“Met een mediane follow-up van 42 maanden bevestigt de definitieve analyse van de KEYNOTE-A18-studie de resultaten van eerdere analyses”, zei dr. Linda Duska (Charlottesville, Verenigde Staten) tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting. Deze beschrijvende analyse toonde dat pembrolizumab plus chemoradiotherapie gevolgd door onderhoud met pembrolizumab de algehele overleving van patiënten met hoogrisico, lokaal gevorderd cervixcarcinoom verbetert ten opzichte van chemoradiotherapie alleen.
In de internationale, gerandomiseerde, dubbelblinde fase 3-KEYNOTE-A18-studie werden patiënten met hoogrisico, lokaal gevorderd cervixcarcinoom geïncludeerd. Zij zijn 1:1 gerandomiseerd naar standaard chemoradiotherapie plus pembrolizumab gevolgd door een onderhoudsbehandeling met pembrolizumab (n=529) of chemoradiotherapie plus placebo gevolgd door onderhoud met placebo (n=531). De twee primaire uitkomstmaten waren de progressievrije overleving (PFS) en algehele overleving (OS). “De studie had twee geplande interimanalyses”, legde Linda Duska uit. “De eerste voerden we uit na een mediane follow-up van achttien maanden en de tweede na een mediane follow-up van dertig maanden. De huidige definitieve analyse is beschrijvend en is gedaan na een mediane follow-up van 42 maanden.”1
Vergelijkbare hazard ratio’s
De eerste interimanalyse liet een statistisch significante verbetering van de PFS zien met pembrolizumab (HR 0,70; 95% BI 0,55-0,89; p=0,0020).2 Na 24 maanden was 67,8% van de patiënten in de pembrolizumabgroep en 57,3% van de patiënten in de placebogroep vrij van progressie. De resultaten van de definitieve PFS-analyse die Duska presenteerde, kwamen hiermee overeen. “De hazard ratio was vergelijkbaar met die van de eerste interimanalyse”, zei zij (HR 0,72; 95% BI 0,59-0,87). Verder bleek dat na 36 maanden 64,3% van de patiënten in de pembrolizumabgroep en 55,6% van de patiënten in de placebogroep vrij was van progressie.1
Ten tijde van de tweede interimanalyse was de OS ook significant beter met pembrolizumab (HR 0,67; 95% BI 0,50-0,90; p=0,0040).3 Na 36 maanden was respectievelijk 82,6 en 74,8% van de patiënten nog in leven. De beschrijvende, definitieve OS-analyse liet een vergelijkbare HR zien (HR 0,73; 95% BI 0,57-0,94), aldus Duska. Na 48 maanden was 75,4% van de patiënten in de pembrolizumabgroep en 70,2% van de patiënten in de placebogroep nog in leven.1
Geen veranderingen in bijwerkingenprofiel
“Met deze langere follow-up zien we geen grote veranderingen in het bijwerkingenprofiel van beide behandelregimes”, zei Duska. “Bijwerkingen van elke oorzaak, behandelingsgerelateerde bijwerkingen, bijwerkingen van graad 3 of hoger en ernstige bijwerkingen waren vergelijkbaar tussen beide groepen.” De meest voorkomende bijwerkingen waren anemie, misselijkheid en diarree. De meest voorkomende immuungerelateerde bijwerkingen waren hypo- en hyperthyreoïdie.
“Na een extra mediane follow-up van twaalf maanden laat pembrolizumab in combinatie met chemoradiotherapie gevolgd door onderhoud met pembrolizumab nog steeds een klinisch betekenisvolle verbetering van de PFS en OS zien versus alleen chemoradiotherapie bij patiënten met hoogrisico, lokaal gevorderd cervixcarcinoom”, concludeerde Duska. “Deze resultaten komen overeen met de eerdere analyses en geven verdere ondersteuning voor het inzetten van pembrolizumab plus chemoradiotherapie als nieuwe standaardbehandeling voor deze patiënten.”
Referenties
1. Duska LR, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA5504.
2. Lorusso D, et al. Lancet 2024;403:1341-50.
3. Lorusso D, et al. Lancet 2024;404:1321-32.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 2
Commentaar dr. Inge Baas, internist-oncoloog, UMC Utrecht
Het is nog steeds niet duidelijk wat de beste debulkingstrategie is voor patiënten met stadium III-ovariumcarcinoom: primaire debulking of intervaldebulking. Ook de tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting gepresenteerde TRUST-studie zocht een antwoord op deze vraag.1 Een interessante studie waarin patiënten met hoogrisico (stadium IIIB-IVB) ovariumcarcinoom 1:1 gerandomiseerd zijn tussen beide strategieën. De studiepopulatie bestond uitsluitend uit patiënten bij wie primaire debulking haalbaar geacht werd. De mediane progressievrije overleving (PFS) was 22,1 maanden in de primaire-debulkinggroep en 19,7 maanden in de intervaldebulkinggroep. Een minimaal verschil, met een HR van 0,80. De mediane algehele overleving (OS) was respectievelijk 54,3 versus 48,3 maanden, met een niet-significante HR van 0,89. Een belangrijk aspect van de studie was dat er geopereerd werd in gynaecologisch-oncologische centra, waarbij hoge eisen gesteld werden aan de kwaliteit van de chirurgie. In Nederland is debulkingchirurgie bij ovariumcarcinoom al sinds jaar en dag gecentraliseerd en we passen ook al primaire debulking toe bij die patiënten bij wie we dat mogelijk achten. De uitkomsten van de TRUST-studie zullen dan ook niet veel impact hebben op onze dagelijkse praktijk.
De standaardbehandeling voor patiënten met nieuw-gediagnosticeerd, lokaal gevorderd cervixcarcinoom is chemoradiotherapie. In de KEYNOTE-A18-studie is onderzocht of het toevoegen van pembrolizumab meerwaarde heeft.2 Patiënten konden geïncludeerd worden als zij FIGO 2014 stadium IB2-IIB-ziekte hadden met positieve lymfeklieren, of stadium III-IVA-ziekte ongeacht de lymfeklierstatus. Een echte hoog-risicopopulatie. Een eerdere update van deze studie (vorig jaar gepubliceerd in The Lancet) liet indrukwekkende resultaten zien met een groot overlevingsvoordeel.3 We keken dan ook reikhalzend uit naar deze update. En de positieve trend zette zich gelukkig voort. De driejaars-PFS was 64,3% in de experimentele groep en 55,6% in de controlegroep (HR 0,72). De driejaars-OS was respectievelijk 82,6 versus 74,8% (HR 0,73). Er bestonden initieel wat zorgen over het combineren van een immuuncheckpointremmer met chemoradiotherapie, vooral omdat de belangrijkste overlappende toxiciteit diarree is. Het percentage patiënten met diarree lag echter niet uitgesproken hoger in de groep die pembrolizumab plus chemoradiotherapie kreeg dan in de groep die alleen chemoradiotherapie kreeg. Er werden verder ook geen onverwachte bijwerkingen gerapporteerd. En waar het behandelschema zoals eerder onderzocht in de INTERLACE-studie lastig te vertalen was naar de Nederlandse praktijk, is dat voor het schema zoals toegepast in de KEYNOTE-A18 veel eenvoudiger, omdat de patiënten in de KEYNOTE-A18-studie wel state-of-the-art radiotherapie krijgen, vergelijkbaar met onze huidige behandeling. Ik hoop dan ook dat deze combinatie snel beschikbaar komt, al zullen we nog wel het oordeel van de NVMO-commissie BOM moeten afwachten.
Referenties
1. Mahner S, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA5500.
2. Duska LR, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA5504.
3. Lorusso D, et al. Lancet 2024;404:1321-32.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en dr. Inge Baas naast bovenstaande studies ook de FIRST/ENGOT-OV44-studie en een fase 2-studie naar pembrolizumab plus lenvatinib bij heldercellig ovariumcarcinoom. Tevens gaan zij kort in op de ROSELLA-studie naar de glucocorticoreceptorantagonist relacorilant bij patiënten met platinarefractair ovariumcarcinoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts