Een neoadjuvante behandeling met pembrolizumab gaf bij patiënten met klinisch stadium IIB/C-melanoom geen significante afname van het percentage positieve schildwachtklieren in vergelijking met historische controles. “In een subgroepanalyse van patiënten met klinisch stadium IIC was het percentage positieve schildwachtklieren wel significant lager dan verwacht”, zei dr. Giorgos Karakousis (Philadelphia, Verenigde Staten). Hij presenteerde deze resultaten van een door onderzoekers geïnitieerde fase 2-studie tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting.
Twee gerandomiseerde studies naar een neoadjuvante behandeling met immuuncheckpointremmers hebben significante verbeteringen in eventvrije overleving laten zien bij patiënten met gevorderd melanoom.1,2 De KEYNOTE 617-studie liet zien dat een behandeling met pembrolizumab in adjuvante setting bij patiënten met stadium IIB/C-ziekte leidde tot een significante verbetering van de recidiefvrije overleving (RFS).3 “Maar de rol van neoadjuvante immunotherapie bij patiënten met hoogrisico stadium II-melanoom is op dit moment onduidelijk”, zei Giorgos Karakousis. Dit is onderzocht in een multicenter, enkelarmige fase 2-studie.4
Historische controles
In deze studie ontvingen 64 patiënten met klinisch stadium IIB/C-melanoom een neoadjuvante behandeling met pembrolizumab (eenmaal 200 mg i.v.) gevolgd door lokale excisie en een schildwachtklierbiopsie. Ongeacht de status van de schildwachtklier ontvingen de patiënten daarna gedurende een jaar een adjuvante behandeling met pembrolizumab. De primaire uitkomstmaat van de studie was het percentage positieve schildwachtklieren. Karakousis: “Onze hypothese was dat de neoadjuvante behandeling met pembrolizumab het aantal positieve schildwachtklieren zou doen afnemen met 50% ten opzichte van historische controles.” Op basis van gegevens uit een nationale database en data uit het eigen instituut werden de historische percentages positieve schildwachtklieren bij patiënten met stadium IIB- en IIC-ziekte geschat op 25 en 40%.
Afname van 16%
Het veiligheidsprofiel van de behandeling was acceptabel, zei Karakoukis, en kwam volgens hem overeen met eerdere rapportages. “Bij 14% van de patiënten was er sprake van een bijwerking van graad 3 of 4 die toegeschreven kon worden aan de behandeling met pembrolizumab. Daarnaast had 8% van de patiënten een bijwerking van graad 3 of 4 die toegeschreven kon worden aan de chirurgie.” Alle patiënten ondergingen chirurgie zonder uitstel.
In totaal had 27% van de patiënten minstens één positieve schildwachtklier. Dit betekende dat de neoadjuvante behandeling voor het totale cohort een afname in het percentage positieve schildwachtklieren gaf van 16% ten opzichte van de historische controles. “Deze afname was niet statistisch significant”, zei Karakousis (p=0,384). In een subgroepanalyse van patiënten met klinisch stadium IIC was het percentage positieve schildwachtklieren 16,7%. “Dit gaf een afname van 58% ten opzichte van de historische schattingen en was wel statistisch significant (p=0,009).” Na een mediane follow-up van 20,4 maanden was het tweejaars-RFS-percentage in het totale cohort 81%. Het recidiefpercentage was 15,9%.
Proof-of-concept
Karakousis concludeerde dat een neoadjuvante behandeling met pembrolizumab bij patiënten met stadium IIB/C-melanoom haalbaar is en een gunstig bijwerkingenprofiel heeft. Hoewel het percentage positieve lymfeklieren in de totale studiepopulatie niet significant afnam ten opzichte van historische controles, was dit wel het geval bij de subgroep van patiënten met klinisch stadium IIC. “De huidige studie is een proof-of-concept dat verder onderzocht zal moeten worden in prospectieve, gerandomiseerde studies. Ook hopen we met translationeel onderzoek beter te kunnen bepalen welke patiënten reageren op de behandeling.”
Referenties
1. Patel SP, et al. N Engl J Med 2023;388:813-23.
2. Blank CU, et al. N Engl J Med 2024;391:1696-708.
3. Luke JJ, et al. Eur J Cancer 2025;220: 115381.
4. Karakousis GC, et al. J Clin Oncol 2025;43(16_suppl):abstr 9502.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist