Prof. dr. Inge van Oort is sinds 1 mei 2025 benoemd als hoofd van de afdeling Urologie van het UMC Groningen. Per 1 augustus is ze ook aangesteld als hoogleraar Urologie. Ze trof in het Groningse ziekenhuis een hardwerkend team aan dat al veel mooie dingen tot stand heeft gebracht. Ze was blij verrast door de goed functionerende oncologische netwerken met andere ziekenhuizen in Groningen en Drenthe. “Groningers werken hard, maar praten daar niet over.”
Inge van Oort trof bij haar start in mei een “mooi team met harde werkers” aan. “Het is een team dat bescheiden is over de mooie dingen die ze doen. Ze treden hiermee weinig naar buiten. En dat is een van de dingen waaraan ik wil gaan bijdragen. Ik heb gesprekken gevoerd met het team. We moeten weten waar we als team heengaan en hoe we als academisch centrum meer naar buiten kunnen treden. Verder wil ik jonge talenten kansen geven in het (inter)nationale onderzoeksveld.”
Van Oort heeft veel nationale en internationale contacten door de vele functies die ze bekleedde en nog bekleedt. Voor haar aanstelling in het UMC Groningen werkte ze meer dan twintig jaar als oncologisch uroloog in het Radboudumc te Nijmegen, waar ze zorgprogrammaleider was van het Oncologisch Centrum. Daarnaast is ze lid van het Guideline Office voor prostaatkanker van de European Association of Urology en is ze op nationaal niveau betrokken bij de ontwikkeling van richtlijnen voor de behandeling van prostaatkanker. Ook was ze onder meer lid van het panel van de Advanced Prostate Cancer Consensus Conference (APCCC) voor gemetastaseerd prostaatkanker.
Breed palet
Mooi vindt Van Oort het brede palet aan oncologische zorg dat in het UMC Groningen en de samenwerkende ziekenhuizen wordt gegeven. “Zo vinden er geavanceerde behandelingen plaats op het gebied van prostaat-, blaas-, testis- en peniscarcinoom. Bij de behandeling van blaascarcinoom wordt in het UMC Groningen gebruikgemaakt van bijvoorbeeld robotchirurgie. Daarmee is binnen ons ziekenhuis inmiddels veel ervaring opgedaan. Verder wordt het hele palet aan zorg voor peniscarcinoom hier aangeboden. Ook op het gebied van niet-oncologische urologie is de zorg op hoog niveau. Hier worden zeer moeilijke steenoperaties uitgevoerd. Ik wist voor mijn aantreden niet dat deze in Groningen plaatsvonden. Ook was ik verrast door de goed functionerende urologische oncologienetwerken waarvan het UMC Groningen samen met enkele andere Groningse en Drentse ziekenhuizen deel uitmaakt.”
Nog sterker uro-oncologisch netwerk
Voor prostaatcarcinoom is er het Prostaatcentrum Noord-Nederland (PCNN), zo vertelt Van Oort. “Dit is een samenwerkingsverband tussen het UMC Groningen en alle andere ziekenhuizen uit Groningen en Drenthe. Al deze ziekenhuizen werken op uniforme wijze rondom prostaatzorg, terwijl de operaties – radicale prostatectomie – geconcentreerd zijn op één locatie, TREANT in Emmen. Een soortgelijk netwerk is er voor blaaskanker – Blaaskankercentrum Noord-Nederland (BCNN) – waarin bijvoorbeeld afgesproken is dat radicale cystectomie in het UMC Groningen plaatsvindt. Graag zou ik ook centra uit Friesland in deze urologische netwerken willen betrekken, zodat er een nog sterker uro-oncologisch netwerk in Noord-Nederland ontstaat. De eerste informele contacten heb ik hiervoor al gelegd. Ik ben gewend om te werken binnen netwerken, maar hier in Groningen leeft het netwerk echt. Zorgverleners zijn zeer betrokken en stralen – zonder hierover te praten – uit dat ze gaan voor de allerbeste zorg.”
Sociaaleconomische status
Een groot verschil met Nijmegen, waar Van Oort hiervoor werkte, is de sociaaleconomische status van de patiënten. “In de regio Nijmegen zijn mensen over het algemeen wat vaker hoogopgeleid en zijn ze meer met hun gezondheid bezig. Ik zag veel mensen die waren verwezen voor een second opinion. Ze dachten zelf mee over behandelopties en kwamen al met een half behandelplan bij me. In het adherentiegebied van het UMC Groningen hebben de mensen gemiddeld een lagere sociaaleconomische status. Ze blijven doorgaan, ze zeuren niet, ze hebben minder gezondheidskennis, waardoor ze niet weten wanneer ze naar de dokter moeten gaan. Daardoor komen kankerdiagnoses later aan het licht en hebben mensen bij de diagnose vaker kanker in een gevorderd stadium. We willen mensen in Groningen en Drenthe meer betrekken bij hun gezondheid, door goede voorlichting te geven. We zijn dit ook aan het vastleggen in het UMC Groningen-visiedocument, Koers 30. Zo ben ik een erg groot voorstander van gedeelde besluitvorming, maar daar moet je dan ook de patiënt goed bij kunnen betrekken.”
CAPRI-3-studie
Een van de gebieden waarop Van Oort de urologische oncologie in het UMC Groningen op hoger plan wil brengen is het doen van onderzoek. “Ik ben echt onderzoeksminded’ Er is al een heel mooie onderzoekslijn voor PET/CT-diagnostiek, maar ik wil die uitbreiden naar behandelingen van PSMA-positieve prostaatkanker met radionucliden. Verder wil ik de afdeling meenemen in de CAPRI-3-studie. Daarin verzamelen we real-worlddata over behandeling van gemetastaseerde, castratieresistente prostaatkanker.”
Het CAPRI-register startte in 2012 als een investigator initiated, observationeel onderzoek waarin real-worlddata worden geanalyseerd, aanvankelijk van patiënten met castratieresistent prostaatcarcinoom. Dit heeft geleid tot wetenschappelijke publicaties. In de CAPRI-3-studie worden daarnaast ook real-worlddata verzameld van patiënten met gemetastaseerde, hormoongevoelige prostaatkanker. Opschaling is nodig om nationale dekking van de real-worlddata te krijgen en om betrouwbare analyses van subgroepen te kunnen doen.
Het doel van CAPRI-3 is om inzicht te krijgen in het praktijkresultaat van de snel veranderende behandeling van gemetastaseerde, hormoongevoelige prostaatkanker en castratieresistente prostaatkanker. Hiermee ontstaat ook inzicht in lokale, regionale en nationale trends in behandelpatronen en zorggebruik. Zo kan de kwaliteit van zorg voor de patiënten worden verbeterd. “Richtlijnen voor de behandeling van deze prostaatcarcinomen zijn veelal gebaseerd op de resultaten uit klinisch onderzoek bij geselecteerde patiënten. Door real-worlddata te analyseren kunnen we de effecten van de behandeling op het ziekteverloop en de kwaliteit van leven evalueren in het ‘normale leven’.”
Potentie
Verder wil Van Oort haar grote nationale en internationale netwerk inzetten om jonge talenten die ze in het Groningen rond ziet lopen, verder te brengen in hun carrière. “Ik zie veel mensen die echt potentie hebben om door te groeien tot goede onderzoekers. Hen wil ik graag verder helpen. Toen ik zelf als jonge arts-onderzoeker in het Radboudumc werkte, vond ik het ook fijn als meer ervaren collega’s mij verder hielpen. Dat wil ik nu op mijn beurt voor de jonge garde doen. Dat past ook bij de brede opdracht die het UMC Groningen mij heeft meegegeven als hoogleraar: het laten floreren van de urologie in de ziekenhuizen, allereerst in Groningen en omgeving, dan in Nederland en vervolgens ook wereldwijd.”
Van Oort blijft in haar functie als hoofd van de afdeling Urologie en als hoogleraar nog volop betrokken bij de patiëntenzorg. “Ik moet er niet aan denken om geen patiënten meer te zien en enkel een managementfunctie te hebben. Je kunt je vak alleen compleet uitoefenen als je naast het leidinggeven aan de afdeling en het leiden van onderzoeken ook patiënten blijft zien.”
Drs. Marc de Leeuw, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 5