Het RIVM is met een project in actie gekomen om de dalende trend in deelname aan de bevolkingsonderzoeken voor borst-, baarmoederhals- en darmkanker te keren. Het project is er specifiek op gericht om de communicatiemiddelen beter te laten aansluiten op de mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Karin Honig MSc, projectleider Toegankelijkheid bij het RIVM-Centrum voor Bevolkingsonderzoek, vertelt over de aanpak en het mogelijke vervolg.
Bij een derde van de Nederlandse bevolking is sprake van beperkte gezondheidsvaardigheden. “Dit betreft heel veel verschillende mensen”, zegt Karin Honig. “Mensen met een lage taalvaardigheid, mensen die de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, mensen in armoede of in sociale problemen. Sociale problemen zijn niet per se een aanleiding voor structurele beperkte gezondheidsvaardigheden natuurlijk, maar als de stress ervan piekt zijn mensen met andere dingen bezig. Er is wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat dit gevolgen heeft voor hun deelname aan de drie bevolkingsonderzoeken die we in Nederland kennen, voor borst-, baarmoederhals- en darmkanker. Ook zijn er cijfers die laten zien dat zij hieraan verhoudingsgewijs minder vaak deelnemen. Aan het bevolkingsonderzoek borstkanker neemt gemiddeld in ons land 70% van de vrouwen uit de doelgroep deel. Maar uit de data over wijken met veel mensen met een lage sociaaleconomische status weten we dat onder hen soms minder dan de helft meedoet. Bij baarmoederhalskanker ligt de deelname in deze wijken zo’n 10 tot 20% onder het gemiddelde.”
Als mensen de bewuste keuze maken om niet deel te nemen aan een bevolkingsonderzoek, is het niet aan het RIVM om hen hiertoe over te halen. “Maar bij de specifieke groep van mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden zien we dat andere redenen ten grondslag liggen – angst, onwetendheid, onduidelijke informatie – aan het niet deelnemen”, aldus Honig.
Gericht project
Al die mensen wil het RIVM bereiken en beter informeren. Vandaar het project dat tot doel heeft de drie bevolkingsonderzoeken toegankelijker te maken voor een bredere groep mensen. “Het RIVM en Bevolkingsonderzoek Nederland zijn verantwoordelijk voor de communicatie over de bevolkingsonderzoeken”, vertelt Honig. “Voor het project hebben we contact gezocht met taalambassadeurs en zijn we ook de wijken in gegaan om in buurtcentra en dergelijke met mensen te praten. We zijn met hen in gesprek gegaan om nog beter te leren begrijpen waar zij tegenaan lopen als ze een uitnodiging krijgen voor het bevolkingsonderzoek.”
Daaruit kwam een project in drie delen. Ten eerste het verbeteren van de huidige communicatiemiddelen. Als tweede de ontwikkeling van nieuwe materialen om mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden beter te bereiken. En als derde voorlichtingen en trainingen in de wijken van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, waar de deelname aan bevolkingsonderzoeken relatief laag is. Bij de ontwikkelde of aangepaste communicatiemiddelen kan worden gedacht aan flyers en posters in meerdere talen zoals Engels, Arabisch, Turks, Pools en Oekraïens. “Onze uitnodigingsbrieven en folders sturen wij in het Nederlands naar de mensen die worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek”, vertelt Honig, “dat is het basispakket waaraan wij gebonden zijn. Maar op die brieven en folders kunnen we wel met een QR-code duidelijk maken dat de informatie online ook in die andere talen beschikbaar is. Ook hebben we informatie die we beschikbaar stellen in de wachtruimten van huisartspraktijken, specifiek in wijken waar de deelname lager is.” Verder is gekozen voor begrijpelijke Steffie-video’s over de bevolkingsonderzoeken, ook in meerdere talen. “Voor baarmoederhalskanker ook in Farsi, Tigrinya en Somalisch. We weten namelijk dat een aantal jonge vrouwen, die nog in AZC’s verblijven, al wel een verblijfsstatus hebben en dus als Nederlands ingezetenen de uitnodiging voor dit bevolkingsonderzoek krijgen. Het verzoek tot het aanbieden van de informatie in deze drie extra talen kwam van GGD-GHOR.”
In de wijken
De voorlichtingen en trainingen in wijken worden aangeboden in bijvoorbeeld buurtcentra, voedselbanken, of scholen waar jonge moeders bij elkaar komen voor taalles. “Wij hebben een toolkit ontwikkeld die professionals en vrijwilligers kunnen gebruiken als zij zelf voorlichting geven”, vertelt Honig. “Zelf heeft onze gezondheidsvoorlichter inmiddels al aan zo’n 450 mensen voorlichting gegeven. En waar ze dit deed voor een van de drie bevolkingsonderzoeken, werd ze veelal terug gevraagd om dit ook voor de andere twee te doen. Maar het mooie van werken met mensen uit de wijken zelf is dat zij hun eigen verhaal kunnen vertellen. Het is heel waardevol als zij hun eigen barrières benoemen die ze hebben moeten overwinnen om aan een bevolkingsonderzoek deel te nemen en wat daarvan de waarde is.”
Natuurlijk weet het RIVM niet in detail welke mensen in het land beperkte gezondheidsvaardigheden hebben. “Maar grofweg hebben we hier wel degelijk inzicht in”, zegt Honig. “Voor een online campagne, die we ontwikkelen samen met KWF Kankerbestrijding en Bevolkingsonderzoek Nederland, maken we gebruik van een mediabureau dat weet hoe je op postcodeniveau en op basis van de taalinstellingen die mensen op hun smartphone hebben, de juiste content kan laten zien.”
Positief beoordeeld
Het driejarige project heeft brede belangstelling gekregen en was op 24 mei 2025 zelfs het openingsitem van het NOS Journaal. “Het is heel positief ontvangen”, vertelt Honig. “Deze aanpak wordt erg gewaardeerd. Begrijpelijk ook wel, want kanker en het verkleinen van gezondheidsverschillen zijn momenteel echt hot topics en dit is bij uitstek een voorbeeld van hoe we daar hands-on een goede aanpak voor proberen op te zetten.”
Eind dit jaar komt het driejarige project ten einde. “Samen met Bevolkingsonderzoek Nederland zijn wij verantwoordelijk voor de communicatie over de bevolkingsonderzoeken, dus daarmee gaan we gewoon door”, zegt Honig. “In hoeverre dit ook voor de voorlichting in de wijken mogelijk is, moeten we nog zien. Het is zeker belangrijk, maar het is ook heel arbeidsintensief. Er moeten dus middelen worden vrijgemaakt om dit op grote schaal te kunnen voortzetten. Het is aan het ministerie van VWS om daarover te beslissen; of en in welke mate dit zal gebeuren, is op dit moment nog niet duidelijk. Maar alles wat we van dit project hebben geleerd en de contacten die we hiermee hebben opgedaan bieden in ieder geval een basis om een groot deel van het werk te kunnen voortzetten.”
Drs. Frank van Wijck, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 5