Het vroeg in het ziektebeloop toevoegen van 177Lu-PSMA-617 aan androgeendeprivatietherapie (ADT) plus een remmer van de androgeenreceptor-pathway (ARPI) lijkt klinisch voordeel te geven, zei dr. Scott Tagawa (New York, Verenigde Staten) tijdens het tweede Presidential Symposium van het ESMO Congress 2025. “Het combineren van 177Lu-PSMA-617 met ADT en ARPI bij PSMA-positief, gemetastaseerd, hormoongevoelig prostaatcarcinoom geeft een significant betere progressievrije overleving dan de standaard van ADT plus ARPI”, aldus Tagawa over de resultaten van PSMAddition.
Een behandeling met 177Lu-PSMA-617 heeft klinisch voordeel laten zien bij patiënten met gemetastaseerd, castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC) en progressie op een ARPI.1,2 “PSMAddition is de eerste fase 3-studie naar doelgerichte radioligandtherapie bij gemetastaseerd, hormoongevoelig prostaatcarcinoom (mHSPC)”, zei Scott Tagawa.3 Patiënten met onbehandelde of minimaal behandelde mHSPC en PSMA-positieve ziekte kwamen in aanmerking voor deze studie. Zij werden 1:1 gerandomiseerd naar zes cycli 177Lu-PSMA-617 plus ADT en ARPI (naar keuze van de onderzoeker) of de standaardbehandeling met alleen ADT en ARPI. De primaire uitkomstmaat was de radiografisch progressievrije overleving (rPFS). “Voor patiënten in de controlegroep was cross-over naar de 177Lu-PSMA-617-groep toegestaan als er sprake was van bevestigde radiografische progressie”, zei Tagawa.
Voordeel van 177Lu-PSMA-617-regime
Na een eerdere interimanalyse voor futiliteit presenteerde Tagawa tijdens het ESMO-congres de tweede interimanalyse van de rPFS en de eerste geplande interimanalyse betreffende de algehele overleving (OS). In totaal waren 1.144 patiënten gerandomiseerd (n=572 in beide studiegroepen). “De meest gegeven ARPI was abirateron en van de 152 patiënten met progressie in de controlegroep stapte 59,9% over naar de 177Lu-PSMA-617-groep.
“De studie is positief”, aldus Tagawa. “Het toevoegen van 177Lu-PSMA-617 aan ADT en ARPI verbeterde de rPFS met 28% ten opzichte van ADT en ARPI alleen (HR 0,72; 95% BI 0,58-0,90; p=0,002). De mediane rPFS was nog niet behaald in beide studiegroepen. De resultaten over de OS waren nog niet matuur. “Maar de HR is wel in het voordeel van 177Lu-PSMA-617”, zei Tagawa (0,84; 95% BI 0,63-1,13; p=0,125). Andere secundaire uitkomstmaten als het objectieve responspercentage, PSA-nadir <0,2 ng/ml na 48 weken, tijd tot symptomatische skeletevents en tijd tot ontstaan van mCRPC waren ook gunstiger met het regime met 177Lu-PSMA-617.
Droge mond
Bijwerkingen gerelateerd aan 177Lu-PSMA-617 en gerelateerd aan ADT en/of ARPI kwamen vaker voor in de 177Lu-PSMA-617-groep. “De bevindingen wat betreft veiligheid kwamen wel overeen met wat bekend is over de afzonderlijke middelen”, zei Tagawa. “Een van de meest voorkomende bijwerkingen in de 177Lu-PSMA-617-groep was een droge mond. Dit was voornamelijk van graad 1.” Ook werden er meer cytopenieën gezien met 177Lu-PSMA-617, evenals vermoeidheid. Veelvoorkomende bijwerkingen die mogelijk gerelateerd waren aan ADT en/of ARPI in de controlegroep waren opvliegers en hypertensie. Ondanks de hogere incidentie van bijwerkingen in de 177Lu-PSMA-617-groep was er geen betekenisvol verschil in patiëntgerapporteerde uitkomstmaten, zoals gemeten met de Brief Pain Inventory - Short Form of Functional Assessment of Cancer Therapy - Prostate.
“Deze bevindingen ondersteunen het toevoegen van 177Lu-PSMA-617 aan de standaard van ADT plus ARPI bij mHSPC”, concludeerde Tagawa.
Referenties
1. Morris M, et al. Lancet 2024;404:1227-39.
2. Sartor O, et al. N Engl J med 2021;385:1091-103.
3. Tagawa S, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA6.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 3
Commentaar prof. dr. André Bergman, internist-oncoloog, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam
Tijdens het ESMO Congress 2025 werden meerdere grote fase 3-studies voor prostaatcarcinoom gepresenteerd, waaronder de ENZARAD-studie.1 In deze studie werd het effect onderzocht van 24 maanden enzalutamide versus een niet-steroïde antiandrogeen (NSAA) bij patiënten met hoog-risico, gelokaliseerde of lokaal gevorderde prostaatkanker. Beide regimes werden gecombineerd met androgeendeprivatietherapie (ADT) gedurende 24 maanden en hoge-dosisradiotherapie. De primaire uitkomstmaat werd tijdens de studie aangepast van algehele overleving (OS) naar metastasevrije overleving (MFS) vanwege het lage aantal events. De resultaten lieten geen verschil in MFS zien tussen beide studiegroepen. Wel leek er een voordeel te zijn van enzalutamide versus NSAA bij patiënten met bekkenkliermetastasen en patiënten bij wie het bekken bestraald was. Dit zijn de patiënten met het hoogste ‘risico op falen’ van de behandeling. Deze studie zal onze huidige praktijk niet veranderen, maar benadrukt wel het belang van zorgvuldige patiëntselectie. Wellicht dat een toekomstige meta-analyse van de lopende fase 3-studies meer inzicht kan geven in welke patiënten met gelokaliseerde ziekte we intensievere adjuvante antihormonale therapie zouden moeten geven.
Ongeveer een kwart van de patiënten met gemetastaseerd castratiegevoelig prostaatcarcinoom (mCSPC) heeft verlies van PTEN. In latere ziektestadia loopt dit op tot 50%. Deze patiënten hebben vaak een wat agressiever beloop van de ziekte. Een verlies van PTEN stimuleert de PI3k/AKT-pathway en de ongeremde groei van tumorcellen. De AKT-remmer capivasertib remt deze pathway. In de fase 3-CAPItello-281-studie is capivasertib plus abirateron of placebo plus abirateron onderzocht bij patiënten met de novo mCSPC met verlies van PTEN.2 De primaire uitkomstmaat was de radiologische progressievrije overleving (rPFS). In totaal had 74% van de patiënten hoog-volumeziekte. Deze patiënten zouden we vandaag de dag niet meer behandelen met alleen abirateron; nu combineren we abirateron met zes kuren docetaxel. De resultaten van de CAPItello-281 lieten zien dat de rPFS nét significant beter was met capivasertib plus abirateron (HR 0,81), met een winst in mediane rPFS van 7,5 maanden. Interessant genoeg bleek er een relatie te bestaan tussen de uitkomsten en de mate van PTEN-verlies. De rPFS was beter bij patiënten met een volledig verlies van PTEN dan bij patiënten met een gedeeltelijk verlies. Dus capivasertib lijkt veelbelovend, maar dan wel bij patiënten die strikter geselecteerd zijn dan in deze studie nu gedaan is.
In de PSMAddition studie is het toevoegen van 177Lu-PSMA-617 aan ADT aan een remmer van de androgeenreceptor-pathway (ARPI) onderzocht bij 1.144 mCSPC-patiënten.3 De primaire uitkomstmaat was de rPFS.3 Deze was beter bij patiënten die behandeld waren met 177Lu-PSMA-617 plus ADT en ARPI dan bij patiënten die alleen ADT en een ARPI kregen (HR 0,72). De mediane rPFS was in beide armen nog niet bereikt en de OS-data waren nog niet matuur. Voor deze studie geldt ook weer: 68% van de patiënten had hoog-volumeziekte. Die zouden we naar de huidige inzichten niet alleen met een ADT en ARPI behandelen. Deze studie zal dan ook weinig gevolgen hebben voor de Nederlandse situatie.
Referenties
1. Nguyen PL, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA86.
2. Fizazi K, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 2383O.
3. Tagawa S, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA6.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en prof. dr. André Bergman naast bovenstaande studies ook de fase 3-studies PRESTO en EMBARK bij patiënten met een PSA-recidief. Ook gaan zij in op de Nederlandse situatie rond Lu-PSMA en de resultaten van de ARASAFE-studie. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts