Bijwerkingen van chemotherapie kunnen leiden tot een (forse) afname van de kwaliteit van leven, hoge kosten en soms zelfs een kortere overleving. E-health kan helpen bijwerkingen in een vroeg stadium te signaleren en (na gerichte adviezen) ernstige toxiciteit verminderen, betoogde internist-oncoloog dr. Mathijs Hendriks (Noordwest Ziekenhuisgroep, Alkmaar) tijdens het 22e Bossche Mamma Congres.
Geen behandeling zonder bijwerkingen. Deze kunnen leiden tot dosisreductie, uitstel van therapie, afname van de kwaliteit van leven of zelfs een kortere overleving. Maar ook tot extra ziekenhuisbezoeken en een toename van de kosten van de behandeling. Uiteraard krijgen patiënten voorafgaand aan een behandeling voorlichting over welke bijwerkingen ze mogelijk krijgen, wat ze daar zelf aan kunnen doen en wanneer het zaak is contact op te nemen met het ziekenhuis. In de praktijk komt deze informatie bij veel patiënten echter niet over (laaggeletterdheid en afname taalbegrip tijdens kankerbehandeling) of blijft niet hangen, vertelde Mathijs Hendriks. Met als gevolg dat patiënten niet de passende zelfzorgadviezen opvolgen, zoals die voorafgaand aan de behandeling gegeven zijn, en (mede daardoor) te laat of juist te vroeg aankloppen bij het ziekenhuis. Een ander punt is dat er in de huidige klinische praktijk (buiten studieverband) een slechte registratie is van het optreden van bijwerkingen, stelde Hendriks.
Registratie bijwerkingen
Inmiddels zijn er tal van apps en/of web-based hulpmiddelen ontwikkeld waarmee patiënten zelf bijwerkingen kunnen registreren. Een studie bij patiënten met gemetastaseerde longkanker wees uit dat wekelijks via een app de patiënt uitvragen naar het optreden van bijwerkingen – en zo nodig daarop ingrijpen – de overleving van de patiënten met gemiddeld ruim vijf maanden verbeterde.1 Meer winst dan je met een gemiddeld nieuw, duur geneesmiddel behaalt, stelde Hendriks vast.
In de Europese eSMART-studie leidde wekelijkse elektronische symptoommonitoring door patiënten – en waar nodig hierop acteren door de zorgverleners – tot minder (ernstige) bijwerkingen in de curatieve setting.2 Het gebruik van de apps door patiënten, indien aangeboden, is bovendien groot.
Eerder signaleren
Een nadeel van de huidige digitale hulpmiddelen is dat deze over het algemeen erop gericht zijn bijwerkingen te signaleren die zo ernstig zijn dat er acuut iets moet gebeuren, stelde Hendriks. Het zou wat hem betreft beter zijn als vooral ook de laaggradige bijwerkingen door de digitale hulpmiddelen goed worden opgepikt, zodat het ontstaan van ernstige bijwerkingen mogelijk wordt voorkomen. Twee prospectieve studies in Nederland gaan zich hierop richten: de eChemoCoach-studie (BOOG 2024-2) en de SYMPHA-studie (BOOG 2024-1).
De eChemoCoach-studie meet de ernst van de bijwerkingen door middel van online vragenlijsten die patiënten vanuit hun patiëntenportaal in het elektronisch patiëntendossier kunnen invullen.3 Hierna ontvangen ze direct een (automatisch, op beslisregels gebaseerd) gepersonaliseerd zelfzorgadvies over wat zij eventueel kunnen doen om de bijwerking te verminderen. De zorgverleners hebben rechtstreeks toegang tot de gegeven antwoorden en kunnen hier zo nodig op reageren. De primaire uitkomstmaat van de studie is het optreden van niet-hematologische toxiciteit van graad 3 of hoger.
De SYMPHA-studie richt zich op patiënten met gemetastaseerd mammacarcinoom.4 Patiënten wordt gevraagd om online vragenlijsten in te vullen over hun kwaliteit van leven, en krijgen toegang tot een patient-reported symptom monitoring-app waar klachten worden uitgevraagd met behulp van de PRO-CTC. Een deel van de deelnemers krijgt bovendien een Fitbit, een slim horloge dat gegevens opslaat over de conditie van de patiënt, zoals het aantal stappen, hartslag en slaapritme. De primaire uitkomstmaat van dit onderzoek is de kwaliteit van leven. Daarnaast moet de studie duidelijk maken of het mogelijk is met de Fitbit bijwerkingen eerder te herkennen of zelfs te voorspellen, legde Hendriks uit.
Daarnaast moet uit beide studies ook blijken of het digitaal registreren van bijwerkingen door patiënten de werklast van de zorgverleners kan verlagen. Bij dat laatste zou vooral het beperken van de huidige versnippering van meldingen en vragen van patiënten over bijwerkingen een rol kunnen spelen. Zorgverleners kunnen zich hierdoor hopelijk vooral richten op de patiënten die het echt nodig hebben, aldus Hendriks.
Referenties
1. Basch E, et al. JAMA 2017;318:197-8.
2. Maguire R, et al. BMJ 2021;374:n1647.
3. eChemoCoach-studie (BOOG 2024-2). Te raadplegen via www.boogstudycenter.nl/studies/studie-overzicht/echemocoach/
4. SYMPHA-studie (BOOG 2024-1). Te raadplegen via www.boogstudycenter.nl/studies/studie-overzicht/sympha/
Dr. Marten Dooper, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 4