratio van T-cellen versus neutrofielen, de aanwezigheid van fittere T-cellen in cilta-cel en een hogere effector-versus-targetratio.
Cilta-cel werd over het algemeen goed verdragen en tijdens deze langere follow-up werden geen nieuwe veiligheidssignalen geconstateerd.
“Eerder gebruik van cilta-cel zou de langdurige remissies nog verder kunnen verlengen”, aldus Jagannath. Om dit te onderzoeken wordt in de CARTITUDE-5- en -6-studie de uitkomst vergeleken van cilta-cel versus standaardzorg bij patiënten met nieuw-gediagnosticeerd multipel myeloom.
Referenties
1. Berdeja JG, et al. Lancet 2021;398:314-24.
2. Lin Y, et al. J Clin Oncol 2023;41(16_suppl): abstr 8009.
3. Jagannath S, et al. HemaSphere 2025;9(S1): abstr S192.
4. Jagannath S, et al. J Clin Oncol 2025 Jun 3. DOI: 10.1200/JCO-25-00760. Online ahead of print.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 2
Commentaar dr. Inger Nijhof, internist-hematoloog, St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein
Tijdens het EHA2025 Congress werden spraakmakende en mogelijk practice-changing resultaten gepresenteerd van studies naar nieuwe behandelingen bij patiënten met multipel myeloom. Zo was er bijvoorbeeld een presentatie over de geüpdatete resultaten van de fase 1b/2-CARTITUDE-1-studie, waarin de uitkomst werd onderzocht van een eenmalige toediening van het BCMA-specifieke chimere antigeenreceptor (CAR) T-celproduct ciltacabtagene autoleucel (cilta-cel) bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom (RRMM). Eerder gepresenteerde resultaten van deze studie hadden laten zien dat de behandeling met cilta-cel geassocieerd was met een hanteerbaar toxiciteitsprofiel, een objectieve responspercentage (ORR) van 97% en een mediane progressievrije overleving (PFS) van 34,9 maanden, een indrukwekkend resultaat in deze patiëntengroep met een slechte prognose.1,2 Uit de nu gepresenteerde resultaten bleek dat 33% van de 97 behandelde patiënten nog in leven en progressievrij was na een mediane follow-up van 61,3 maanden, waarbij al deze patiënten nog steeds in diepe remissie zijn!3,4 Daarbij waren de patiënten bij wie MRD bepaald is, allen MRD-negatief gedurende de hele follow-up. De hoop is dat deze patiënten nog een veel duurzamere PFS zullen hebben en dat we voorzichtig uitkijken naar het ontstaan van een plateau in de curve. Dit zijn spectaculaire resultaten. Verder werden er geen nieuwe veiligheidssignalen geconstateerd. Deze resultaten geven aanleiding tot klinische studies naar cilta-cel bij patiënten die minder voorbehandelingen hebben gehad, zoals de CARTITUDE-4-studie, waarin cilta-cel werd ingezet vanaf de tweede lijn bij hoog-risicopatiënten (zoals lenalidomide-refractaire patiënten en patiënten met een vroeg recidief na autologe stamceltransplantatie) en de eerste lijn in de lopende CARTITUDE-5- en -6-studie. Je zou kunnen bedenken dat eventuele onderhoudsbehandeling na cilta-celbehandeling, bijvoorbeeld in hoog-risicogroepen, wellicht kansen geeft om de werkzaamheid nog verder te verbeteren.
Ook was er een presentatie over de resultaten van een fase 1-studie bij patiënten met RRMM naar de veiligheid en werkzaamheid van het trispecifieke antilichaam JNJ-5322. Dit antilichaam bindt met hoge affiniteit aan zowel BCMA als GPRC5D op myeloomcellen en met relatief lage affiniteit aan CD3 op T-cellen, waardoor het risico op bijwerkingen zoals cytokinereleasesyndroom (CRS) mogelijk lager is. Dit bleek inderdaad het geval.5 Bij patiënten die met de aanbevolen fase 2-dosering (RP2D) werden behandeld was de incidentie van CRS 53%, maar dit was meestal van graad 1. Daarnaast kwamen ook neurotoxiciteit, smaak- en gewichtsverlies relatief weinig en/of vooral laaggradig voor. Alle 36 patiënten in de RP2D-groep hadden een objectieve respons, van wie 70,4% een complete respons (CR) en 25,9% een zeer goede partiële respons. Ik ben dan ook benieuwd naar de uitkomst van dit trispecifieke antilichaam in fase 2- en 3-studies bij patiënten met RRMM en bij minder uitgebreid voorbehandelde patiënten.
In de fase 2-RedirecTT-1-studie werden de werkzaamheid en veiligheid bepaald van combinatiebehandeling met de bispecifieke antilichamen talquetamab en teclistamab bij patiënten met RRMM en extramedullaire ziekte. Uit de resultaten bleek dat de ORR in deze uitgebreid voorbehandelde patiëntengroep maar liefst 78,9% was, met een CR of beter bij 54,4% van de patiënten.6 De mediane PFS was 15,4 maanden en de éénjaars-PFS was 61,0%. Het toxiciteitsprofiel van deze combinatiebehandeling kwam overeen met de profielen van de beide antilichamen. CRS en immune effector cell-associated neurotoxicity syndrome kwamen voor bij respectievelijk 78 en 12% van de patiënten en waren grotendeels van graad 1 of 2. Kortom, veelbelovende resultaten voor een patiëntengroep met een slechte prognose.
Referenties
1. Berdeja JG, et al. Lancet 2021;398:314-24.
2. Lin Y, et al. J Clin Oncol 2023;41(16_suppl): abstr 8009.
3. Jagannath S, et al. HemaSphere 2025;9(S1): abstr S192.
4. Jagannath S, et al. J Clin Oncol 2025 Jun 3. DOI: 10.1200/JCO-25-00760. Online ahead of print.
5. Popat R, et al. HemaSphere 2025;9(S1): abstr S100.
6. Kumar S, et al. HemaSphere 2025;9(S1): abstr LB4001.
In een podcast met dr. Jurjen Versluis bespreekt dr. Inger Nijhof naast bovenstaande studies ook de fase 3-MIDAS-studie naar meetbare-restziekte-gestuurde behandeling bij patiënten met nieuw-gediagnosticeerd multipel myeloom (NDMM) die voor transplantatie in aanmerking komen, en de LINKER-MM2-studie naar combinatiebehandeling met linvoseltamab en carfilzomib bij patiënten met RRMM. Daarnaast bediscussieert zij de resultaten van de MAGNETISMM-6-studie, waarin de uitkomst werd onderzocht van elranatamab in combinatie met daratumumab en lenalidomide bij patiënten met NDMM, en de nieuwe criteria voor hoogrisico multipel myeloom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts