Een langere follow-up van een fase 1-studie naar de combinatie van sonrotoclax plus zanubrutinib laat diepe en aanhoudende responsen zien bij patiënten met gerecidiveerde/refractaire chronische lymfatische leukemie. De combinatie had daarnaast een verdraagbaar veiligheidsprofiel, zei prof. Chan Cheah (Perth, Australië) tijdens het EHA2025 Congress. “De patiënten die ervoor kozen de behandeling na 96 weken te stoppen waren allemaal nog in remissie ten tijde van deze analyse.”
“Veel patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL) die in eerste instantie een respons hebben op therapie zullen uiteindelijk toch een recidief ontwikkelen”, zei Chan Cheah. “Nieuwe behandelopties zijn dus nog steeds nodig.” In de lopende fase 1-studie BGB-11417 worden verschillende behandelcombinaties met sonrotoclax (een nieuwe generatie BCL2-remmer) onderzocht bij patiënten met gerecidiveerde/refractaire (R/R) CLL, waaronder de combinatie met de BTK-remmer zanubrutinib. Cheah presenteerde geüpdatete veiligheids- en werkzaamheidsdata voor het cohort waarin deze combinatie onderzocht is.1 De primaire uitkomstmaten waren veiligheid, de maximaal getolereerde dosis (MTD) en de aanbevolen fase 2-dosering (RP2D). De behandeling bestond uit een lead-in met zanubrutinib van acht tot twaalf weken, gevolgd door zanubrutinib plus sonrotoclax tot ziekteprogressie of intolerantie. Cheah: “Maar patiënten konden er – volgens protocol – ook voor kiezen om na 96 weken te stoppen met de behandeling.” Sonrotoclax werd onderzocht in dagelijkse doseringen van 40 tot en met 640 mg.
Goed verdragen
In totaal zijn 47 patiënten behandeld met sonrotoclax plus zanubrutinib, met een mediane follow-up van 32,2 maanden. Uit de veiligheidsanalyse bleek dat er geen dosisbeperkende toxiciteit was opgetreden en dat de MTD niet bereikt was. De sonrotoclaxdosering van 320 mg werd gekozen als RP2D.
Cheah: “De combinatie met zanubrutinib werd over het algemeen goed verdragen. Ernstige treatment-emergent adverse events (TEAE’s) werden gezien bij 50% van de patiënten in het 320 mg-cohort, maar het aantal TEAE’s dat leidde tot een dosisreductie of het staken van de behandeling was laag.” De meest voorkomende TEAE in het 320 mg-cohort was neutropenie (46%). “En ondanks dat dit bij alle patiënten van graad 3 of hoger was, bleek de neutropenie over het algemeen voorbijgaand en ongecompliceerd van aard, zonder febriele neutropenie.”
ORR van 100%
De combinatie liet tevens een goede werkzaamheid zien, aldus Cheah. “We zagen hoge responspercentages bij alle onderzochte doseringen. Het objectieve responspercentage (ORR) was 96% bij alle evalueerbare patiënten, met een complete respons (CR) bij 52%. De ORR was 100% in het 320 mg-cohort, met een CR bij 48%.” De mediane tijd tot een CR was 8,5 maanden in dit cohort. Daarnaast liet de combinatie van sonrotoclax plus zanubrutinib vroege en hoge percentages niet-meetbare restziekte (uMRD)4 zien, waarbij de responsen dieper werden met de tijd. In het 320 mg-cohort hadden vier van de zes patiënten met del(17p) of een TP53-mutatie na 48 weken uMRD4 bereikt. Het PFS-percentage na dertig maanden was 94,7%. “Alle dertien patiënten die ervoor kozen na 96 weken te stoppen met de behandeling, waren – met een mediaan van 4,5 maanden sinds het stoppen – nog in remissie”, zei Cheah.
Hij concludeerde: “Deze voorlopige resultaten laten het potentieel zien van sonrotoclax plus zanubrutinib met een beperkte behandelduur bij R/R CLL, ook bij patiënten met hoogrisicokenmerken.”
Referentie
1. Cheah C, et al. HemaSphere 2025;9(S1): abstr S159.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist