De toevoeging van palbociclib aan onderhoudsbehandeling met trastuzumab met of zonder pertuzumab in combinatie met endocriene therapie is geassocieerd met een lagere incidentie van hersenmetastasen bij patiënten met hormoonreceptor-positieve, HER2-positieve, gemetastaseerde borstkanker. Deze resultaten van de gerandomiseerde fase 3-PATINA-studie werden tijdens de SABCS 2025 gepresenteerd door dr. Otto Metzger (Boston, Verenigde Staten).
In de gerandomiseerde, open-label fase 3-PATINA-studie wordt de uitkomst onderzocht van de toevoeging van palbociclib aan onderhoudsbehandeling met trastuzumab met of zonder pertuzumab in combinatie met endocriene therapie bij patiënten met hormoonreceptor-positieve, HER2-positieve, gemetastaseerde borstkanker (HR+/HER2+ mBC). Uit voorlopige resultaten bleek dat deze toevoeging geassocieerd was met een significante verbetering van de progressievrije overleving, de primaire uitkomstmaat van de studie.1
Omdat tot 50% van de patiënten met HER2+ mBC tijdens het verloop van hun ziekte hersenmetastasen ontwikkelt, onderzocht men in een vooraf gespecificeerde secundaire analyse van PATINA de ontwikkeling van metastasen in het centrale zenuwstelsel (CNS).2
Lager risico
Uit de secundaire analyse van PATINA blijkt dat bij aanvang van de behandeling elf van de 261 (4,2%) patiënten in de palbociclibarm en negen van de 257 (3,5%) patiënten in de controlearm CNS-metastasen hadden. “In de gehele populatie bleek dat de toevoeging van palbociclib aan de onderhoudsbehandeling na 36 maanden geassocieerd was met een significant lager cumulatief risico op CNS-progressie of overlijden: 13,8 versus 20,4% (p=0,0404)”, aldus Otto Metzger. In de palbociclib- en controlearm was dit cumulatieve risico respectievelijk 5,2 en 7,5% na twaalf maanden en 10,1 en 17,0% na vierentwintig maanden.
Aanvullende bevindingen
Ook bij patiënten die op baseline nog geen CNS-metastasen hadden was de palbociclib-bevattende onderhoudsbehandeling versus de controlebehandeling geassocieerd met een significant lager cumulatief risico op CNS-progressie of overlijden: 13,0 versus 19,2% (p=0,0378). Verder hadden in de palbociclib- en controlearm respectievelijk 39 en 52 patiënten CNS-progressie of overlijden als eerste event.
“Deze bevindingen suggereren dat palbociclib de CNS-betrokkenheid vertraagt en/of voorkomt bij patiënten met HR+/HER2+ mBC en rechtvaardigen de validatie in opvolgende studies”, besloot Metzger.
Referenties
1. Metzger O, et al. SABCS 2024; abstr GS2-12.
2. Metzger O, et al. SABCS 2025; abstr RF4-01.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer