Verkorte productinformatie

▼Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. TUKYSA 50 mg / 150 mg filmomhulde tabletten. SAMENSTELLING: Elke filmomhulde tablet bevat tucatinib overeenkomend met 50 of 150 mg tucatinib. Hulpstoffen met bekend effect: Elke filmomhulde tablet van 150 mg bevat 27,64 mg natrium en 30,29 mg kalium. INDICATIE TUKYSA is geïndiceerd in combinatie met trastuzumab en capecitabine voor de behandeling van volwassen patiënten met HER2 positieve, lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker, die ten minste 2 voorafgaande anti HER2 behandelschema’s hebben gekregen. CONTRAINDICATIES Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen. WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGEN Verhoogd ALAT, ASAT en bilirubine zijn gemeld tijdens behandeling met tucatinib. ALAT, ASAT en bilirubine dienen elke drie weken of zoals klinisch geïndiceerd, te worden gemonitord. Op basis van de ernst van de bijwerking dient de behandeling met tucatinib te worden onderbroken en daarna dient de dosis te worden verlaagd of dient de behandeling definitief te worden stopgezet. : Stijging van serumcreatinine (gemiddelde stijging 30%) is waargenomen en was het gevolg van het remmend effect op renaal tubulair transport van creatinine zonder effect op de glomerulaire functie. Er kan overwogen worden om andere markers dan creatinine te gebruiken om na te gaan of de nierfunctie verstoord is. Diarree: Ernstige voorvallen zoals dehydratie, hypotensie, acuut nierletsel en overlijden, zijn gemeld tijdens behandeling met tucatinib. Als zich diarree voordoet, dienen antidiarrhoica te worden toegediend als klinisch geïndiceerd. Voor diarree van graad ≥ 3 dient de behandeling met tucatinib te worden onderbroken en daarna dient de dosis te worden verlaagd of dient de behandeling definitief te worden stopgezet. Diagnostische tests dienen als klinisch geïndiceerd te worden uitgevoerd bij diarree van graad 3 of 4 of bij diarree van iedere graad met complicerende kenmerken (dehydratie, koorts, neutropenie) om infectieuze oorzaken uit te sluiten. Embryofoetale toxiciteit: Op basis van bevindingen van dieronderzoek en het werkingsmechanisme van tucatinib kan tucatinib schadelijke effecten hebben op de foetus. Zwangere vrouwen dienen te worden geïnformeerd over het potentiële risico voor een foetus. Vrouwen die zwanger kunnen worden, dienen geadviseerd te worden effectieve anticonceptie te gebruiken tijdens en gedurende ten minste 1 week na de laatste dosis van de behandeling. Mannelijke patiënten met een vrouwelijke partner die zwanger kan worden, moet ook worden geadviseerd een effectieve anticonceptiemethode te gebruiken tijdens en gedurende ten minste 1 week na de laatste dosis van de behandeling. Gevoelige CYP3A substraten: Tucatinib is een sterke CYP3A remmer. Hierdoor kan tucatinib een interactie vertonen met geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd door CYP3A, wat kan leiden tot verhoogde plasmaconcentraties van het andere product. Gelijktijdige behandeling van tucatinib met CYP3A substraten moet worden vermeden wanneer minimale concentratieveranderingen kunnen leiden tot ernstige of levensbedreigende bijwerkingen. Als gelijktijdig gebruik niet kan worden vermeden, dient de dosering van het CYP3A substraat te worden verlaagd in overeenstemming met de SPC van het gelijktijdig gebruikte geneesmiddel. P gp substraten: Gelijktijdig gebruik van tucatinib met een P gp substraat verhoogde de plasmaconcentraties van het P gp substraat, wat kan leiden tot verhoogde toxiciteit. Er dient overwogen te worden de dosis P gp substraten te verlagen in overeenstemming met de SPC van het gelijktijdig gebruikte geneesmiddel. P gp substraten dienen met voorzichtigheid te worden toegediend wanneer minimale concentratieveranderingen kunnen leiden tot ernstige of levensbedreigende toxiciteit. Sterke CYP3A /matige CYP2C8 inductoren: Gelijktijdig gebruik met een sterke CYP3A inductor of matige CYP2C8 inductor dient te worden vermeden omdat dit de concentraties van tucatinib kan verlagen waardoor de werking kan afnemen. Sterke/matige CYP2C8 remmers: Gelijktijdig gebruik met sterke CYP2C8 remmers dient te worden vermeden omdat het de concentraties van tucatinib kan verhogen waardoor het risico op toxiciteit als gevolg van tucatinib kan toenemen. Bij matige CYP2C8 remmers dient de monitoring voor toxiciteit als gevolg van tucatinib te worden geïntensiveerd. BIJWERKINGEN: De meest gemelde bijwerkingen van graad 3 en 4 (≥ 5%) tijdens behandeling waren diarree (13%), verhoogd ALAT (6%) en verhoogd ASAT (5%). Ernstige bijwerkingen kwamen voor bij 29% van de patiënten die werden behandeld met tucatinib en omvatten diarree (4%), braken (3%) en misselijkheid (2%). Bijwerkingen die leidden tot stopzetting van de behandeling met TUKYSA, kwamen voor bij 6% van de patiënten; de meest voorkomende bijwerkingen die leidden tot stopzetting van behandeling waren diarree (1%) en verhoogd ALAT (1%). Bijwerkingen die leidden tot een dosisverlaging van TUKYSA, kwamen voor bij 23% van de patiënten; de meest voorkomende bijwerkingen die leidden tot een dosisverlaging, waren diarree (6%), verhoogd ALAT (5%) en verhoogd ASAT (4%). Zeer vaak (≥ 1/10) voorkomende bijwerkingen waren bloedneus, diarree, misselijkheid, braken, stomatitis (stomatitis omvat stomatitis, orofaryngeale pijn, mondulceratie, orale pijn, lipulceratie, glossodynie, tongblaren, lipblaar, orale dysesthesie, tongulceratie, rash (rash omvat uitslag maculopapulair, uitslag, acneïforme dermatitis, erytheem, uitslag vlekkerig, uitslag papulair, pustuleuze uitslag, uitslag pruritus, uitslag erythemateus, huidexfoliatie, urticaria, dermatitis allergisch, palmerytheem, plantair erytheem en huidtoxiciteit) en artralgie. Zeer vaak afwijkende onderzoeken waren verhoogd ASAT, verhoogd ALAT, bloed bilirubine verhoogd, gewichtsafname. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen: Diarree: In de registratiestudie tucatinib HER2CLIMB kwam diarree voor bij 82% van de patiënten in de tucatinibgroep. Voorvallen van diarree van graad 3 en hoger kwamen voor bij 13% van de patiënten. Twee patiënten die diarree van graad 4 ontwikkelden zijn daarna overleden, waarbij diarree heeft bijgedragen aan het overlijden. Bij 6% van de patiënten leidde diarree tot een dosisverlaging en bij 1% van de patiënten tot stopzetting van de behandeling. De mediane tijd tot optreden van diarree (enige graad) bedroeg 12 dagen; 81% van de voorvallen van diarree ging over, met een mediane tijd van 8 dagen tot herstel. Profylactisch gebruik van antidiarrhoica was niet noodzakelijk. Antidiarrhoica werden gebruikt in minder dan de helft van de behandelingscycli waarin voorvallen van diarree werden gemeld. De mediane duur van gebruik van een antidiarrhoicum bedroeg 3 dagen per cyclus. Melding van vermoedelijke bijwerkingen: Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl. FARMACOTHERAPEUTISCHE CATEGORIE antineoplastische middelen, proteïnekinaseremmers, ATC code: L01EH03. Voor de volledige productinformatie zie Samenvatting Productkenmerken TUKYSA. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN Seagen B.V., Evert van de Beekstraat 1-104, 1118CL Schiphol, Nederland NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN TUKYSA 50 mg filmomhulde tabletten: EU/1/20/1526/001, TUKYSA 150 mg filmomhulde tabletten: EU/1/20/1526/002 AFLEVERINGSWIJZE U.R. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST mei 2021

Referenties: 1. TUKYSA. Samenvatting van de productkenmerken 2. Murthy et al. NEJM 2020;382:597-609 3. Curigliano et al. Ann Oncol. 2022;33(3):321-329

NL-TUP-21-102-MT 05/2022

Retsevmo logo