Switchen van een aromataseremmer naar camizestrant plus gecontinueerde behandeling met een CDK4/6-remmer is geassocieerd met een significant betere progressievrije overleving bij patiënten met oestrogeenreceptor-positief, HER2-negatief, gevorderd mammacarcinoom bij wie ESR1-mutaties in het circulerend tumor-DNA werden gedetecteerd. Dit resultaat van de fase 3-SERENA-6-studie werd tijdens de 2025 ASCO Annual Meeting gepresenteerd door prof. dr. Nicholas Turner (Londen, Verenigd Koninkrijk).
Mutaties in ESR1, het gen dat codeert voor de oestrogeenreceptor (ER), worden zelden gedetecteerd bij diagnose van gevorderde borstkanker, maar komen voor bij ongeveer 40% van de patiënten met progressieve ziekte tijdens eerstelijnsbehandeling met een aromataseremmer (AI) en een CDK4/6-remmer.1,2 Camizestrant is een nieuwe selectieve ER-degrader die vergeleken met fulvestrant geassocieerd was met een betere progressievrije overleving (PFS) bij patiënten met eerder behandeld, ER-positief (ER+), HER2-negatief (HER2-), gevorderd mammacarcinoom met of zonder ESR1-mutaties.3
SERENA-6-studie
In de fase 3-SERENA-6-studie wordt de uitkomst onderzocht van camizestrant plus een CDK4/6-remmer en een AI-placebo (camizestrantgroep) versus een AI plus een CDK4/6-remmer en een placebo voor camizestrant (AI-groep) bij patiënten met ER+, HER2-, gevorderd mammacarcinoom bij wie ESR1-mutaties in het circulerend tumor-DNA werden gedetecteerd. Op het moment van ESR1-detectie hadden de patiënten geen progressieve ziekte op eerstelijnsbehandeling met een AI en CDK4/6-remmers. De primaire uitkomstmaat was de door de onderzoekers bepaalde PFS.
Betere PFS
Uit de primaire resultaten van de SERENA-6-studie blijkt dat switchen van een AI naar camizestrant, in combinatie met een CDK4/6-remmer geassocieerd was met een significant betere PFS.4,5 “De mediane PFS bepaald door de onderzoekers was 9,2 maanden in de AI-groep (n=158) vergeleken met 16,0 maanden in de camizestrantgroep (n=157, aangepaste HR 0,44; 95% 0,31-0,60; p<0,00001), bijna een verdubbeling. Na 24 maanden was de PFS slechts 5,4% in de AI-groep versus 29,7% in de camizestrantgroep. In alle vooraf gespecificeerde subgroepen was switchen naar camizestrant geassocieerd met een PFS-voordeel”, zei Nicholas Turner.
Verder was deze switch geassocieerd met een significant langere tijd tot achteruitgang van de algehele gezondheidsstatus en kwaliteit van leven. De PFS2-resultaten waren nog immatuur op het moment van deze primaire analyse.
Weinig stopzettingen
Bijwerkingen van graad 3 of hoger kwamen voor bij 60% van de patiënten in de camizestrantgroep en 46% van de patiënten in de AI-groep. Turner: “Ernstige bijwerkingen kwamen in beide studiegroepen ongeveer even vaak voor: bij 10% van de patiënten in de camizestrantgroep en 12% van de patiënten in de AI-groep. Het percentage patiënten bij wie de behandeling met een studiemiddel wegens bijwerkingen gestopt moest worden was zeer laag in beide groepen. Onder de meest voorkomende bijwerkingen was er in de camizestrantgroep vergeleken met de AI-groep een bescheiden toename te zien in het percentage patiënten met neutropenie: van 45 naar 55%. Aangezien neutropenie een typische bijwerking is van CDK4/6-remmers past dit bij de langere blootstelling aan CDK4/6-remmers in de camizestrantgroep (mediaan 9,8 maanden versus 6,1 maanden in de AI-groep).”
De resultaten van de studie zijn tegelijkertijd gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.5
Referenties
1. Bidard FC, et al. J Clin Oncol 2022;40:3246-56.
2. Chaudhary N, et al. NPJ Breast Cancer 2024;10:15.
3. Oliveira M, et al. Lancet Oncol 2024;25:1424-39.
4. Turner N, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA4.
5. Bidard FC, et al. N Engl J Med 2025 Jun 1. DOI: 10.1056/NEJMoa2502929. Online ahead of print.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer