Uit een retrospectieve observatiestudie blijkt dat behandeling met azacitidine geassocieerd is met een aanzienlijke en duurzame inflammatoire, hematologische en moleculaire respons bij patiënten met VEXAS-syndroom. Deze werkzaamheid van azacitidine was vergelijkbaar bij patiënten met en zonder myelodysplastisch syndroom, bleek tijdens het EHA2025 Congress uit de presentatie van dr. Thibault Comont (Toulouse, Frankrijk).
Het VEXAS-syndroom is een ernstige aandoening die wordt veroorzaakt door somatische mutaties in UBA1 en wordt gekenmerkt door ontstekingen, cytopenieën en een verhoogd risico op de ontwikkeling van myelodysplastisch syndroom (MDS). In klinisch onderzoek liet azacitidine bij patiënten met VEXAS-syndroom een veelbelovende activiteit zien, maar verdere resultaten ontbreken nog.1,2
In een grote, multicenter, retrospectieve observatiestudie werden de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van azacitidine bij patiënten van 18 jaar en ouder met genetisch bewezen VEXAS-syndroom die deelnamen aan de FRENVEX-registratie. Daarbij lag de nadruk op de impact van azacitidine op de inflammatoire, hematologische en moleculaire respons.
Aanzienlijke responsen
In totaal werden 88 patiënten met VEXAS-syndroom en een mediane leeftijd van 71,5 jaar behandeld met azacitidine.3,4 Van deze 88 patiënten hadden 70 (80%) patiënten MDS. “De behandeling met azacitidine was geassocieerd met een objectieve respons van 61% bij 82 evalueerbare patiënten. Na zes en twaalf maanden had respectievelijk 41 en 54% van de patiënten een inflammatoire respons”, aldus Thibault Comont.
Hematologische responsen konden bepaald worden bij 74 patiënten. Van deze patiënten had 69, 77 en 78% een respons van respectievelijk het aantal erytrocyten, trombocyten en neutrofielen. Van de evalueerbare patiënten had 59% zowel een inflammatoire als een hematologische respons.
De moleculaire responsen konden worden bepaald bij veertig patiënten. Daaruit bleek dat 65% van de patiënten minimaal een 25% vermindering had van variant allele frequency (VAF) van UBA1 en dat de VAF minder dan 2% was bij 43% van de patiënten.
De inflammatoire, hematologische en moleculaire respons waren onafhankelijk van de MDS-status.
Veiligheidsprofiel
Van de 88 patiënten bij wie de veiligheid kon worden geëvalueerd had 60% minimaal één bijwerking. Comont: “Infecties waren frequent voorkomende bijwerkingen en kwamen voor bij 34% van de patiënten, met name tijdens de eerste drie behandelcycli (61%). Risicofactoren voor een vroege infectie waren een leeftijd boven 72 jaar en het aantal behandelingen met immunosuppressiva vóór de behandeling met azacitidine.” Van de andere bijwerkingen kwamen neutropenie (58% van de cytopenieën), anemie (26%) en trombocytopenie (16%) het vaakst voor.
Referenties
1. Comont T, et al. Br J Haematol 2022;196:969-74.
2. Zhao LP, et al. Haematologica 2025;110:1432-5.
3. Comont T, et al. HemaSphere 2025;9(S1): abstr S175.
4. Jachiet V, et al. Blood 2025 May 15. DOI: 10.1182/blood.2024028133. Online ahead of print.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer