Wat begon als onderzoek naar het zichtbaar maken van tumorweefsel tijdens operaties, leidde tot technieken waarmee ook nieuwe geneesmiddelen in het lichaam zichtbaar gemaakt kunnen worden. Prof. dr. Go van Dam, oprichter en CEO van de contract-research-organisatie TRACER, vertelt wat dat bedrijf toevoegt in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.
Tot 2018 werkte Go van Dam als hoogleraar en oncologisch chirurg bij het UMC Groningen. Sindsdien leidt hij het bedrijf TRACER, een contract-research-organisatie (CRO) gericht op de vroege fase van geneesmiddelontwikkeling. Door in zogenoemd fase 0-onderzoek gelabelde geneesmiddelen in microdoses toe te dienen aan patiënten, kan precies worden vastgesteld waar het medicijn wel en niet belandt.
Het begon met een medisch-technisch probleem in de operatiekamer, vertelt Van Dam. “Tijdens een operatie kan soms microscopisch tumorweefsel onbedoeld achterblijven. Dat leidt tot heroperaties, extra bestraling en vaak een lastigere follow-up, met een hoger risico op terugkeer van de tumor en een verminderde overleving.” Het idee ontstond om een methode te ontwikkelen om kankercellen tijdens de operatie direct te identificeren en zo de operatie grondiger te maken. Een van de onderzochte methodes was fluorescentie.
Tumorweefsel zichtbaar maken
In het kader van dit onderzoek wilde Van Dam zo’n tien jaar geleden tumorweefsel in beeld brengen door de targeted angiogeneseremmer bevacizumab fluorescent te labelen. “De fabrikant had er geen vertrouwen in dat dit zou slagen, maar desondanks markeerden wij off-label aangeschaft bevacizumab met een fluorescerend label.” Het werkte wel degelijk. “Sterker nog: we konden tijdens de operatie tumorweefsel oplichten en bij uitgenomen weefsel tot op celniveau zien waar het antilichaam zich ophoopte.” Inmiddels zijn FDA-goedgekeurde fluorescente tracers voor onder meer eierstokkanker en borstkanker al routinematig in gebruik in de kliniek.
Start van TRACER
Het onderzoek wekte ook de interesse van de farmaceutische industrie. “Farmaceuten willen graag weten of een middel zijn doelwit bereikt en waar eventuele bijwerkingen vandaan komen. En wij konden tot op celniveau volgen waar het geneesmiddel heen ging en waar niet.” Zo ontstond het idee dat labelen van medicijnen ook een rol kon spelen in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Dit was het begin van TRACER.
Hoewel het idee in academische context ontstond, werd al snel duidelijk dat de uitvoering binnen een universitaire setting lastig was. “De academie is bij uitstek geschikt voor innovatie, terwijl TRACER als onafhankelijk bedrijf commerciële valorisatie als primaire taak heeft.” Van Dam richtte daarom samen met Ari Aminetzah, business developer die eerder bij Crucell had gewerkt, TRACER op in 2018. Vanaf dat moment werd hij van chirurg fulltime ondernemer. “Het was geen gemakkelijke beslissing”, zegt hij. “Ik heb vijftien jaar lang met veel plezier geopereerd, maar merkte dat de combinatie met mijn onderzoekswerk steeds moeilijker werd. Als chirurg kun je veel betekenen voor de individuele patiënt, wat enorm van waarde is, maar volledige toewijding vereist. In de medicijnontwikkeling kan ik voor patiënten als groep van betekenis zijn en op grote schaal impact maken.”
Onderzoek met microdoses
TRACER richt zich op microdosing, het toedienen van zulke lage doses van een medicijn dat het risico voor studiedeelnemers zeer laag is. Daardoor kan na minimale preklinische onderzoeken al onderzoek met patiënten uitgevoerd worden. Inmiddels is dit type onderzoek waarbij met een microdosering, of andere zeer lage dosering, onderzoek gedaan mag worden, vastgelegd door de International Council for Harmonisation of Technical Requirements for Pharmaceuticals for Human Use (ICH) in het document ‘M3 Non-clinical safety studies for the conduct of human clinical trials for pharmaceuticals’.
Om bruikbare data uit zulk microdoseringsonderzoek te halen, voert TRACER studies uit met gelabelde geneesmiddelen. Voor ondiepe detectie in weefsel of biopten zijn fluorescente tracers de aangewezen optie; voor alle andere toepassingen werkt men met radionucliden. De klinische beeldvorming met PET/SPECT-imaging geeft inzicht in de verdeling van het middel in het lichaam zonder dat het al therapeutisch werkt.
“Door dosimetrie-calculaties los te laten op de data kun je berekenen hoeveel medicijn er bij het toedienen van een therapeutische dosis terechtkomt in het doelweefsel, zoals een tumor, of off-target, zoals in organen of ander weefsel”, zegt Van Dam. “De voordelen zijn groot: als een potentieel geneesmiddel niet op de juiste plek belandt, kun je dat proberen te verbeteren vóórdat je begint met kostbare fase 1- t/m 3-studies, of eventueel zelfs het hele traject vroegtijdig afblazen. De studies kunnen bevestigen of de juiste keuze tussen varianten van medicijnen – zogenoemde lead en backup compounds – of biologicals is gemaakt. Ook kan uit de microdosingstudies blijken bij welke patiënten het middel wel of niet zijn target bereikt, zodat je selectiever patiënten kunt includeren in fase 1 t/m 3.”
Patiëntenparticipatie
Van Dam merkt dat patiënten in Nederland graag willen bijdragen aan dit soort studies. “Mensen zijn vaak erg betrokken en bereid om mee te denken, mits het goed wordt uitgelegd. We voeren dit soort studies altijd uit in overleg met de behandelend artsen en met oog voor de situatie van de patiënt.” Het ethische afwegingskader staat daarbij altijd als eerste centraal. “We vragen patiënten alleen deel te nemen als we denken dat het voor hen verantwoord is. Dat betekent: geen negatieve invloed op de behandeling, prognose of levenskwaliteit, minimale belasting en een duidelijk doel.”
Meer dan een uitvoerende partij
Het onderzoek van TRACER vindt plaats in samenwerking met faciliteiten om nucleaire of fluorescerende tracers te produceren, nieuwe medicijnen te labellen en toe te dienen. Dit zijn onder meer academische en perifere centra. TRACER ontwerpt de studie samen met de sponsor en de onderzoekers in de ziekenhuizen, stuurt het proces aan, verzorgt de projectcoördinatie, het medisch-ethische dossier en de dataverzameling. “We hebben een team van specialisten, onder andere radiochemici, moleculair biologen, arts-onderzoekers, projectmanagers, en werken nauw samen met alle betrokken partijen. We denken mee over de opzet van het onderzoek, over wat zinvol is om te meten, en hoe de patiëntengroep gekozen moet worden. Dat doen we niet alleen voor bedrijven, maar ook voor academische onderzoekers.”
Commercie én academie
Van Dams overstap van de academie naar de commerciële sector heeft overigens niet overal tot gejuich geleid. “Er leeft soms het idee dat commercie en wetenschap niet samengaan. Terwijl we allemaal uiteindelijk hetzelfde doel hebben: betere zorg voor patiënten. Het helpt als je elkaar leert kennen, samenwerkt en laat zien dat belangen ook gedeeld kunnen worden.” Langzaam ziet hij die houding wel veranderen. “We werken nu in meerdere consortia met academische centra. Mensen zien dat we zorgvuldig omgaan met patiënten, ethiek en data, en dat we de belangen van patiënten, instituten, artsen en promovendi altijd vooropstellen. Dat geeft vertrouwen. De koudwatervrees verdwijnt als onderzoekers merken dat onze inzet helpt om sneller resultaten te boeken in een veilige en vertrouwde samenwerking.”
Dr. Diana de Veld, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 5