Vergeleken met neoadjuvante behandeling met dose dense doxorubicine plus cyclofosfamide gevolgd door paclitaxel, trastuzumab en pertuzumab (THP) is trastuzumab deruxtecan gevolgd door THP (T-DXd-THP) geassocieerd met een significant hoger percentage pathologisch complete respons bij patiënten met niet eerder behandelde, hoog-risico, HER2-positieve, vroege borstkanker. Daarnaast heeft T-DXd-THP een gunstiger veiligheidsprofiel. Deze resultaten van de fase 3-DESTINY-Breast11-studie werden tijdens het eerste Presidentiële Symposium van het ESMO Congress 2025 gepresenteerd door prof. dr. Nadia Harbeck (München, Duitsland).
Bij patiënten met HER2-positieve, gemetastaseerde borstkanker was trastuzumab deruxtecan (T-DXd) als mono- of combinatietherapie geassocieerd met een significant betere werkzaamheid dan de geldende standaardbehandelingen.1,2 In de wereldwijde, driearmige, gerandomiseerde, open-label fase 3-DESTINY-Breast11-studie wordt bij patiënten met niet eerder behandelde, hoog-risico, HER2-positieve, vroege borstkanker de uitkomst onderzocht van neoadjuvante behandeling met T-DXd alleen of gevolgd door paclitaxel, trastuzumab en pertuzumab (T-DXd-THP) versus standaardbehandeling met dose dense doxorubicine plus cyclofosfamide gevolgd door THP (ddAC-THP). De primaire uitkomstmaat is de pathologisch complete respons (pCR; ypT0/Tis ypN0). In maart 2024 adviseerde de independent data monitoring committee om de inclusie in de T-DXd-arm te stoppen.
Hoger pCR-percentage
Uit de op het ESMO Congress 2025 gepresenteerde resultaten bleek dat in de intention-to-treatpopulatie T-DXd-THP (n=321) vergeleken met ddAC-THP (n=320) geassocieerd was met een significant hoger pCR-percentage.3 In de T-DXd-THP-arm was het percentage patiënten met een pCR 67,3%, vergeleken met 56,3% van de patiënten in de ddAC-THP-arm.
“De verbetering in het pCR-percentage werd geconstateerd bij zowel patiënten met hormoonreceptor-positieve als -negatieve borstkanker, met een verbetering van het pCR-percentage van respectievelijk 9,1 en 16,1%. Daarnaast was T-DXd-THP versus ddAC-THP geassocieerd met een betere pCR in de meeste vooraf gedefinieerde subgroepen, waaronder die op basis van de menopauzale status en klinisch stadium”, vertelde Nadia Harbeck.
Minder bijwerkingen
Uit de veiligheidsanalyse bleek dat T-DXd-THP vergeleken met ddAC-THP over het algemeen een gunstiger veiligheidsprofiel had. Zo kwamen bijwerkingen van graad 3 of hoger voor bij 37,5% van de patiënten in de T-DXd-THP-arm versus 55,8% van de patiënten in de ddAC-THP-arm. Ernstige bijwerkingen kwamen voor bij respectievelijk 10,6 en 20,2% van de patiënten. Wegens bijwerkingen werd de behandeling onderbroken bij respectievelijk 37,8 en 54,5% van de patiënten en werd de behandeling gestopt bij respectievelijk 14,1 en 9,9% van de patiënten. Van de bijwerkingen van bijzonder belang kwamen behandelingsgerelateerde interstitiële longziekte of pneumonie voor bij 4,4% van de patiënten in de T-DXd-THP-arm en 5,1% van de patiënten in de ddAC-THP-arm, en linkerventrikeldisfunctie bij respectievelijk 1,3 en 6,1% van de patiënten.
Referenties
1. Cortés J, et al. N Engl J Med 2022;386:1143-54.
2. Tolaney SM, et al. J Clin Oncol 2025;43(17_suppl): abstr LBA1008.
3. Harbeck N, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 291O.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 3
Commentaar dr. Marleen Kok, internist-oncoloog, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam
Het toevoegen van pembrolizumab aan neoadjuvante chemotherapie bij vroeg-stadium triple-negatieve borstkanker (TNBC) verbetert het percentage pathologisch complete responsen (pCR’s) en de ziektevrije overleving (DFS). In de Indiase PLANeT-studie, gepresenteerd tijdens het ESMO Congress 2025, is onderzocht of een lage dosis pembrolizumab toegevoegd aan neoadjuvante chemotherapie ook goede uitkomsten zou geven.1 Het chemotherapieregime bestond uit doxorubicine, cyclofosfamide en paclitaxel (zonder carboplatine); pembrolizumab werd toegediend in een dosering van slechts 50 mg elke 6 weken. De resultaten waren indrukwekkend: 53,8% van de patiënten in de pembrolizumabgroep behaalde een pCR versus 40,5% met chemotherapie alleen. Het aantal bijwerkingen was vergelijkbaar met de reguliere dosering pembrolizumab, wat erop wijst dat zelfs een lage dosering pembrolizumab al een sterke immuunrespons kan opwekken. Ik hoop dat dit een vervolg zal krijgen, zeker omdat pembrolizumab in veel landen nog niet verkrijgbaar is of veel te duur is.
Tijdens het ESMO-congres was er veel aandacht voor de antilichaam-geneesmiddelconjugaten (ADC’s) bij borstkanker, waaronder trastuzumab deruxtecan (T-DXd) voor HER2-positieve ziekte. In de DESTINY-Breast11-studie werden 300 patiënten met hoog-risico, vroege borstkanker gerandomiseerd naar T-DXd gevolgd door paclitaxel, trastuzumab en pertuzumab (T-DXd-THP), dose-dense doxorubicine plus cyclofosfamide gevolgd door THP (ddAC-THP) of T-DXd-monotherapie.2 De monotherapiegroep werd voortijdig gestopt wegens mogelijk een te lage kans op een pCR. In de T-DXd-THP-groep behaalde 67,3% van de patiënten een pCR versus 56,3% in de ddAC-THP-groep. Er kwamen echter kritische vragen over de controlegroep. ddAC-THP wordt in de praktijk niet veel meer gebruikt en gaat gepaard met veel toxiciteit. Hierdoor heeft de controlegroep naar mijn mening een te zware behandeling gehad en ik verwacht niet dat deze studie de Nederlandse praktijk gaat veranderen, mede omdat we nu ook alleen pCR-data hebben gezien uit een relatief kleine studie.
In de DESTINY-Breast05 werd een adjuvante behandeling met trastuzumab emtansine (T-DM1) vergeleken met T-DXd bij hoog-risico, HER2-positieve, vroege borstkanker met restziekte na neoadjuvante therapie.3 Hoog risico betekende in dit geval klinisch stadium T4 of betrokkenheid van meerdere lymfeklieren; dat is echt een groep die ondanks de al best goede standaardbehandeling nog een relatief slechte overleving heeft. De DFS was significant beter met T-DXd, met een HR van 0,47 en een absoluut verschil van 8%. De driejaars-DFS bedroeg 92% met T-DXd versus 83% met T-DM1. Dit zijn belangrijke resultaten waar Nederlandse patiënten hopelijk ook profijt van gaan hebben. Op basis van de PASKWIL-criteria lijkt voorlopige goedkeuring gerechtvaardigd. Wel blijft interstitiële longziekte een zorg, een bijwerking waar twee patiënten in deze studie aan overleden.
In Nederland kunnen patiënten met oligogemetastaseerde ziekte momenteel neoadjuvant T-DXd krijgen in de ANISE-studie.
Er werden ook interessante studies gepresenteerd over andere ADC’s. In de ASCENT-03-studie werd sacituzumab govitecan (SG) in eerste behandellijn vergeleken met chemotherapie bij patiënten met niet eerder behandelde, gemetastaseerde TNBC die niet in aanmerking kwamen voor PD-(L)1-remmers.4 De progressievrije overleving (PFS) verbeterde weliswaar significant met 2,8 maanden, maar deze winst is te beperkt om te voldoen aan de PASKWIL-criteria. Deze studie zal de Nederlandse praktijk daarom waarschijnlijk niet veranderen.
In de TROPION-Breast02 is datopotamab deruxtecan (dato-DXd) onderzocht versus chemotherapie bij patiënten met lokaal gevorderd, inoperabel of gemetastaseerd TNBC voor wie immunotherapie geen optie was.5 De PFS-winst bedroeg 5,2 maanden, met een HR voor algehele overleving (OS) van 0,79. Hoewel dit middel in Nederland nog niet beschikbaar is en deze OS-resultaten nog onvoldoende zijn voor goedkeuring, biedt de PFS-winst mogelijk toch perspectief voor ook de Nederlandse patiënt.
Tot slot werden de OS-data van de SONIA-studie, naar de plaats van CDK4/6-remmers, gepresenteerd.6 Net als bij de PFS bleek het ook voor OS niet uit te maken of deze middelen in de eerste of tweede lijn worden gegeven. Een subgroepanalyse suggereerde wel een OS-voordeel voor premenopauzale vrouwen bij gebruik in de eerste lijn, maar niet voor postmenopauzale vrouwen. In de discussie werd opgemerkt dat de controlearm slechter presteerde dan in de eerdere registratiestudies. Dit komt waarschijnlijk doordat de SONIA niet de strikte inclusiecriteria hanteerde van de registratiestudies, maar juist een heel pragmatische opzet had met ruimere inclusiecriteria, waardoor de patiëntengroep beter de dagelijkse praktijk weerspiegelt.
Referenties
1. Batra A, et al. Ann Oncol 2025;36(Suppl_2): abstr LBA15.
2. Harbeck N, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 291O.
3. Geyer Jr. CE, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA1.
4. Cortés J, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA20.
5. Dent R, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA21.
6. Wortelboer N, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 487MO.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en dr. Marleen Kok naast bovenstaande studies ook OS-resultaten van de monarchE- en NATALEE-studie, de POSITIVE-studie en de DESTINY-Breast09. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts