Bevacizumab in combinatie met wekelijks dose-dense paclitaxel en driewekelijks carboplatine verbeterde de mediane algehele overleving met 10,2 maanden ten opzichte van bevacizumab en driewekelijks carboplatine en paclitaxel bij patiënten met hoog-risico, stadium III-IV, epitheliaal ovariumcarcinoom. Dr. Andrew Clamp (Manchester, Verenigd Koninkrijk) presenteerde de finale analyse van de ICON8B-studie tijdens het ESMO Congress 2025.
Driewekelijks paclitaxel/carboplatine vormt al lange tijd een belangrijk onderdeel van de eerstelijnsbehandeling van patiënten met epitheliaal ovariumcarcinoom. Toevoeging van bevacizumab of wekelijks dose-dense paclitaxel verbeterde de overleving bij hoog-risico, stadium III- of stadium IV-ziekte. “In de gerandomiseerde fase 3-ICON8B-studie werden deze twee strategieën gecombineerd”, vertelde Andrew Clamp.
ICON8B
In deze studie werden nieuw-gediagnosticeerde patiënten met hoog-risico, stadium III-IV, epitheliaal ovariumcarcinoom gerandomiseerd tussen zes kuren driewekelijks carboplatine, paclitaxel (175 mg/m2) en bevacizumab, gevolgd door maximaal achttien kuren bevacizumab (arm B1) of zes kuren driewekelijks carboplatine met wekelijks dose-dense paclitaxel (80 mg/m2) zonder bevacizumab (arm B2) of met bevacizumab (arm B3). Patiënten konden deelnemen na directe primaire chirurgie, of met gepland uitgestelde primaire chirurgie tijdens de chemotherapie. Arm B2 werd vroegtijdig gesloten op basis van de negatieve resultaten van ICON8.1
In arm B1 en B3 werden in totaal 579 patiënten geïncludeerd. De eerste analyse liet een significante verbetering zien van de primaire uitkomstmaat, de progressievrije overleving (PFS) in arm B3 versus arm B1 (mediane PFS 22,2 versus 16,7 maanden; HR 0,75; p=0,002).2 Clamp presenteerde nu de analyse van de algehele overleving (OS).3
Betere OS
“Na een mediane follow-up van 72 maanden was een significante en klinisch relevante verbetering van de OS zichtbaar. De mediane OS verbeterde van 39,6 maanden tot 49,8 maanden met de incorporatie van wekelijks paclitaxel in arm B3 (HR 0,79; p=0,010)”, meldde Clamp. Bij de 14% patiënten die directe primaire chirurgie ondergingen was geen duidelijk OS-voordeel van wekelijks paclitaxel zichtbaar, maar bij patiënten met uitgestelde primaire chirurgie was de mediane OS 47,3 weken in arm B3 ten opzichte van 37,1 weken in arm B1 (HR 0,78; p=0,015). Er was geen significant verschil in OS-voordeel tussen verschillende subgroepen, al leken patiënten met niet-hooggradig, sereus ovariumcarcinoom meer te profiteren.
De update van de PFS-resultaten bevestigde de eerder gepubliceerde resultaten, met een verschil van 4,9 maanden in mediane PFS in het voordeel van arm B3 (HR 0,72; p=0,0003).
Er werden geen nieuwe veiligheidssignalen gezien. Anemie kwam vaker voor met wekelijks paclitaxel, maar perifere neuropathie werd in alle armen ongeveer even vaak gezien. Hypertensie kwam vaker voor in de armen met bevacizumab, maar het optreden van veneuze trombo-embolieën was vergelijkbaar in alle armen.
Standaard behandeloptie
“Bevacizumab in combinatie met driewekelijks carboplatine en wekelijks dosisintensief paclitaxel zou overwogen moeten worden als standaard behandeloptie voor patiënten met hoog-risico, stadium III-IV, epitheliaal ovariumcarcinoom”, aldus Clamp. Momenteel wordt onderzocht of er een verband bestaat tussen de effectiviteit van dose-dense chemotherapie en intrinsieke tumorchemosensitiviteit en homologe-recombinatiedeficiëntie.
Referenties
1. Clamp AR, et al. Lancet 2019;394:2084-95.
2. Clamp AR, et al. Int J Gynecol Cancer 2023;33(suppl_3):A424.
3. Clamp AR, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 1064O.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 3
Commentaar prof. dr. Judith Kroep, internist-oncoloog, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden
Tijdens het ESMO-congres werden de resultaten van de KEYNOTE-B96-studie gepresenteerd.1 In deze studie werden patiënten met platinaresistent ovariumcarcinoom die maximaal twee eerdere lijnen chemotherapie hadden gehad, gerandomiseerd naar pembrolizumab plus wekelijks paclitaxel (met of zonder bevacizumab) of placebo plus wekelijks paclitaxel (met of zonder bevacizumab). De studie liet positieve resultaten zien: de progressievrije overleving (PFS) verbeterde significant met pembrolizumab, onafhankelijk van de combined positive score (CPS; HR 0,73). De algehele overleving (OS) verbeterde in de PD-L1-positieve groep (CPS ≥1%) met 4,2 maanden door de toevoeging van pembrolizumab (van 14,0 naar 18,2 maanden, HR 0,76). De publicatie volgt nog. Momenteel lijken deze resultaten echter niet te voldoen aan de PASKWIL-criteria.
Een interessant nieuw middel bij ovariumcarcinoom is relacorilant, een selectieve glucocorticoïdreceptorantagonist. Het is tevens een CYP3A4-remmer die potentieel kan zorgen voor een verhoogde taxaanblootstelling. Eerder in The Lancet gepubliceerde resultaten lieten zien dat toevoeging van relacorilant aan nab-paclitaxel leidde tot een significant betere PFS en OS bij platinaresistent ovariumcarcinoom.2 De OS nam toe van 11,5 maanden met nab-paclitaxel tot 16,0 maanden met relacorilant plus nab-paclitaxel (HR 0,69). Deze resultaten voldoen aan de PASKWIL-criteria. Als de EMA en de NVMO-commissie BOM het middel goedkeuren, kan dit een nieuwe behandeloptie worden. Tijdens het ESMO-congres werden resultaten gepresenteerd van een subgroep van patiënten die eerder behandeld waren met een PARP-remmer.3 Ook hierbij verbeterde de PFS (HR 0,56) en was er een trend naar een langere OS, hoewel die data nog niet matuur waren.
In de ICON8B-studie werd bij patiënten met ovariumcarcinoom een schema met driewekelijks carboplatine en dose-dense (wekelijks) paclitaxel plus bevacizumab vergeleken met het standaard driewekelijkse schema met carboplatine, paclitaxel en bevacizumab.4 Een derde arm – waarin gekeken werd naar driewekelijks carboplatine en dose-dense paclitaxel zonder bevacizumab – werd eerder geschrapt, omdat de resultaten vergelijkbaar waren met het standaardregime.5 De resultaten van de huidige analyse, na een mediane follow-up van 72 maanden, lieten zien dat de OS 10,2 maanden langer was met het dose-dense schema (49,8 versus 39,6 maanden, HR 0,79). Hoewel deze resultaten niet voldoen aan de PASKWIL-criteria, betreft het middelen waarvan het patent is verlopen. Bovendien lijkt het wekelijkse schema minder zwaar, ondanks dat patiënten vaker naar de dagbehandeling moeten komen. Er is daarom zeker wat voor te zeggen om het dose-dense schema ook in Nederland als standaard te overwegen.
Referenties
1. Colombo N, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA3.
2. Olawaiye AB, et al. Lancet 2025;405:2205-16.
3. Lorusso D, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA45.
4. Clamp AR, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 1064O.
5. Clamp AR, et al. Lancet 2019;394:2084-95.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en prof. dr. Judith Kroep naast bovenstaande studies ook de ontwikkelingen van antilichaam-geneesmiddelconjugaten bij ovariumcarcinoom en bespreken zij kort immunotherapie bij endometriumcarcinoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts