De ENGOT-ov65/KEYNOTE-B96-studie toont een significante verbetering van de progressievrije en algehele overleving met pembrolizumab toegevoegd aan wekelijks paclitaxel bij platinaresistent, recidief ovariumcarcinoom. “Dit is de eerste fase 3-studie met een behandeling op basis van een immuuncheckpointremmer die een statistisch significante verbetering van de algehele overleving laat zien bij ovariumcarcinoom”, aldus prof. dr. Nicoletta Colombo (Milaan, Italië), die deze resultaten presenteerde tijdens het ESMO Congress 2025.
Voor patiënten met platinaresistent, recidief ovariumcarcinoom (PRROC) is een wekelijkse behandeling met paclitaxel in combinatie met bevacizumab een van de meest effectieve opties. Paclitaxel geeft een boost aan het immuunsysteem, onder andere door de inductie van celdood en verhoogde antigeenpresentatie. Combinatie met de PD-1-remmer pembrolizumab zou de antitumor-immuunrespons verder kunnen versterken. Deze combinatie werd onderzocht in de fase 3-ENGOT-ov65/KEYNOTE-B96-studie bij patiënten met PRROC na één of twee eerdere behandellijnen, waarvan minimaal één platinabevattend.
ENGOT-ov65/KEYNOTE-B96
In totaal werden 643 patiënten 1:1 gerandomiseerd tussen pembrolizumab (400 mg, Q6W) of placebo, beide in combinatie met wekelijks paclitaxel met of zonder bevacizumab. De primaire uitkomstmaat was de progressievrije overleving (PFS) in de populatie met PD-L1-CPS ≥1%.
De patiëntkarakteristieken waren in beide armen vergelijkbaar. Ongeveer 70% vertoonde PD-L1-expressie (CPS ≥1%), 73% werd ook behandeld met bevacizumab. De meeste patiënten waren met twee eerdere therapielijnen behandeld, en ongeveer 45% had een platinavrij interval van minder dan drie maanden.
Verbeterde PFS
“Bij de eerste interimanalyse, in de populatie met PD-L1-CPS ≥1% na een mediane follow-up van 15,6 maanden, leidde de toevoeging van pembrolizumab aan wekelijks paclitaxel tot een statistisch significante verbetering van de PFS (HR 0,72; p=0,0014). De mediane PFS was 8,3 maanden in de pembrolizumab-arm en 7,2 maanden in de placeboarm”, vertelde Nicoletta Colombo.1 Ook in de intention-to-treat (ITT)-populatie was een statistisch significante verbetering van de PFS zichtbaar (HR 0,70; p<0,0001), met een mediane PFS van respectievelijk 8,3 versus 6,4 maanden. Het PFS-voordeel werd gezien in alle subgroepen, ongeacht het gebruik van bevacizumab.
Verbeterde OS
Bij de tweede interimanalyse, na een mediane follow-up van 26,6 maanden, was een statistisch significante en klinisch relevante verbetering van de algehele overleving (OS) zichtbaar in de populatie met PD-L1-CPS ≥1%, met een mediane OS van 18,2 maanden in de pembrolizumab-arm en 14,0 maanden in de placeboarm (HR 0,76; p=0,0053). “Dit is een verbetering van vier maanden ten opzichte van de meest effectieve controlearm”, benadrukte Colombo. Ze vertelde dat de laatste gegevens ook een statistisch significante verbetering van de OS laten zien in de ITT-populatie. Het OS-voordeel was zichtbaar in alle subgroepen, inclusief die met ongunstige prognostische kenmerken.
Ook het objectieve responspercentage was hoger in de pembrolizumab-arm dan in de placeboarm (53,0% versus 46,6% in de populatie met PD-L1-CPS ≥1%), en de responsen hielden lang aan.
Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen. Zoals verwacht kwamen immuungerelateerde bijwerkingen vaker voor in de pembrolizumab-arm, maar deze waren meestal laaggradig. Twee patiënten overleden door pneumonitis en colitis.
Colombo: “Deze resultaten ondersteunen het gebruik van pembrolizumab plus wekelijks paclitaxel, met of zonder bevacizumab, als een nieuwe standaardbehandeling voor patiënten met PRROC.”
Referentie
1. Colombo N, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA3.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 3
Commentaar prof. dr. Judith Kroep, internist-oncoloog, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden
Tijdens het ESMO-congres werden de resultaten van de KEYNOTE-B96-studie gepresenteerd.1 In deze studie werden patiënten met platinaresistent ovariumcarcinoom die maximaal twee eerdere lijnen chemotherapie hadden gehad, gerandomiseerd naar pembrolizumab plus wekelijks paclitaxel (met of zonder bevacizumab) of placebo plus wekelijks paclitaxel (met of zonder bevacizumab). De studie liet positieve resultaten zien: de progressievrije overleving (PFS) verbeterde significant met pembrolizumab, onafhankelijk van de combined positive score (CPS; HR 0,73). De algehele overleving (OS) verbeterde in de PD-L1-positieve groep (CPS ≥1%) met 4,2 maanden door de toevoeging van pembrolizumab (van 14,0 naar 18,2 maanden, HR 0,76). De publicatie volgt nog. Momenteel lijken deze resultaten echter niet te voldoen aan de PASKWIL-criteria.
Een interessant nieuw middel bij ovariumcarcinoom is relacorilant, een selectieve glucocorticoïdreceptorantagonist. Het is tevens een CYP3A4-remmer die potentieel kan zorgen voor een verhoogde taxaanblootstelling. Eerder in The Lancet gepubliceerde resultaten lieten zien dat toevoeging van relacorilant aan nab-paclitaxel leidde tot een significant betere PFS en OS bij platinaresistent ovariumcarcinoom.2 De OS nam toe van 11,5 maanden met nab-paclitaxel tot 16,0 maanden met relacorilant plus nab-paclitaxel (HR 0,69). Deze resultaten voldoen aan de PASKWIL-criteria. Als de EMA en de NVMO-commissie BOM het middel goedkeuren, kan dit een nieuwe behandeloptie worden. Tijdens het ESMO-congres werden resultaten gepresenteerd van een subgroep van patiënten die eerder behandeld waren met een PARP-remmer.3 Ook hierbij verbeterde de PFS (HR 0,56) en was er een trend naar een langere OS, hoewel die data nog niet matuur waren.
In de ICON8B-studie werd bij patiënten met ovariumcarcinoom een schema met driewekelijks carboplatine en dose-dense (wekelijks) paclitaxel plus bevacizumab vergeleken met het standaard driewekelijkse schema met carboplatine, paclitaxel en bevacizumab.4 Een derde arm – waarin gekeken werd naar driewekelijks carboplatine en dose-dense paclitaxel zonder bevacizumab – werd eerder geschrapt, omdat de resultaten vergelijkbaar waren met het standaardregime.5 De resultaten van de huidige analyse, na een mediane follow-up van 72 maanden, lieten zien dat de OS 10,2 maanden langer was met het dose-dense schema (49,8 versus 39,6 maanden, HR 0,79). Hoewel deze resultaten niet voldoen aan de PASKWIL-criteria, betreft het middelen waarvan het patent is verlopen. Bovendien lijkt het wekelijkse schema minder zwaar, ondanks dat patiënten vaker naar de dagbehandeling moeten komen. Er is daarom zeker wat voor te zeggen om het dose-dense schema ook in Nederland als standaard te overwegen.
Referenties
1. Colombo N, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA3.
2. Olawaiye AB, et al. Lancet 2025;405:2205-16.
3. Lorusso D, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA45.
4. Clamp AR, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 1064O.
5. Clamp AR, et al. Lancet 2019;394:2084-95.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en prof. dr. Judith Kroep naast bovenstaande studies ook de ontwikkelingen van antilichaam-geneesmiddelconjugaten bij ovariumcarcinoom en bespreken zij kort immunotherapie bij endometriumcarcinoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts