Monotherapie met imlunestrant geeft een klinisch betekenisvolle verbetering van de algehele overleving versus standaard endocriene therapie bij patiënten met ER-positieve/HER2-negatieve, gevorderde borstkanker en een ESR1-mutatie. Dit blijkt uit de geüpdatete resultaten van de fase 3-EMBER-3-studie. “Ook zagen we een trend naar een betere algehele overleving met imlunestrant plus abemaciclib versus imlunestrant alleen bij alle geïncludeerde patiënten”, zei dr. Komal Jhaveri (New York, Verenigde Staten), die deze resultaten tijdens de SABCS 2025 presenteerde.
In de fase 3-EMBER3-studie werden patiënten geïncludeerd met ER-positieve/HER2-negatieve (ER+/HER2-), gevorderde borstkanker met een recidief of progressie na een behandeling met een aromataseremmer (met of zonder CDK4/6-remmer). Zij werden 1:1:1 gerandomiseerd naar imlunestrant-monotherapie (n=331), standaard endocriene therapie (fulvestrant of exemestaan, n=330) of imlunestrant plus abemaciclib (n=213). De primaire uitkomstmaten waren de progressievrije overleving (PFS) met: 1) imlunestrant versus de standaardbehandeling bij patiënten met een ESR1-mutatie, 2) imlunestrant versus de standaardbehandeling bij alle patiënten en 3) imlunestrant plus abemaciclib versus imlunestrant bij alle patiënten. Een eerdere analyse van deze studie toonde een significant betere PFS met zowel imlunestrant versus standaard endocriene therapie bij patiënten met een ESR1-mutatie, als imlunestrant plus abemaciclib versus imlunestrant alleen bij alle patiënten.1 Komal Jhaveri presenteerde de resultaten van de interimanalyse van de algehele overleving (OS) na veertien maanden extra follow-up.2
PFS-voordeel behouden
Na een mediane follow-up van nu 28,5 maanden bleef het PFS-voordeel met imlunestrant versus standaardtherapie behouden bij patiënten met een ESR1-mutatie, zei Jhaveri. “De mediane PFS was 5,5 maanden met imlunestrant versus 3,8 met de standaardbehandeling (0,62; 95% BI 0,47-0,82; p=0,0007). Na twaalf maanden waren bijna vier keer zoveel patiënten vrij van progressie met imlunestrant (26%) als met standaard endocriene therapie (7%).” De resultaten wat betreft de OS bij patiënten met een ESR1-mutatie waren 50% matuur, liet Jhaveri verder zien. De mediane OS was 34,5 maanden met imlunestrant versus 23,1 maanden met de standaardbehandeling (HR 0,60; 95% BI 0,43-0,86). De p-waarde van 0,0043 kwam echter niet voorbij de vooraf gestelde drempelwaarde voor significantie. Ten opzichte van de standaardtherapie stelde een behandeling met imlunestrant de noodzaak voor chemotherapie bij patiënten met een ESR1-mutatie met 5,4 maanden uit (HR 0,66; 95% BI 0,48-0,92).
Overlevingscurves gaan uit elkaar
De PFS met imlunestrant plus abemaciclib bij alle patiënten was 10,9 maanden, versus 5,5 maanden met imlunestrant alleen (HR 0,59; 95% BI 0,47-0,74; nominale p <0,0001). Ook in verschillende subgroepen, waaronder de subgroep van patiënten die behandeld waren met een CDK4/6-remmer, patiënten met een ESR1-mutatie, patiënten met of zonder alteraties in de PI3K-pathway en de subgroep van patiënten met zowel een ESR1-mutatie als een alteratie in de PI3K-pathway, bleef het PFS-voordeel van imlunestrant plus abemaciclib behouden.
De OS-data betreffende imlunestrant plus abemaciclib waren 33% matuur, zei Jhaveri. “Na 24 maanden lopen de overlevingscurves uit elkaar, waarbij de mediane OS nog niet behaald was met de combinatie versus 34,4 maanden met imlunestrant-monotherapie (HR 0,82; 95% BI 0,59-1,16; p=0,2622).
Het objectieve responspercentage was numeriek hoger met imlunestrant versus de standaardbehandeling en verdubbelde met de toevoeging van abemaciclib, ongeacht de ESR1-mutatiestatus. Ook na deze langere follow-up kwamen de veiligheidsprofielen overeen met de bekende profielen van imlunestrant en abemaciclib.
Jhaveri concludeerde: “Imlunestrant, als monotherapie of in combinatie met abemaciclib, is een orale, chemotherapievrije optie voor patiënten met ER+/HER2-, gevorderde borstkanker en progressie op endocriene therapie.” Deze geüpdatete resultaten van de EMBER-3-studie zijn gelijktijdig met de presentatie tijdens de SABCS gepubliceerd in Annals of Oncology.3
Referenties
1. Jhaveri K, et al. N Engl J Med 2025;392:1189-202.
2. Jhaveri K, et al. SABCS 2025; abstr GS3-08.
3. Jhaveri K, et al. Ann Oncol 2025; DOI: 10.1016/j.annonc.2025.11.018.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2026 vol 11 nummer 1
Commentaar prof. dr. Vivianne Tjan-Heijnen, internist-oncoloog, Maastricht UMC+, en prof. dr. Agnes Jager, internist-oncoloog, Erasmus MC, Rotterdam
Tijdens de SABCS werd een flink aantal studies gepresenteerd rond behandelopties na CDK4/6-remmers bij HR-positieve, HER2-negatieve (HR+/HER2-) borstkanker. Zo is in de EMBER-3-studie gekeken naar de meerwaarde van de orale selectieve oestrogeenreceptor-degrader (SERD) imlunestrant bij patiënten met HR+/HER2-, gevorderde borstkanker.1 Zij werden gerandomiseerd naar imlunestrant-monotherapie, standaardbehandeling met fulvestrant of exemestaan, of imlunestrant in combinatie met abemaciclib. 65% van de geïncludeerde patiënten had progressie na een aromataseremmer en een CDK4/6-remmer. Tijdens de SABCS werd een update van de EMBER-3 gepresenteerd met een mediane follow-up van 28,5 maanden. Voor de groep patiënten met een ESR1-mutatie was de winst in progressievrije overleving (PFS) met imlunestrant versus standaardtherapie met 1,7 maanden beperkt te noemen (mediaan 5,5 versus 3,8 maanden; HR 0,62). Dit voldoet niet aan de PASKWIL-criteria. De resultaten betreffende de algehele overleving (OS), die voor de helft matuur waren, lieten daarentegen bij patiënten met een ESR1-mutatie een winst zien van 11 maanden in het voordeel van imlunestrant versus standaardtherapie (HR 0,6); een vergelijkbaar 40% relatief voordeel en met elf maanden overlevingswinst ook in absoluut opzicht de moeite waard. Interessant was ook dat de combinatie van imlunestrant plus abemaciclib goede resultaten gaf, met een mediane PFS van 10,9 maanden versus 5,5 maanden met de standaardbehandeling fulvestrant/exemestaan (HR 0,59). Deze resultaten voldoen aan de PASKWIL-criteria. Dit betrof zowel patiënten met als zonder een ESR1-mutatie.
Er werden meerdere studies gepresenteerd (evERA, ELEVATE, VIKTORIA-1, EPIK-B5) waarin (nieuwe orale) SERD’s werden gebruikt in combinatie met CDK4/6-remmers, everolimus, alpelisib, capivasertib of gedatolisib. Voor de toekomst zou dit kunnen resulteren in een situatie waarin we patiënten met sterk hormoontherapiegevoelige tumoren zonder ESR1-mutatie en een relatief lage ziektelast kunnen behandelen met fulvestrant-monotherapie, patiënten met meer ziektelast en een ESR1-mutatie behandelen met een van de nieuwe orale SERD’s en patiënten met agressieve ziekte na een CDK4/6-remmer de combinatie van een SERD met opnieuw een CDK4/6-remmer of met een PIK3CA/AKT1/mTOR-remmer geven. Hoe relatief lage ziektelast en agressieve ziekte gedefinieerd moeten worden, zal onderdeel zijn van onderzoek. Het is dan ook belangrijk om al deze patiënten te includeren in het binnenkort van start gaande Dutch Breast Cancer Cohort (DBCC), zodat vervolgonderzoek ons meer richting kan geven.
In de ASCENT-07-studie is sacituzumab govitecan (SG) vergeleken met standaard chemotherapie bij HR+/HER2-, gemetastaseerde borstkanker.2 SG bleek niet van meerwaarde te zijn. De mediane PFS was 8,3 maanden in beide studiegroepen. Dit gaat ons beleid voor eerstelijnschemotherapie na endocriene therapie dus voorlopig niet veranderen.
Vervolgens is in de lidERA-studie de orale SERD giredestrant in de adjuvante setting ingezet bij vroeg-stadium, HR+/HER2- borstkanker.3 De invasieve-ziektevrije overleving (iDFS), de primaire uitkomstmaat van de studie, was beter met giredestrant dan met klassieke endocriene therapie (HR 0,7). Bij de driejaars-iDFS-vrije overleving werd een absoluut verschil gezien van 2,7% in het voordeel van giredestrant. Dit is een kleine winst, na een mediane follow-up van slechts 32 maanden. Het is dus belangrijk na te gaan hoe dit er op lange termijn uit gaat zien.
Referenties
1. Jhaveri K, et al. SABCS 2025; abstr GS3-08.
2. Jhaveri K, et al. SABCS 2025; abstr GS1-09.
3. Bardia A, et al. SABCS 2025; abstr GS1-10.
In een podcast bespreken prof. dr. Vivianne Tjan-Heijnen en prof. dr. Agnes Jager naast bovenstaande studies bij HR+/HER2- borstkanker ook de Ambre-studie en de NSABP B-42-studie. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts.