De Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO) ontwikkelt in samenwerking met Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) het MED-ACT-protocol. Doel hiervan is de doelmatigheid van oncologische behandelingen – met name dure geneesmiddelen – te optimaliseren. Het protocol moet ervoor zorgen dat behandelingen sneller en beter worden afgestemd op de juiste groepen patiënten. Dr. Anke Richters (senior onderzoeker IKNL) en dr. Annemiek van Ommen-Nijhof (internist-oncoloog, Antoni van Leeuwenhoek te Amsterdam) leggen uit hoe het proces wordt vormgegeven.
Dat KWF Kankerbestrijding in december 2024 financiering heeft toegekend voor de ontwikkeling van het MED-ACT-protocol, is een logisch gevolg van de uitkomsten van de SONIA-studie.1 Deze studie toonde aan dat het later en korter toedienen van CDK4/6-remmers bij uitgezaaide borstkanker even effectief is, maar de patiënt wel minder bijwerkingen geeft en bovendien een kostenbesparing van 45 miljoen euro per jaar oplevert. Het MED-ACT-protocol wil dergelijke studies systematisch mogelijk maken voor andere oncologische middelen, via het ontwikkelen van een gestandaardiseerd kader voor doelmatigheidsstudies in de oncologie. De ontwikkeling ervan wordt geleid door internist-oncoloog prof. dr. Gabe Sonke (Antoni van Leeuwenhoek), internist-oncoloog dr. Sjoukje Oosting (UMC Groningen) en internist-oncoloog dr. Machteld Wymenga (Medisch Spectrum Twente).
“Het MED-ACT-protocol is vooral een voortzetting van de inhoudelijke lijn die al was ingezet met eerder doelmatigheidsonderzoek in de oncologie”, vertelt Anke Richters. “Arts-onderzoekers doen dergelijk onderzoek al voor hun eigen behandelingsgebied, maar dat zijn vooral op zichzelf staande initiatieven. Het doel van MED-ACT is tot een breder gedragen protocol te komen door projecten bij elkaar te brengen en onderzoekers de kans te geven van elkaar te leren.” Annemiek van Ommen-Nijhof vult aan: “Er liggen beslist kansen om veel meer doelmatigheidsonderzoek te doen, maar vaak ontbreekt het aan tijd. Aanhaken bij een groter verband maakt het makkelijker voor onderzoekers.”
Master-protocol ontwikkelen
De eerste stap in het proces is draagvlak creëren, zegt Richters. “We brengen de behandelaars (de NVMO), de patiënten (NFK), de ziekenhuizen en de onderzoeksgroepen bij elkaar. Samen willen we tot een master-protocol komen voor het doen van doelmatigheidsstudies, met als doel de doelmatigheid van oncologische behandelingen te optimaliseren.” Zorginstituut Nederland en Zorgverzekeraars Nederland zijn hierbij als adviserende partijen betrokken. “De betrokkenheid van de patiëntenorganisatie is heel belangrijk”, zegt Van Ommen-Nijhof. “Het werk is tenslotte gericht op het verbeteren van de uitkomst voor de patiënt.”
De hoop is dat de gekozen aanpak ook zal leiden tot meer doelmatigheidsstudies, stelt Van Ommen-Nijhof. “Het is mooi als het een sfeer creëert van: die boot wil ik niet missen. We hopen dit aantrekkelijk te maken door ons niet alleen te richten op de inhoudelijke ontwikkeling van het protocol, maar ook op de infrastructuur en de logistiek. Natuurlijk kunnen we daarbij leren van goede voorbeelden van eerdere doelmatigheidsstudies, zoals de SONIA-studie. Dat is een belangrijk voorbeeld, Nederland loopt echt voorop met dit type onderzoek.”
Daarnaast wordt ook samengewerkt met internationale partners. “Het University College in Londen heeft bijvoorbeeld veel kennis over innovatieve methodologie en statistiek voor dit type studies, we werken met hen samen om die kennis optimaal te gebruiken”, stelt Richters, die daarvoor dat instituut bezocht vorig jaar.
Zo vroeg mogelijk starten
De betrokken partijen hebben gediscussieerd over de vraag op welk moment een doelmatigheidsstudie moet starten. Van Ommen-Nijhof: “Het antwoord is: liefst op het moment dat een nieuw, duur geneesmiddel wordt vergoed en voorgeschreven. Nog mooier zou zijn als we daarvoor al kunnen starten – bijvoorbeeld als een middel nog in de sluis zit – maar dat is logistiek erg ingewikkeld. Maar in ieder geval zo snel mogelijk dus. En natuurlijk zullen ook bestaande behandelingen in het protocol gaan passen. Waarbij de kanttekening wel is dat dit het makkelijkst is als er nog geen standard of care voor bepaald is. Dan is immers nog geen sprake van een ingesleten behandelpatroon, wat betekent dat de beroepsgroep meer ruimte heeft om dit zelf vast te stellen.”
Een harde deadline voor wanneer het protocol een feit moet zijn, is niet gesteld. “We proberen om de komende twee jaar zover te zijn dat we op de beoogde gestandaardiseerde manier kunnen gaan werken met studies”, zegt Richters. “Dat is de stip op de horizon. Maar gelet op het grote maatschappelijke belang is het uitgangspunt natuurlijk: hoe eerder, hoe beter.”
Status
Een interessante vraag is welke status het protocol kan gaan krijgen. Gaat het richtinggevend worden voor Zorginstituut Nederland in discussies over het pakket en passende zorg? Wat gaan zorgverzekeraars ermee doen in de contractering? “Als onderzoekers gaan wij daar natuurlijk niet over”, zegt Van Ommen-Nijhof. “Maar ons idee is wel dat dit project zo breed gedragen wordt dat er consequenties kunnen worden verbonden aan de resultaten ervan. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de richtlijnen. Het is zuiver dat we ook daarvan als onderzoekers onafhankelijk blijven. Maar als er consensus is over de doelmatigheid van een oncologische behandeling, zou het vreemd zijn als een richtlijnencommissie besluit die niet te implementeren.”
De meerwaarde voor patiënten van het MED-ACT-protocol zal groot zijn, verwachten beiden. Richters zegt: “In de eerste plaats zal die meerwaarde er zijn voor patiënten die in studies zitten. Als een behandeling voor hen minder intensief kan, zal dit direct al impact hebben. Een korte behandeling of een lagere dosering betekent mogelijk minder toxiciteit. Een kortere behandeling betekent bovendien minder ziekenhuisbezoeken en dus minder belasting voor de patiënt. En als wordt aangetoond dat met een kortere behandeling kan worden volstaan, heeft dat ook gevolgen voor toekomstige patiënten.”
Financieel perspectief
Natuurlijk levert korter of met een lagere dosering behandelen ook financiële winst op. “Vergeet niet dat het ook een besparing op de zorgcapaciteit met zich meebrengt”, zegt Van Ommen-Nijhof. “Ook dat is, gelet op de personele druk op de zorg, een belangrijk punt.” Kostenbesparing is niet het primaire doel van het MED-ACT-protocol, stelt Richters. “Het gaat primair om de verbetering van zorguitkomsten voor de patiënt”, zegt ze. “Al is het inderdaad zeker waardevol als dit hand in hand gaat met doelmatiger inzet van zorg.”
Een interessante gedachte is ook dat het geld dat op basis van de ene studie wordt bespaard, theoretisch in de volgende studie kan worden gestoken. “Alleen de uitvoering van een doelmatigheidsstudie levert vaak al fikse besparingen op”, zegt Van Ommen-Nijhof. “Vaak krijgt namelijk een deel van de patiënten in een doelmatigheidsstudie een minder intensieve behandeling en dat leidt, los van de uitkomsten van de studie, tot lagere uitgaven. Punt is wel dat het mogelijk moet zijn om geld dat wordt bespaard op de zorg, te investeren in onderzoek. Dat zijn verschillende potjes. Het vergt een beetje out-of-the-box denken, maar gezien de enorme potentie is dat absoluut de moeite waard.”
Referentie
1. Sonke GS, et al. Nature 2024;636:474-80.
Drs. Frank van Wijck, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 5