Patiënten met intermediair-risico-borstkanker die een mastectomie hebben ondergaan ondervinden geen overlevingsvoordeel van adjuvante bestraling van de thoraxwand. Dit is het belangrijkste tienjaarsresultaat van de SUPREMO-studie, vertelde oncologisch radiotherapeut dr. Nicola Russell (Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam) tijdens het 22e Bossche Mamma Congres.
De oorsprong van de SUPREMO-studie ligt in de jaren 80-90 van de vorige eeuw, friste Nicola Russell het geheugen van de aanwezigen op. Studies uit onder andere Denemarken toonden toen aan dat toevoegen van locoregionale bestraling na mastectomie aan de (toenmalige) adjuvante systemische therapie leidde tot een betere recidiefvrije en totale tienjaarsoverleving. Desondanks was er, mede vanwege verbeteringen in de systemische therapieën en overleving in de daaropvolgende jaren, geen consensus over het voordeel van het toepassen van de adjuvante bestraling. De SUPREMO-studie moest daarom helderheid geven in deze kwestie, aldus Russell.
Geen verbetering
Tussen 2006 en 2013 – het gebrek aan consensus maakte de inclusie lastig – zijn 1.679 patiënten (T1-2 N1, T3N0 of T2N0 met graad 3 en/of lymfangio-invasie) 1:1 gerandomiseerd naar wel of geen adjuvante bestraling van de thoraxwand – maar niet de regionale klieren – na mastectomie en axillaire chirurgie, met axillaireklierdissectie indien N+. Alle patiënten kregen optimale adjuvante systemische therapie volgens de destijds geldende richtlijnen. De primaire uitkomstmaat van de studie was de tienjaars algehele overleving.
Die primaire uitkomstmaat laat zien dat het toevoegen van de bestraling van de thoraxwand niet leidt tot een verbetering van de tienjaarsoverleving, citeerde Russell de tijdens het San Antonio Breast Cancer Symposium 2024 gepresenteerde resultaten.1 Met bestraling bedroeg de tienjaarsoverleving 81,4% en zonder bestraling 82,0% (HR 1,04). Ook analyses van diverse subgroepen (leeftijd, N0-, histologie, et cetera) lieten geen significant verschil zien tussen wel of niet bestralen. Alleen bij patiënten met triple-negatieve borstkanker was er een trend tot een slechtere overleving door de bestraling, maar kleine patiëntenaantallen beperken de interpretatie. Er was een gering aantal lokale recidieven: 20 (2,5%) in de niet-bestraalde groep en 9 (1,1%) in de bestraalde groep (HR 0,45; 95% BI 0,20-0,99; p=0,046). Dus een klinisch niet-relevante reductie.
Bijdrage adjuvante systemische therapie
De belangrijkste verklaring voor het verdwijnen van het eind vorige eeuw gevonden voordeel van de adjuvante bestraling is volgens Russell de sindsdien sterk verbeterde chirurgische en systemische therapie bij patiënten met intermediair-risico-borstkanker. Inmiddels is met name de systemische behandeling nog verder verbeterd. Het heel lage risico op een lokaal recidief van <3% zonder thoraxwandbestraling bij de trialpatiënten maakt dat er nauwelijks winst te halen is in overleving met een lokaal toegepaste behandeling zoals radiotherapie, stelde Russell.
Referentie
1. Kunkler I, et al. SABCS 2024; abstract GS2-03.
Dr. Marten Dooper, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 4