Een eerstelijnsbehandeling met sacituzumab govitecan plus pembrolizumab leidt tot een statistisch significant betere progressievrije overleving versus chemotherapie plus pembrolizumab bij patiënten met PD-L1-positieve, lokaal gevorderde en niet-resectabele of gemetastaseerde triple-negatieve borstkanker. Dr. Sara Tolaney (Boston, Verenigde Staten) presenteerde deze primaire resultaten van de ASCENT-04/KEYNOTE-D19-studie tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting.
Sacituzumab govitecan (SG) is goedgekeurd voor de behandeling van gemetastaseerde triple-negatieve borstkanker (mTNBC) in tweede en latere lijnen. “Maar we weten ook dat veel patiënten met mTNBC niet aan een tweede behandellijn toekomen. Er is dan ook veel interesse voor het combineren van antilichaam-geneesmiddelconjugaten met immuuncheckpointremmers”, zei Sara Tolaney. In de gerandomiseerde fase 3-ASCENT-04/KEYNOTE-D19-studie zijn 443 patiënten met voorheen onbehandelde, PD-L1-positieve mTNBC 1:1 gerandomiseerd naar SG plus pembrolizumab of chemotherapie (naar keuze van de onderzoeker) plus pembrolizumab.1 De primaire uitkomstmaat was de progressievrije overleving (PFS) bepaald door blinded independent central review. De mediane follow-up ten tijde van deze analyse was 14,0 maanden.
48% vrij van progressie
De resultaten van de ASCENT-04/KEYNOTE-D19-studie lieten zien dat SG plus pembrolizumab een statistisch significante en klinisch relevante verbetering van de PFS gaf. Tolaney: “De mediane PFS was 11,2 maanden met SG plus pembrolizumab versus 7,8 maanden met chemotherapie plus pembrolizumab (HR 0,65; 95% BI 0,51-0,84; p<0,001). Na twaalf maanden was 48% van de patiënten in de SG-groep in leven en vrij van progressie versus 33% van de patiënten in de chemotherapiegroep.” Dit voordeel van SG plus pembrolizumab werd gezien in alle vooraf gespecificeerde subgroepen, behalve bij patiënten die in vroege stadia van de ziekte al een immuuncheckpointremmer hadden ontvangen. “Maar deze data moeten we voorzichtig interpreteren wegens de zeer kleine patiëntaantallen”, benadrukte Tolaney.
Hogere responspercentages
De resultaten wat betreft de algehele overleving (OS) waren – met een event bij 26% van de patiënten – nog immatuur, maar lieten volgens Tolaney een voorzichtig positieve trend zien naar een betere OS met SG plus pembrolizumab. Het objectieve responspercentage was 60% (met een complete respons bij 13%) bij patiënten die SG plus pembrolizumab ontvingen en 53% (met een complete respons bij 8%) bij patiënten die behandeld werden met chemotherapie plus pembrolizumab. De mediane duur van de respons was respectievelijk 16,5 versus 9,2 maanden.
Geen additionele toxiciteit
“Hoewel de mediane duur van de behandeling langer was met SG plus pembrolizumab, was het aantal bijwerkingen van graad 3 of 4 vergelijkbaar tussen beide studiegroepen”, zei Tolaney over de veiligheidsanalyse. Behandelingsgerelateerde bijwerkingen die leidden tot een dosisreductie of het staken van de behandeling, werden minder vaak gerapporteerd met SG plus pembrolizumab. “Het veiligheidsprofiel kwam overeen met de bekende profielen voor elk van de middelen en we zagen geen additionele toxiciteit.”
Tolaney concludeerde dat deze primaire resultaten van de ASCENT-04/KEYNOTE-D19-studie het gebruik van SG plus pembrolizumab als mogelijke nieuwe standaard eerstelijnsbehandeling voor patiënten met PD-L1-positieve mTNBC ondersteunen.
Referentie
1. Tolaney SM, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA109.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 2
Commentaar prof. dr. Agnes Jager, internist-oncoloog, Erasmus MC, Rotterdam
Tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting werden de primaire resultaten van de ASCENT-04/KEYNOTE-D19-studie als practice-changing gepresenteerd.1 Of dat echt zo is, vraag ik me af. In deze studie kregen patiënten met gevorderde, PD-L1-positieve, triple-negatieve borstkanker (TNBC) een eerstelijnsbehandeling met ofwel sacituzumab govitecan (SG) plus pembrolizumab of chemotherapie plus pembrolizumab. Na een mediane follow-up van veertien maanden was de progressievrije overleving (PFS) beter met SG plus pembrolizumab (11,2 maanden) ten opzichte van chemotherapie plus pembrolizumab (7,8 maanden; HR 0,65). Deze resultaten voldoen niet aan de PASKWIL-criteria. De preliminaire resultaten wat betreft de algehele overleving (OS) lieten een HR van 0,89 zien, maar bij 81% van de patiënten in de chemotherapiegroep was er bij progressie sprake van cross-over naar de SG-groep. De verwachting is daarom dat er uiteindelijk geen groot OS-verschil tussen beide groepen gevonden zal worden. SG is in latere lijn immers buitengewoon effectief gebleken. Voor Nederland zullen deze resultaten mijns inziens dan ook van beperkte betekenis zijn. Wellicht dat de combinatie van SG plus pembrolizumab nog meerwaarde heeft voor patiënten die tussen zes en twaalf maanden na de primaire behandeling al progressie hebben. Dit is een groep met een heel ongunstige prognose, waarvoor we eigenlijk geen reële opties hebben anders dan capecitabine. Hopelijk kunnen we SG plus pembrolizumab op termijn wel inzetten bij deze patiëntengroep. Een openstaande vraag is dan nog wel wat de meerwaarde is van pembrolizumab, vooral voor patiënten die in neoadjuvante setting al pembrolizumab gehad hebben.
Een andere belangrijke studie was de gerandomiseerde DESTINY-Breast09-studie, waarin de eerstelijnsbehandeling met trastuzumab deruxtecan (T-DXd) plus pertuzumab vergeleken werd met de standaardcombinatie taxaan plus trastuzumab en pertuzumab (THP) bij patiënten met gemetastaseerde, HER2-positieve borstkanker.2 De mediane follow-up was 29 maanden en de resultaten waren overtuigend positief voor de primaire uitkomstmaat PFS. De verbetering van 26,9 maanden met THP naar 40,7 maanden met T-DXd plus pertuzumab was statistisch significant en klinisch relevant (HR 0,56; 95% BI 0,44-0,71; p<0,00001). De belangrijkste twee commentaren op de studie zijn dat T-DXd werd gegeven tot progressie, terwijl de taxaan in de vergelijkende arm maar zes kuren gegeven werd, en dat slechts 20% van de patiënten in de tweede behandellijn T-DXd aangeboden kreeg. Dat geeft te denken, evenals de toxiciteit van de behandeling. Patiënten die bijvoorbeeld interstitiële pneumonitis ontwikkelen, kunnen in latere lijnen wellicht geen ander antilichaam-geneesmiddelconjugaat meer krijgen. Dus ondanks deze mooie resultaten denk ik dat we goed moeten nadenken of we dit regime wel per se in eerste lijn moeten willen inzetten.
Tot slot was er een zeer elegante studie naar een de-escalatiestrategie: de neoCARHP-studie. In deze non-inferioriteitsstudie is bij patiënten met HER2-positieve borstkanker onderzocht wat het percentage pathologisch complete responsen was bij een neoadjuvante behandeling met zes kuren van een taxaan plus trastuzumab en pertuzumab (THP) met of zonder carboplatine.3 De taxaan werd in een driewekelijks schema gegeven, daar waar veel landen de voorkeur geven aan wekelijks paclitaxel. De pathologisch complete respons van de groep die THP kreeg, bleek non-inferieur aan de respons van de groep die THP plus carboplatine kreeg. Een mooie studie die allereerst laat zien dat patiënten niet altijd negen kuren nodig hebben, wat we in Nederland al weten vanuit de TRAIN-studies. En daarnaast blijkt carboplatine dus ook weinig toe te voegen aan de behandeling. Voor patiënten met stadium II-borstkanker zijn dit wat mij betreft resultaten die onze dagelijkse praktijk kunnen veranderen. Voor patiënten met stadium III-ziekte ben ik iets terughoudender, omdat deze groep ondervertegenwoordigd was in deze studie. Maar als je al enige reden hebt om carboplatine niet te geven bij iemand met HER2-positieve borstkanker, kun je dat op basis van de resultaten van deze studie doen.
Referenties
1. Tolaney S, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA109.
2. Tolaney S, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA1008.
3. Wang K, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA500.
In een podcast gaan prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en prof. dr. Agnes Jager naast bovenstaande studies ook in op de VERITAC-2-, de INAVO120- en de FINER-studie. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts