Eerder gepubliceerde resultaten van de fase 3-ROSELLA-studie lieten zien dat de toevoeging van relacorilant aan nab-paclitaxel geassocieerd was met een significant betere progressievrije en algehele overleving bij patiënten met platinaresistent ovariumcarcinoom. Nu blijkt uit een subgroepanalyse dat de toevoeging van relacorilant ook geassocieerd is met een significant betere progressievrije overleving bij patiënten die eerder waren blootgesteld aan een PARP-remmer. Prof. dr. Domenica Lorusso (Milaan, Italië) presenteerde deze nieuwe resultaten tijdens het ESMO Congress 2025.
Relacorilant is een selectieve glucocorticoïdreceptorantagonist die tumoren kwetsbaarder maakt voor chemotherapie.1 Recentelijk bleek uit de resultaten van de gerandomiseerde, open-label fase 3-ROSELLA-studie dat de toevoeging van relacorilant aan nab-paclitaxel geassocieerd was met een significant betere progressievrije overleving (PFS) en algehele overleving (OS) bij patiënten met platinaresistent ovariumcarcinoom.2 De huidige resultaten zijn afkomstig van een vooraf geplande subgroepanalyse bij patiënten die eerder waren behandeld met een PARP-remmer, een populatie waarvan bekend is dat die relatief slecht reageert op een daaropvolgende chemotherapie.
Betere PFS
Uit de subgroepanalyse bleek dat de toevoeging van relacorilant aan nab-paclitaxel geassocieerd was met een significant betere PFS bij zowel patiënten die eerder waren behandeld met een PARP-remmer als patiënten die progressieve ziekte kregen tijdens behandeling met een PARP-remmer.3 “In de subgroep die eerder was behandeld met een PARP-remmer was de mediane PFS, vastgesteld door een geblindeerde onafhankelijke centrale beoordeling (BICR), 7,36 maanden met relacorilant plus nab-paclitaxel (n=114) versus 4,63 maanden met nab-paclitaxel alleen (n=120; HR 0,60; 95% BI 0,42-0,85; p=0,0035). In de verkennende analyse van de subgroep met progressie tijdens behandeling met een PARP-remmer was de BICR-bepaalde mediane PFS 7,36 maanden met relacorilant plus nab-paclitaxel (n=86) vergeleken met 3,94 maanden met nab-paclitaxel-monotherapie (n=97; HR 0,56; 95% BI 0,37-0,84; p=0,0046)”, vertelde Domenica Lorusso.
Trend
Op het moment van de interimanalyse waren de OS-resultaten 50% matuur. Lorusso: “Uit een analyse van de OS-resultaten in de subgroep die eerder was behandeld met een PARP-remmer bleek dat de toevoeging van relacorilant aan nab-paclitaxel geassocieerd was met een trend richting een betere OS. In deze subgroep was de mediane OS 15,61 maanden met relacorilant plus nab-paclitaxel versus 12,58 maanden met nab-paclitaxel alleen (HR 0,77; 95% BI 0,53-1,13; p=0,1834).”
De behandeling met relacorilant en nab-paclitaxel werd goed verdragen en het veiligheidsprofiel bij patiënten die eerder waren behandeld met een PARP-remmer kwam overeen met dat van de algehele veiligheidspopulatie. Relacorilant had geen fatale bijwerkingen.
Referenties
1. Greenstein AE, et al. Oncotarget 2021;12:1243-55.
2. Olawaiye AB, et al. Lancet 2025;405:2205-16.
3. Lorusso D, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA45.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 3
Commentaar prof. dr. Judith Kroep, internist-oncoloog, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden
Tijdens het ESMO-congres werden de resultaten van de KEYNOTE-B96-studie gepresenteerd.1 In deze studie werden patiënten met platinaresistent ovariumcarcinoom die maximaal twee eerdere lijnen chemotherapie hadden gehad, gerandomiseerd naar pembrolizumab plus wekelijks paclitaxel (met of zonder bevacizumab) of placebo plus wekelijks paclitaxel (met of zonder bevacizumab). De studie liet positieve resultaten zien: de progressievrije overleving (PFS) verbeterde significant met pembrolizumab, onafhankelijk van de combined positive score (CPS; HR 0,73). De algehele overleving (OS) verbeterde in de PD-L1-positieve groep (CPS ≥1%) met 4,2 maanden door de toevoeging van pembrolizumab (van 14,0 naar 18,2 maanden, HR 0,76). De publicatie volgt nog. Momenteel lijken deze resultaten echter niet te voldoen aan de PASKWIL-criteria.
Een interessant nieuw middel bij ovariumcarcinoom is relacorilant, een selectieve glucocorticoïdreceptorantagonist. Het is tevens een CYP3A4-remmer die potentieel kan zorgen voor een verhoogde taxaanblootstelling. Eerder in The Lancet gepubliceerde resultaten lieten zien dat toevoeging van relacorilant aan nab-paclitaxel leidde tot een significant betere PFS en OS bij platinaresistent ovariumcarcinoom.2 De OS nam toe van 11,5 maanden met nab-paclitaxel tot 16,0 maanden met relacorilant plus nab-paclitaxel (HR 0,69). Deze resultaten voldoen aan de PASKWIL-criteria. Als de EMA en de NVMO-commissie BOM het middel goedkeuren, kan dit een nieuwe behandeloptie worden. Tijdens het ESMO-congres werden resultaten gepresenteerd van een subgroep van patiënten die eerder behandeld waren met een PARP-remmer.3 Ook hierbij verbeterde de PFS (HR 0,56) en was er een trend naar een langere OS, hoewel die data nog niet matuur waren.
In de ICON8B-studie werd bij patiënten met ovariumcarcinoom een schema met driewekelijks carboplatine en dose-dense (wekelijks) paclitaxel plus bevacizumab vergeleken met het standaard driewekelijkse schema met carboplatine, paclitaxel en bevacizumab.4 Een derde arm – waarin gekeken werd naar driewekelijks carboplatine en dose-dense paclitaxel zonder bevacizumab – werd eerder geschrapt, omdat de resultaten vergelijkbaar waren met het standaardregime.5 De resultaten van de huidige analyse, na een mediane follow-up van 72 maanden, lieten zien dat de OS 10,2 maanden langer was met het dose-dense schema (49,8 versus 39,6 maanden, HR 0,79). Hoewel deze resultaten niet voldoen aan de PASKWIL-criteria, betreft het middelen waarvan het patent is verlopen. Bovendien lijkt het wekelijkse schema minder zwaar, ondanks dat patiënten vaker naar de dagbehandeling moeten komen. Er is daarom zeker wat voor te zeggen om het dose-dense schema ook in Nederland als standaard te overwegen.
Referenties
1. Colombo N, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA3.
2. Olawaiye AB, et al. Lancet 2025;405:2205-16.
3. Lorusso D, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA45.
4. Clamp AR, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 1064O.
5. Clamp AR, et al. Lancet 2019;394:2084-95.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en prof. dr. Judith Kroep naast bovenstaande studies ook de ontwikkelingen van antilichaam-geneesmiddelconjugaten bij ovariumcarcinoom en bespreken zij kort immunotherapie bij endometriumcarcinoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts