Patiënten met slokdarmkanker met lymfeklieruitzaaiingen in de hals kunnen mogelijk curatief behandeld worden met een operatie waarbij de slokdarm en drainerende lymfeklieren verwijderd worden. Prof. dr. Richard van Hillegersberg, oncologisch chirurg in het UMC Utrecht, onderzoekt dit de komende jaren met een KWF-subsidie van ruim 600.000 euro.
Patiënten met slokdarmkanker met uitzaaiingen in de hals krijgen momenteel geen behandeling die gericht is op genezing. Meestal krijgen zij een chemotherapie gecombineerd met radiotherapie, maar geen operatie. Het UMC Utrecht gaat nu onderzoeken of deze patiënten beter af zijn als zij wel chirurgisch behandeld worden.
“Het is al lange tijd een discussiepunt of uitzaaiingen in de halsklieren afstandsmetastasen zijn of locoregionale metastasen”, vertelt Richard van Hillegersberg. “In het verleden werden metastasen in de lymfeklieren in de buik als afstandsmetastasen gezien en kregen patiënten in dat geval een palliatieve behandeling. Maar inmiddels zien we dat als locoregionale metastasen. En we denken nu dat uitzaaiingen in de halsklieren bij slokdarmkanker mogelijk ook zo gezien moeten worden. De slokdarm is namelijk een redelijk uniek orgaan, met een van de meest uitgebreide netwerken van lymfedrainage. Het strekt zich uit in drie compartimenten, zowel in het halsgebied als de borstkas en in de buik.”
Of uitzaaiingen als afstandsmetastasen of als locoregionale metastasen gezien worden, heeft een doorslaggevende invloed op de behandelkeuze. Patiënten met afstandsmetastasen komen niet meer in aanmerking voor een curatief traject, omdat de ziekte zich dan ook naar andere delen van het lichaam verspreid kan hebben.
Overleving vergelijkbaar
Om te kijken of een curatief traject toch mogelijk is bij deze patiënten, is de zogenoemde NODE-studie opgezet. In de NODE-I, een fase 2-studie, werden patiënten met slokdarmkanker met halskliermetastasen in het UMC Utrecht behandeld met chemoradiotherapie aangevuld met een slokdarmresectie waarbij ook de omliggende halsklieren verwijderd werden. “We zagen dat bij de patiënten die een slokdarm- en halsklierresectie kregen, de overleving vergelijkbaar was met die van patiënten zonder halskliermetastasen die op dezelfde manier behandeld worden.1 De studie was niet bedoeld om dat aan te tonen, maar dat is wel een indicatie dat een op genezing gerichte behandeling ook voor patiënten met halskliermetastasen mogelijk is.”
Van Hillegersberg vroeg daarom subsidie aan voor een vervolgstudie, de NODE-II. Hierin zullen 110 patiënten met slokdarmkanker en halskliermetastasen geïncludeerd worden en behandeld in een van de vier deelnemende centra. Naast het UMC Utrecht zijn dat het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, het Amsterdam UMC en het Erasmus MC in Rotterdam.
“Als voorbehandeling ontvangen zij ofwel chemoradiotherapie ofwel chemotherapie. We hebben recent besloten om de keuze voor de voorbehandeling aan het behandelend centrum over te laten, omdat vorig jaar een studie is verschenen die laat zien dat de overleving na de voorbehandeling met chemotherapie zelfs mogelijk iets beter is dan wanneer er chemoradiotherapie wordt gegeven.2 Waarschijnlijk maakt het daarbij uit welke vorm slokdarmkanker iemand heeft. Voor plaveiselcelcarcinomen is waarschijnlijk chemoradiotherapie de beste optie, maar voor adenocarcinomen zou chemotherapie, dat meer systemisch werkt dan chemoradiotherapie, beter kunnen zijn.”
De controlegroep wordt gevormd door patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die een standaard palliatieve behandeling hebben gekregen, dus chemotherapie of chemoradiotherapie. De primaire uitkomstmaat is de tweejaars algehele overleving. De overleving na vijf jaar vormt de secundaire uitkomstmaat.
Robotchirurgie
Alle deelnemende patiënten ondergaan een uitgebreide klierresectie, omdat het niet mogelijk is om per klier te kijken of die is aangedaan. “De diagnostiek die we doen met PET/CT-scans heeft z’n beperkingen. Afwijkingen kleiner dan 4 millimeter zien we daar niet mee. Daarom verwijderen we zowel klieren in de hals, de buikholte en de borstkas als er halskliermetastasen zijn gevonden”, licht Van Hillegersberg toe.
De chirurgie in deze studie wordt gedaan met een operatierobot. “Robotchirurgie heeft een aantal voordelen bij deze operatie. Zo kun je heel precies werken doordat de robot het beeld tien keer vergroot. En je werkt met vier armen in plaats van twee. We hebben in een grote studie aangetoond dat patiënten sneller herstellen en minder pijn hebben als ze met behulp van een robot zijn geopereerd. En waar vroeger patiënten meer dan twee weken in het ziekenhuis moesten blijven na de operatie, kunnen ze nu al na ongeveer een week naar huis. Momenteel werkt ongeveer de helft van de centra in Nederland die maag-slokdarmchirurgie doet met een robot, waaronder de vier centra die meedoen aan deze studie.”
Spijsverteringsweg herstellen
De subsidie van 609.120 euro is inmiddels door KWF Kankerbestrijding toegekend en Van Hillegersberg hoopt dat in september de eerste patiënten kunnen worden geïncludeerd in de studie. Naar schatting zijn er jaarlijks ongeveer zestig patiënten die in aanmerking komen voor deelname en de verwachting is dat er in drie tot vier jaar voldoende deelnemers zullen zijn, die veelal via de Dutch Upper GI Cancer Group (DUCG) geïncludeerd zullen worden.
Tijdens de operatie wordt er met behulp van de maag een nieuwe slokdarm gemaakt. “We maken van de maag een buis en die sluiten we aan op het bovenste deel van de slokdarm dat niet wordt verwijderd. Op die manier kunnen we de spijsverteringsweg heel goed herstellen.” Omdat de maag een reservoirfunctie heeft, kunnen patiënten na de slokdarmresectie wel minder grote hoeveelheden tegelijk eten. “Dat lijkt erg op patiënten die een maagverkleining krijgen. Alleen is het bij patiënten met slokdarmkanker niet de bedoeling dat ze veel afvallen. De grootste uitdaging is dan ook om na de operatie genoeg calorieën binnen te krijgen, maar dat lukt meestal goed door vaker op een dag te eten.”
De patiëntenvereniging SPKS, voor patiënten met maag- en slokdarmkanker, is nauw betrokken bij het onderzoek en haalde door deelname aan Alpe d’HuZes geld op voor KWF. “We hopen met dit onderzoek aan te tonen dat er voor patiënten met slokdarmkanker met halskliermetastasen ook genezing mogelijk is. In de NODE-I was de vijfjaarsoverleving meer dan 30%, terwijl met de palliatieve behandeling vrijwel niemand dat haalt. De NODE-I was te klein om conclusies aan te verbinden, maar de eerste tekenen zijn gunstig en we hopen dit in de NODE-II te kunnen bevestigen.”
Referenties
1. Van der Horst S, et al. Ann Surg Oncol 2023;30:2743-52.
2. Hoeppner J, et al. N Engl J Med 2025;392:323-35.
Drs. Raymon Heemskerk, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 3