Corona heeft grote invloed op oncologische zorg

25-03-2020 Virus, COVID-19

Als gevolg van de verspreiding van het coronavirus is in Nederland ook de reguliere oncologische zorg onder druk komen te staan. Op 22 maart jl. publiceerde de NVMO op haar website het ‘Handvat COVID-19 oncologie’. Dit document helpt internist-oncologen lokaal beleid te maken ten aanzien van de oncologische zorg ten tijde van COVID-19.

Sinds eind februari in Nederland de eerste patiënt met een coronabesmetting werd vastgesteld, loopt het aantal besmettingen op. Evenals het aantal besmette mensen dat daadwerkelijk (ernstig) ziek wordt en in het ziekenhuis moet worden opgenomen. De gevolgen van die toeloop strekken zich inmiddels ook uit tot de reguliere oncologische zorg. Dat is met name het geval in Noord-Brabant waar de ziekenhuizen tot nu toe de grootste toeloop kennen van COVID-19-patiënten. Voortbordurend op de maatregelen die de Brabantse ziekenhuizen half maart namen (in samenwerking met het Erasmus MC waarmee zij het EMBRAZE Kankernetwerk vormen), publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO) op 22 maart jl. op haar website het ‘Handvat COVID-19 oncologie’. Dit document geeft (globale) aanwijzingen hoe de afdelingen Medische oncologie in ziekenhuizen - indien dit nodig is - hun zorgverlening zodanig kunnen aanpassen dat onder de huidige omstandigheden nog verantwoorde oncologische zorg kan plaatsvinden.

Patiënten weren
In de kern komen de aanbevelingen neer op twee zaken: het fysieke contact tussen zorgverleners en patiënten tot een minimum beperken en de kwetsbaarheid van de patiënt voor besmetting en/of de kans op een ernstig beloop van COVID-19 zoveel mogelijk verminderen. Het eerste houdt in dat patiënten zoveel mogelijk uit het ziekenhuis worden geweerd. Dat betekent zoveel mogelijk telefonische consulten, controles op klachten indien mogelijk uitstellen en bloedprikken waar mogelijk buiten het ziekenhuis laten gebeuren. Een bijkomend effect van het afschalen van de fysieke contacten is dat zowel patiënten als zorgverleners minder kans lopen besmet te raken met het coronavirus. Daarnaast schept het afschalen van de oncologische zorg in het ziekenhuis mogelijkheden tot het opschalen van de coronazorg, zowel wat betreft ruimte als personeel.

Systemische behandeling
Om de kwetsbaarheid van de patiënt voor besmetting en/of de kans op een ernstig verloop van COVID-19 te verminderen geeft het ‘Handvat COVID-19’ - per tumorsoort en per ziektestadium - adviezen over het wel of niet starten of laten doorgaan van de (systemische) behandeling. Daarbij is het zaak per patiënt een afweging te maken tussen de voordelen van de behandeling (in termen van behandeling van de maligniteit) en de nadelen ervan (in termen van een verhoogde vatbaarheid voor infecties en/of een ernstig beloop daarvan). Uiteraard is het maken van die afweging tussen voor- en nadelen niet gemakkelijk. Het ontbreekt simpelweg aan harde wetenschappelijke data over bijvoorbeeld de invloed van diverse vormen van systemische behandeling op de vatbaarheid voor en het mogelijke beloop van COVID-19.

Checkpointremmers
Globaal adviseert het ‘Handvat COVID-19’ in ieder geval terughoudend te zijn met checkpointremmers en deze waar mogelijk te vervangen door doelgerichte therapie, bijvoorbeeld BRAF/MEK-remmers bij gemetastaseerd melanoom of TKI’s bij gemetastaseerd niercelcarcinoom. Achterliggende reden daarbij is onder andere het feit dat checkpointremmers een lange halfwaardetijd en werkingsduur hebben. Ook zijn er enkele aanwijzingen dat zij mogelijk het risico op een ernstig beloop van COVID-19 vergroten.

Dr. Marten Dooper, wetenschapsjournalist