Resultaten van de fase 3-CAST-studie laten zien dat profylaxe met ciclosporine plus post-transplantatie cyclofosfamide vergeleken met ciclosporine plus methotrexaat geassocieerd is met een significant betere graft-versus-hostziekte- en recidiefvrije overleving bij patiënten met gerecidiveerde acute leukemie of myelodysplastisch syndroom die een transplantaat kregen van een gematchte verwante donor. Daarnaast werden beide profylactische behandelingen goed verdragen, bleek tijdens het EHA2025 Congress uit de presentatie van prof. dr. David Curtis (Melbourne, Australië).
Ciclosporine (CsA) of tacrolimus in combinatie met methotrexaat (MTX) of mycofenolaat is een belangrijke profylactische behandeling van graft-versus-hostziekte (GVHD) bij patiënten die een allogene perifere bloedstamceltransplantatie (alloPBSCT) van een gematchte broer of zus ondergaan. Resultaten van de fase 3-CTN 1703-studie lieten zien dat de toevoeging van post-transplantatie cyclofosfamide (PTCy) aan tacrolimus en mycofenolaat de eenjaars GVHD- en recidiefvrije overleving (GRFS) significant verbeterde bij patiënten die een alloPBSCT met verminderde-intensiteitconditionering (RIC) ondergingen van een gematchte verwante donor.1
In de gerandomiseerde fase 3-ALLG BM12 CAST-studie werd de GVHD-profylaxe vergeleken van CsA + MTX versus CsA + PTCy bij patiënten met gerecidiveerde acute myeloïde of lymfatische leukemie dan wel myelodysplastisch syndroom die myeloablatieve of RIC-alloPBSCT ondergingen van een gematchte verwante donor. De primaire uitkomstmaat was de GRFS.
Significant betere GRFS
Uit de resultaten van CAST bleek dat profylaxe met CsA + PTCy (n=66) vergeleken met CsA + MTX (n=68) geassocieerd was met een significant lagere cumulatieve incidentie van acute GVHD van graad 3 tot 4 (p=0,032) en matige of ernstige chronische GVHD (p=0,033) als een eerste gebeurtenis.2,3 “Van groot belang was ook dat de toevoeging van PTCy niet geassocieerd was met een significant groter aantal patiënten met een recidief als eerste gebeurtenis en ook niet met een groter aantal patiënten die kwamen te overlijden vóór het ontstaan van GVHD”, aldus David Curtis.
Vergeleken met CsA + MTX was CsA + PTCy geassocieerd met een significant betere GRFS (HR 0,42; 95% BI 0,27-0,66; p<0,001). Curtis: “Na drie jaar was de GRFS verbeterd van 14% met CsA + MTX naar 49% met CsA + PTCy. Het GRFS-voordeel van CsA + PTCy was ook aanwezig in alle onderzochte subgroepen.”
Goed verdragen
De experimentele profylaxe met CsA + PTCy werd goed verdragen en was in de 100 dagen na transplantatie niet geassocieerd met een hogere incidentie van bijwerkingen van graad 3 of hoger. “Vergeleken met CsA + MTX was CsA + PTCy slechts geassocieerd met een drie dagen latere engraftment van bloedplaatjes, maar interessant genoeg niet met gevallen van cystitis. Cardiotoxiciteit van graad 3 of hoger kwam slechts voor bij twee (3%) patiënten die profylaxe met CsA + PTCy kregen en bij één (1%) patiënt die CsA + MTX had gekregen”, vertelde Curtis. Tussen beide groepen was er geen verschil in algehele overleving, maar in de CsA + PTCy-groep overleden procentueel minder patiënten aan een infectie of GVHD dan in de CsA + MTX-groep. Daarnaast was de recidiefvrije overleving significant beter in de CsA + PTCy-groep dan in de CsA + MTX-groep (HR 0,55; 95% BI 0,30-1,00; p=0,045).
Referenties
1. Bolaños-Meade J, et al. N Engl J Med 2023;388:2338-48.
2. Curtis D, et al. HemaSphere 2025;9(S1): abstr S103.
3. Curtis DJ, et al. N Engl J Med 2025 Jun 13. DOI: 10.1056/NEJMoa2503189. Online ahead of print.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 2