Na een mediane follow-up van ruim negen jaar bevestigen de resultaten van de fase 3-CheckMate 214-studie dat eerstelijnsbehandeling met nivolumab plus ipilimumab vergeleken met sunitinib geassocieerd is met een betere algehele overleving en objectieve respons bij patiënten met gevorderd niercelcarcinoom. Daarnaast werden er geen nieuwe veiligheidssignalen geconstateerd. Deze langetermijnresultaten werden tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting gepresenteerd door prof. dr. Robert Motzer (New York, Verenigde Staten).
In de gerandomiseerde fase 3-CheckMate 214-studie worden de werkzaamheid en veiligheid vergeleken van eerstelijnsbehandeling met nivolumab plus ipilimumab, gevolgd door nivolumab, versus sunitinib bij patiënten met gevorderd, heldercellig niercelcarcinoom. Op grond van een significant betere objectieve respons en algehele overleving (OS) en een beheersbare toxiciteit na een mediane follow-up van 25 maanden werd de combinatiebehandeling met nivolumab en ipilimumab de nieuwe standaard bij patiënten met een intermediair of ongunstig risico.1 De huidige resultaten zijn afkomstig van de definitieve werkzaamheids- en veiligheidsanalyse.
Aanhoudend voordeel
Uit de geüpdatete resultaten bleek dat ook na een mediane follow-up van 9,3 maanden de voordelen van nivolumab plus ipilimumab vergeleken met sunitinib aanhielden.2 Bij patiënten met een intermediair of ongunstig risico was de combinatiebehandeling (n=425) versus sunitinib (n=422) geassocieerd met een betere OS (HR 0,69; 95% BI 0,59-0,81), progressievrije overleving (PFS; HR 0,73; 95% BI 0,61-0,87) en responsduur (HR 0,48; 95% BI 0,33-0,69). “Na acht jaar was 25% van de patiënten in de combinatiearm nog progressievrij en had 50% van de patiënten een aanhoudende respons. In de relatief kleine populatie van patiënten met een gunstig risico viel op dat de behandeling met nivolumab en ipilimumab (n=125) versus sunitinib (n=124) een trend liet zien richting een betere OS (HR 0,80; 95% BI 0,59-1,09). In deze populatie was de PFS echter beter met sunitinib (HR 1,78; 95% BI 1,27-2,50). Tegelijkertijd duurt de respons langer bij patiënten die responderen op nivolumab plus ipilimumab dan op sunitinib (HR 0,74; 95% BI 0,39-1,41)”, aldus Robert Motzer.
ITT-populatie
Ook in de intention-to-treat (ITT)-populatie was de combinatiebehandeling geassocieerd met een betere OS. De mediane OS was 52,7 maanden met nivolumab plus ipilimumab versus 37,8 maanden met sunitinib (HR 0,71; 95% BI 0,62-0,82). Na negen jaar was respectievelijk nog 31 en 20% van de patiënten in leven.
Ook geselecteerde subgroepen hadden een OS-voordeel met nivolumab en ipilimumab. Motzer: “In de ITT-populatie laten de PFS-curves zien dat nivolumab plus ipilimumab vergeleken met sunitinib na 24 maanden geassocieerd is met een consistent PFS-voordeel (HR 0,88; 95% BI 0,76-1,04).” Na zes en acht jaar is respectievelijk 26 en 23% van de patiënten in de combinatiearm nog progressievrij versus 12 en 9% in de sunitinibarm. In de ITT-populatie was het objectieve responspercentage 39,5% met nivolumab plus ipilimumab versus 33,0% met sunitinib. Bij patiënten met een intermediair of ongunstig risico waren deze percentages respectievelijk 42,4 en 27,5%.
Verder was de toxiciteit van nivolumab plus ipilimumab beheersbaar en werden er geen nieuwe veiligheidssignalen geconstateerd.
“Deze resultaten ondersteunen nivolumab plus ipilimumab als standaardbehandeling bij patiënten met niet eerder behandeld, gevorderd niercelcarcinoom en een intermediair of ongunstig risicoprofiel.”
Referenties
1. Motzer RJ, etl. N Engl J Med 2018;378:1277-90.
2. Choueiri T, et al. J Clin Oncol 2025;43(16_suppl): abstr 4505.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 2
Commentaar dr. Britt Suelmann, internist-oncoloog, UMC Utrecht
Tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting werden belangrijke resultaten gepresenteerd van studies naar nieuwe behandelingen bij patiënten met blaas- of niercelcarcinoom. Een voorbeeld is de fase 3-CheckMate 901-studie, waarin een cohort werd gepresenteerd van patiënten met irresectabel of gemetastaseerd urotheelcelcarcinoom die niet voor cisplatine in aanmerking kwamen. De patiënten werden behandeld met nivolumab plus ipilimumab (nivo-ipi) en werden vergeleken met gemcitabine plus carboplatine (gem-carbo) als controlegroep. Dit is een interessante studie naar een niet eerder onderzochte combinatie van immuuncheckpointremmers in gemetastaseerde setting bij een patiëntenpopulatie die vaak van klinische studies wordt uitgesloten. Na een mediane follow-up van 69 maanden bleek echter dat nivo-ipi vergeleken met gem-carbo (net) niet geassocieerd was met een statistisch significante verbetering van de algehele overleving (OS; HR 0,79; 98,27% BI 0,61-1,01; p=0,0245, bij een drempelwaarde van 0,0173).1 De mediane OS was 19,1 maanden in de nivo-ipi-groep versus 13,2 maanden in de gem-carbo-groep. De OS-curves kruisen elkaar rond de negen maanden en bereiken na ongeveer drie jaar een plateau. Na zestig maanden was de OS 23,0% met nivo-ipi vergeleken met 14,4% met gem-carbo, wat suggereert dat een subgroep van patiënten wel degelijk een langdurig voordeel kan hebben van nivo-ipi. In dit kader liet de analyse van niet vooraf gedefinieerde subgroepen zien dat vooral patiënten jonger dan 65 jaar (HR 0,61) en patiënten zonder levermetastasen (HR 0,76) baat hebben bij nivo-ipi. Patiënten met PD-L1-positieve tumoren hadden echter geen voordeel van de behandeling met nivo-ipi. Verder viel op dat de tijd tot een respons op beide behandelingen vrij kort was: 2,1 maanden, terwijl vaak wordt gedacht dat de respons op immunotherapie langzamer op gang komt dan de respons op chemotherapie.
Een andere presentatie betrof de langetermijnresultaten van de gerandomiseerde fase 3-CheckMate 214-studie, waarin bij patiënten met gevorderd niercelcarcinoom de uitkomst werd onderzocht van eerstelijnsbehandeling met nivo-ipi, gevolgd door nivolumab-onderhoudsbehandeling, versus sunitinibmonotherapie. Na een mediane follow-up van ruim negen jaar bleek dat nivo-ipi vergeleken met sunitinib nog steeds geassocieerd was met een aanhoudend OS-voordeel.2 Bij patiënten met een intermediair of ongunstig risico was de mediane OS 46,7 maanden met nivo-ipi vergeleken met 26,0 maanden met sunitinib (HR 0,69; 95% BI 0,59-0,81). Ook patiënten met een gunstig risico hadden voordeel van de dubbele immunotherapie, hoewel dit voordeel iets kleiner was, met een mediane OS van 77,9 maanden met nivo-ipi versus 66,7 maanden met sunitinib (HR 0,80; 95% BI 0,59-1,09). Verder kwam het toxiciteitsprofiel van nivo-ipi overeen met het eerder gerapporteerde toxiciteitsprofiel in deze studie.3 Deze langetermijnresultaten van de CheckMate 214-studie ondersteunen het gebruik van nivo-ipi als standaard eerstelijnsbehandeling bij patiënten met gevorderd niercelcarcinoom en een intermediair of ongunstig risico.
Referenties
1. Van der Heijden MS, et al. J Clin Oncol 2025;43(16_suppl): abstr 4500.
2. Choueiri T, et al. J Clin Oncol 2025;43(16_suppl): abstr 4505.
3. Motzer RJ, et al. N Engl J Med 2018;378:1277-90.
In een podcast met prof. dr. ir. Koos van der Hoeven bespreekt dr. Britt Suelmann naast bovenstaande studies de resultaten van de JAVELIN Bladder Medley fase 2-studie naar eerstelijnsbehandeling met avelumab plus sacituzumab govitecan bij patiënten met gevorderd urotheelcarcinoom, en de waarde van circulerend tumor-DNA als prognostische marker bij patiënten met spierinvasieve blaaskanker die perioperatief durvalumab kregen (NIAGARA). Ook bediscussiëren zij de resultaten van de LITESPARK-004-studie, waarin de uitkomst wordt onderzocht van de HIF-2α-remmer belzutifan bij patiënten met Von Hippel-Lindau-geassocieerde neoplasmata, en van de fase 1-ARC-20-studie naar de HIF-2α-remmer casdatifan in combinatie met cabozantinib bij eerder behandelde patiënten met niercelcarcinoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts