Perioperatief enfortumab vedotin plus pembrolizumab zorgt voor een significante verbetering van de eventvrije en algehele overleving ten opzichte van alleen chirurgie bij patiënten met spierinvasief blaascarcinoom die niet in aanmerking komen voor chemotherapie op basis van cisplatine. Dat blijkt uit de interimresultaten van de KEYNOTE-905-studie. “Dit vormt mogelijk een nieuwe standaard voor deze populatie met een grote onvervulde klinische behoefte”, zei dr. Christof Vulsteke (Gent, België) tijdens het ESMO Congress 2025.
Bijna de helft van de patiënten met spierinvasief blaascarcinoom (MIBC) komt niet in aanmerking voor de standaard neoadjuvante behandeling met cisplatine. Deze patiënten zijn vaak ouder en kwetsbaarder, met meer comorbiditeiten. De literatuur over deze populatie is beperkt en suggereert dat de uitkomsten met alleen radicale cystectomie en pelviene lymfeklierdissectie (RC + PLKD) slecht zijn. Tijdens het ESMO Congress 2025 presenteerde Christof Vulsteke de eerste interimresultaten van de fase 3-KEYNOTE-905-studie met perioperatief enfortumab vedotin (EV) + pembrolizumab (pembro) en RC + PLKD versus alleen RC + PKLD in deze populatie.1
KEYNOTE-905
In deze studie werden patiënten geïncludeerd met niet-gemetastaseerd MIBC die niet in aanmerking kwamen voor neoadjuvant cisplatine of dit weigerden. In de experimentele arm (n=170) kregen de patiënten drie kuren EV + pembro voorafgaand aan RC + PLKD, gevolgd door adjuvant EV + pembro tot maximaal een jaar. In de controlearm (n=174) ondergingen patiënten alleen RC + PLKD gevolgd door observatie. De eventvrije overleving (EFS) vormde de primaire uitkomstmaat.
De neoadjuvante behandeling had geen invloed op de mogelijkheid voor patiënten om een operatie te ondergaan; het aantal patiënten dat geen operatie onderging was in beide armen vergelijkbaar. De mediane tijd tussen randomisatie en data-cutoff was 25,6 maanden. De gemiddelde leeftijd was 73 jaar, ouder dan in andere MIBC-studies.
Eerste studie met OS-voordeel
Perioperatief EV + pembro resulteerde in een significante verbetering van de EFS, met een niet bereikte mediane EFS versus 15,7 maanden in de controlearm (HR 0,40; p<0,0001). De EFS na twee jaar was 74,7% met EV + pembro en 39,4% in de controlearm. Het EFS-voordeel was vergelijkbaar in alle subgroepen.
De algehele overleving (OS) verbeterde eveneens significant: de mediane OS werd niet bereikt met EV + pembro en was 41,7 maanden in de controlearm (HR 0,50; p=0,0002). “Dit is de eerste studie die een OS-voordeel laat zien in deze populatie”, aldus Vulsteke. De studie liet ook de hoogste pathologisch complete respons zien tot nu toe: 57,1% met EV + pembro versus 8,6% in de controlearm.
“Behandelingsgerelateerde bijwerkingen in de chirurgiefase waren vergelijkbaar tussen beide armen, wat suggereert dat EV + pembro een lage impact heeft op het verslechteren van chirurgische complicaties”, meldde Vulsteke. Het veiligheidsprofiel van EV + pembro was goed te managen en kwam overeen met eerdere ervaringen in de lokaal gevorderde of gemetastaseerde setting.
“Dit is de eerste fase 3-studie die een verbetering van de behandeleffectiviteit laat zien met perioperatieve therapie ten opzichte van chirurgie voor patiënten met MIBC die niet in aanmerking komen voor chemotherapie op basis van cisplatine.”
Referentie
1. Vulsteke C, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2):abstr LBA2.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 3
Commentaar dr. Michiel van der Heijden, internist-oncoloog, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam
Het ESMO-congres heeft dit jaar goed laten zien hoeveel vooruitgang er is geboekt bij blaaskanker, onder meer met combinaties als enfortumab vedotin (EV) plus pembrolizumab. Deze behandeling is in Nederland nog niet beschikbaar in de gemetastaseerde setting, waardoor we voorlopig aangewezen blijven op platinabevattende chemotherapie met gemcitabine, gevolgd door onderhoud met avelumab bij nog fitte patiënten zonder progressie. In dat kader werd een interessante studie gepresenteerd waarin een praktische vraag werd onderzocht: kunnen we bij gevorderd urotheelcarcinoom (UC) volstaan met drie in plaats van zes kuren platinabevattende chemotherapie voorafgaand aan avelumab?1 De primaire uitkomstmaat was de kwaliteit van leven, die beter bleek bij drie kuren dan bij zes. De algehele overleving, ook een primaire uitkomstmaat, was echter identiek in beide groepen. Bovendien konden meer patiënten na drie kuren doorgaan met de onderhoudsbehandeling met avelumab. Hoewel deze bevindingen praktijkveranderend kunnen zijn, moesten patiënten in de avelumab-registratiestudie minimaal vier kuren chemotherapie hebben gehad. Maar er lijkt dus geen reden te zijn om na die vier kuren nog door te gaan met chemotherapie. Het is in elk geval de moeite waard dit met patiënten te bespreken.
Tijdens het ESMO-congres zijn ook de resultaten van de KEYNOTE-905-studie gepresenteerd. Hierin is een perioperatieve behandeling met EV plus pembrolizumab onderzocht bij patiënten met spierinvasieve blaaskanker die niet in aanmerking kwamen voor platinabevattende chemotherapie.2 De studie startte als vergelijking tussen monotherapie met pembrolizumab en directe cystectomie, maar vanwege de veelbelovende resultaten met EV plus pembrolizumab werd deze combinatie aan de studie toegevoegd en de monotherapie-arm gestopt. Het is jammer dat daardoor geen resultaten van pembrolizumab-monotherapie beschikbaar zijn, want nu wordt een heel krachtige combinatie vergeleken met alleen cystectomie. Toch waren de uitkomsten indrukwekkend: de pathologisch complete respons was 55% met EV plus pembrolizumab tegenover 8,6% met alleen cystectomie. Ook de eventvrije overleving (EFS) was duidelijk beter, met een HR van 0,4. De EFS in de controlearm was lager dan ik op voorhand zou hebben verwacht. Momenteel lopen er nog studies waarin EV plus pembrolizumab wordt vergeleken met cisplatinebevattende chemotherapie. De resultaten daarvan zullen helpen om een volledig beeld te krijgen en de plaats van deze combinatie in de Nederlandse praktijk beter te bepalen.
Daarnaast was er aandacht voor een antilichaam-geneesmiddelconjugaat gericht op HER2-overexpressie, een relevant aangrijpingspunt bij blaaskanker. In een Chinese studie werd een eerstelijnsbehandeling met disitamab vedotin (DV) plus toripalimab vergeleken met chemotherapie bij gevorderd UC.3 De opzet en resultaten leken sterk op die van de EV-302-studie: DV plus toripalimab verbeterde de algehele overleving, met een indrukwekkende HR van 0,54. DV en toripalimab zijn in Europa echter niet beschikbaar en daarbij zien we de resultaten van dit soort studies ook graag bevestigd in een meer Westerse populatie. Een dergelijke studie loopt al, met pembrolizumab in plaats van toripalimab.
Tot slot is in de IMvigor011-studie gekeken naar adjuvante therapie met atezolizumab bij hoog-risico, spierinvasieve blaaskanker, met gebruik van circulerend tumor (ct)-DNA-bepalingen.4 Een eerdere adjuvante studie met atezolizumab, de IMvigor010, was negatief, al bleek toen in een exploratieve analyse dat ctDNA-positieve patiënten wel baat hadden bij atezolizumab.5 Die bevinding is nu prospectief onderzocht in de IMvigor011. ctDNA-positieve patiënten werden gerandomiseerd naar atezolizumab of placebo. De behandeling met atezolizumab verbeterde zowel de ziektevrije overleving als de OS. ctDNA-tests lijken daarmee veelbelovend in de adjuvante setting: ze kunnen helpen onnodige behandelingen te vermijden, wat zowel de patiënt als de zorgkosten ten goede komt. In de Verenigde Staten worden ctDNA-tests al breed toegepast, in Europa nog nauwelijks.
Referenties
1. Grande Pulido E, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA109.
2. Vulsteke C, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA2.
3. Guo J, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA7.
4. Powles T, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA8.
5. Bellmunt J, et al. Lancet Oncol 2021;22:525-37.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en dr. Michiel van der Heijden naast bovenstaande studies ook de ALBAN- en POTOMAC-studie naar de toevoeging van immunotherapie aan BCG bij hoog-risico, niet-spierinvasieve blaaskanker. Ook gaan zij kort in op de ontwikkelingen bij peniskanker. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts