Hoogleraar Longchirurgie prof. dr. Koen Hartemink (Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden) werkt onder meer aan preventie en vroegdetectie van longkanker. Hij wil zich toeleggen op verbetering van zorg bij alle tumorstadia van longkanker en de multidisciplinaire samenwerking hierbij versterken. Op 17 oktober jl. sprak hij zijn oratie uit, waarin hij tal van ambities en wensen aanstipte.
Koen Hartemink had nooit de ambitie om hoogleraar te worden, wel wilde hij graag naast zijn werk als longchirurg voldoende tijd kunnen besteden aan wetenschappelijk onderzoek. Zijn ambitie om onderzoek te doen viel zodanig op dat hij vanuit het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) te Leiden de vraag kreeg of hij een leerstoel Longchirurgie wilde gaan bekleden. Zo werd hij vanaf 1 oktober 2024, namens het Nederlands Kanker Instituut (NKI), benoemd tot bijzonder hoogleraar Longchirurgie aan de Universiteit Leiden. Op 17 oktober 2025 hield hij zijn inaugurele rede.
“Door mijn benoeming heb ik meer mogelijkheden gekregen om onderzoek te doen. Ik ben daarnaast meer betrokken bij diverse projecten om de zorg te verbeteren. Denk aan de ontwikkeling van richtlijnen, het opzetten van longkankerscreening en verschillende studie-initiatieven. Dat sluit aan bij mijn ambitie om de zorg rondom longkanker en mediastinale tumoren – mijn voornaamste aandachtsgebieden – naar een hoger plan te brengen.”
Zijn leerstoel Longchirurgie is de eerste in Nederland binnen het vakgebied chirurgie. Als hoogleraar heeft Hartemink een heel lijstje met ambities en wensen om de zorg voor patiënten met longkanker in Nederland te verbeteren.
Vapen
Een eerste onderwerp dat Hartemink aanstipt is preventie. “Verbetering van de zorg voor longkanker begint met het voorkomen hiervan. Belangrijk is voorlichting over roken en vapen aan jongeren. Door het promoten van vapes met allerlei verleidelijke smaakjes en kleurtjes, die via socialemediaplatforms nog steeds makkelijk zijn te verkrijgen, wil de tabaksindustrie op sluwe wijze jongeren aan het roken krijgen. Bijna 70% van de vapende jongeren stapt na verloop van tijd over op tabaksigaretten, al dan niet in combinatie met vapen. In vapes zit een hoge concentratie nicotine, die sterk verslavend is en hersenschade kan geven. Daarnaast bevatten vapes allerlei andere stoffen die schadelijk zijn. Veel jongeren, ouders en docenten beseffen de gevaren van vapen niet. Daarom geef ik hierover les op basis- en middelbare scholen.”
Screening
Daarnaast wil Hartemink inzetten op verbetering van vroegdiagnostiek en detectie van longkanker. “Bij het stellen van de diagnose longkanker heeft de helft van de patiënten uitzaaiingen naar andere organen en is een lokale behandeling met een operatie in principe geen optie. Een kwart heeft een stadium III-tumor, vaak met uitzaaiingen naar de lymfeklieren. Bij hen had de chirurg, tot recent, slechts een beperkte rol in de behandeling. Bij het resterende kwart – ziektestadium I of II – wordt doorgaans in opzet curatieve chirurgie ingezet. Van belang is dus om kanker tijdig te detecteren. Screening kan hierbij helpen en wordt onderzocht, bijvoorbeeld in de 4-IN-THE-LUNG-RUN-studie, een Europese studie die vanuit Nederland wordt gecoördineerd. Hierin worden rokers en ex-rokers tussen 60 en 79 jaar met een CT-scan gescreend. Daarnaast is er het SOLACE-project, een groot internationaal collectief dat onderzoekt of, en zo ja hoe, screeningsprogramma’s in Europa ingevoerd kunnen worden. Tevens ben ik betrokken bij een werkgroep van de NVALT die de implementatie van longkankerscreening in Nederland onderzoekt.”
Behandelstrategieën
Welke combinatie van behandelingen bij een patiënt het beste werkt, is een ander onderzoeksterrein waarop Hartemink wil inzetten. “Er zijn allerlei behandelstrategieën mogelijk. Wat is de optimale combinatie van chemotherapie, immunotherapie, bestraling en operatie bij de behandeling van longkanker? Moet je immunotherapie voor of na de operatie geven? Of is het én voor én na? Wat is de positie van chemotherapie hierbij? Diverse onderzoeken hiernaar lopen of zijn al afgerond. Drie studies die we zelf hebben opgezet zijn de ESLUNG, UPLAN en de NEOpredict Lung. Dé vraag in dergelijke studies is: wat is de beste strategie bij een individuele patiënt? Verder wil ik de verbetering van operatietechnieken onderzoeken. Bijvoorbeeld door het maken van preoperatieve 3D-modellen in de voorbereiding van een operatie en de toepassing van peroperatieve navigatie. Zo kan de tumor nog preciezer worden weggenomen, met zo weinig mogelijk schade aan het omliggende weefsel.”
TIL-behandeling
Ook behandeling op maat bij gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom heeft de aandacht van Hartemink. “Welke tumorkarakteristieken zijn er? Welke vormen een aangrijpingspunt voor een behandeling. Wij doen onderzoek naar celtherapie met tumor-infiltrerende lymfocyten (TIL’s). Hierbij wordt tumormateriaal uit het lichaam gehaald, waaruit TIL’s worden geïsoleerd en opgekweekt om ze vervolgens terug te geven aan de patiënt. Dit onderzoek is ooit gestart bij melanomen, waarbij TIL-behandeling effectief kan zijn. Ook bij uitgezaaide longtumoren lijkt deze behandelstrategie een rol te kunnen spelen. Dat onderzoeken we momenteel in meerdere nationale en internationale studies.”
Opgeven is een optie
Naast betere behandelingen wil Hartemink ook meer aandacht voor de mens: zowel voor de werknemers in de zorg als voor de patiënten. “Ik pleit voor meer – financiële – waardering voor onze werknemers in het verpleegkundige domein, zoals verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten. Ook moeten zij meer doorgroeimogelijkheden binnen het ziekenhuis krijgen. Tijdens de coronacrisis stond iedereen voor hen te klappen, maar uiteindelijk gaf de toenmalige regering hun geen hoger salaris. Daarnaast is meer oog voor de wensen van patiënten nodig. Als artsen zijn we geneigd om maar door te behandelen. Ik heb respect voor de strijdlust van patiënten tegen hun ziekte, maar opgeven is soms wél een optie. We moeten ook respect hebben voor patiënten die zeggen: ‘Het is genoeg geweest voor mij’. Patiënten zijn vaak zelf al verder in het loslaten van hun leven dan hun naasten en de betrokken behandelaars beseffen. Ze moeten waardig afscheid kunnen nemen, waarbij er aandacht is voor hun wensen.”
Stress
Hartemink geeft aan dat ook meer aandacht nodig is voor een betere balans tussen draagkracht en draaglast bij artsen, in het bijzonder chirurgen. “Het werk als chirurg kan veel stress geven. Die stress neem je soms ook mee naar huis. Als wij een fout maken bij een operatie, kan dat direct ernstige gevolgen hebben. Het aantal schadeclaims in Nederland lijkt te groeien. Het gevolg hiervan kan zijn dat we terughoudend worden in het uitvoeren van risicovolle behandelingen en hoog-complexe operaties. Meer aandacht voor werkstress in relatie tot de draaglast is nodig. Onze draagkracht kan groter worden als er meer ruimte komt voor onze wensen en ambities en datgene wat ons energie geeft.”
Samenwerking
Tot slot roept Hartemink zijn collega’s en andere zorgverleners op vooral de samenwerking te zoeken. “Zowel op het gebied van de klinische zorg als het wetenschappelijk onderzoek. Dat is essentieel voor verbetering van de longkankerzorg. Het gebeurt nog te vaak dat mensen op hun eigen eilandje blijven werken, zonder hun kennis en interessante onderzoeksideeën met anderen te delen. Samenwerken is inspirerend; het openstaan voor elkaars inzichten en kennis en het delen hiervan versterkt je eigen lerende vermogen.”
Drs. Marc de Leeuw, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 6