Adjuvante behandeling met de nieuwe oestrogeenreceptorantagonist giredestrant is vergeleken met standaard endocriene therapie geassocieerd met een significant betere invasieve-ziektevrije overleving bij patiënten met oestrogeenreceptor-positieve, HER2-negatieve vroeg-stadiumborstkanker. Daarnaast hadden beide therapieën een vergelijkbaar toxiciteitsprofiel. Deze resultaten van de fase 3-lidERA Breast Cancer-studie werden tijdens de SABCS 2025 gepresenteerd door prof. dr. Aditya Bardia (Los Angeles, Verenigde Staten).
Ondanks de curatieve intentie heeft vijf jaar na endocriene therapie ongeveer een kwart van de patiënten met hormoonreceptor-positieve, HER2-negatieve (HER2-), stadium II- tot III-borstkanker een recidief.1,2
Giredestrant is een volgende-generatie selectieve oestrogeenreceptor (ER)-antagonist en afbreker die ontwikkeld is om de ligandafhankelijke en -onafhankelijke signalering van de ER te blokkeren.3 In de wereldwijde, open-label, gerandomiseerde fase 3-lidERA Breast Cancer-studie wordt de uitkomst onderzocht van adjuvante therapie met giredestrant versus standaard endocriene therapie bij patiënten met ER+/HER2- stadium I-III-borstkanker. De primaire uitkomstmaat is de invasieve-ziektevrije overleving (iDFS).
Betere iDFS
“De studie bereikte zijn primaire uitkomstmaat doordat giredestrant (n=2.084) vergeleken met endocriene therapie (n=2.086) geassocieerd was met een statistisch significante en klinisch relevante verbetering van de iDFS (HR 0,70; 95% BI 0,57-0,87; p=0,0014).4 Dit iDFS-voordeel van giredestrant was consistent aanwezig in de belangrijkste, vooraf gedefinieerde subgroepen, waaronder die op basis van regio, menopauzale status en stadium. Bij patiënten met stadium II- en III-borstkanker was de HR respectievelijk 0,58 en 0,74”, zei Aditya Bardia. In de relatief kleine subgroep met patiënten met stadium I-borstkanker (n=537) was de HR 0,89 en het 95% BI 0,42-1,90.
Verder was giredestrant vergeleken met endocriene therapie geassocieerd met een betere recidief-op-afstandvrije overleving (HR 0,69; 95% BI 0,54-0,89). Hoewel de resultaten van de algehele overleving (OS) nog immatuur waren, was er een trend waarneembaar in de richting van een OS-voordeel van giredestrant.
Vergelijkbare toxiciteit
“Over het algemeen was de incidentie van bijwerkingen, inclusief die van graad 3 of 4, vergelijkbaar in beide behandelingsarmen. Wel was het aantal patiënten met bijwerkingen met een fatale afloop lager in de giredestrantarm dan in de arm die endocriene therapie kreeg: zes (0,3%) versus zestien (0,8%). Ook was het aantal patiënten met bijwerkingen die leidden tot het stoppen met de behandeling lager in de giredestrantarm dan in de endocriene-therapie-arm: 110 (5,3%) versus 171 (8,2%)”, aldus Bardia. In beide studiearmen waren de meest voorkomende bijwerkingen gewrichtspijn (46,5% in de giredestrantarm versus 45,3% in de endocriene-therapie-arm), opvliegers (27,1 versus 28,5%) en hoofdpijn (15,2 versus 13,1%).
Referenties
1. Sheffield KM, et al. Future Oncol 2022;18:2667-82.
2. O'Shaughnessy J, et al. Breast 2025;81:104437.
3. Liang J, et al. J Med Chem 2021;64:11841-56.
4. Bardia A, et al. SABCS 2025: abstr GS1-10.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2026 vol 11 nummer 1
Commentaar prof. dr. Vivianne Tjan-Heijnen, internist-oncoloog, Maastricht UMC+, en prof. dr. Agnes Jager, internist-oncoloog, Erasmus MC, Rotterdam
Tijdens de SABCS werd een flink aantal studies gepresenteerd rond behandelopties na CDK4/6-remmers bij HR-positieve, HER2-negatieve (HR+/HER2-) borstkanker. Zo is in de EMBER-3-studie gekeken naar de meerwaarde van de orale selectieve oestrogeenreceptor-degrader (SERD) imlunestrant bij patiënten met HR+/HER2-, gevorderde borstkanker.1 Zij werden gerandomiseerd naar imlunestrant-monotherapie, standaardbehandeling met fulvestrant of exemestaan, of imlunestrant in combinatie met abemaciclib. 65% van de geïncludeerde patiënten had progressie na een aromataseremmer en een CDK4/6-remmer. Tijdens de SABCS werd een update van de EMBER-3 gepresenteerd met een mediane follow-up van 28,5 maanden. Voor de groep patiënten met een ESR1-mutatie was de winst in progressievrije overleving (PFS) met imlunestrant versus standaardtherapie met 1,7 maanden beperkt te noemen (mediaan 5,5 versus 3,8 maanden; HR 0,62). Dit voldoet niet aan de PASKWIL-criteria. De resultaten betreffende de algehele overleving (OS), die voor de helft matuur waren, lieten daarentegen bij patiënten met een ESR1-mutatie een winst zien van 11 maanden in het voordeel van imlunestrant versus standaardtherapie (HR 0,6); een vergelijkbaar 40% relatief voordeel en met elf maanden overlevingswinst ook in absoluut opzicht de moeite waard. Interessant was ook dat de combinatie van imlunestrant plus abemaciclib goede resultaten gaf, met een mediane PFS van 10,9 maanden versus 5,5 maanden met de standaardbehandeling fulvestrant/exemestaan (HR 0,59). Deze resultaten voldoen aan de PASKWIL-criteria. Dit betrof zowel patiënten met als zonder een ESR1-mutatie.
Er werden meerdere studies gepresenteerd (evERA, ELEVATE, VIKTORIA-1, EPIK-B5) waarin (nieuwe orale) SERD’s werden gebruikt in combinatie met CDK4/6-remmers, everolimus, alpelisib, capivasertib of gedatolisib. Voor de toekomst zou dit kunnen resulteren in een situatie waarin we patiënten met sterk hormoontherapiegevoelige tumoren zonder ESR1-mutatie en een relatief lage ziektelast kunnen behandelen met fulvestrant-monotherapie, patiënten met meer ziektelast en een ESR1-mutatie behandelen met een van de nieuwe orale SERD’s en patiënten met agressieve ziekte na een CDK4/6-remmer de combinatie van een SERD met opnieuw een CDK4/6-remmer of met een PIK3CA/AKT1/mTOR-remmer geven. Hoe relatief lage ziektelast en agressieve ziekte gedefinieerd moeten worden, zal onderdeel zijn van onderzoek. Het is dan ook belangrijk om al deze patiënten te includeren in het binnenkort van start gaande Dutch Breast Cancer Cohort (DBCC), zodat vervolgonderzoek ons meer richting kan geven.
In de ASCENT-07-studie is sacituzumab govitecan (SG) vergeleken met standaard chemotherapie bij HR+/HER2-, gemetastaseerde borstkanker.2 SG bleek niet van meerwaarde te zijn. De mediane PFS was 8,3 maanden in beide studiegroepen. Dit gaat ons beleid voor eerstelijnschemotherapie na endocriene therapie dus voorlopig niet veranderen.
Vervolgens is in de lidERA-studie de orale SERD giredestrant in de adjuvante setting ingezet bij vroeg-stadium, HR+/HER2- borstkanker.3 De invasieve-ziektevrije overleving (iDFS), de primaire uitkomstmaat van de studie, was beter met giredestrant dan met klassieke endocriene therapie (HR 0,7). Bij de driejaars-iDFS-vrije overleving werd een absoluut verschil gezien van 2,7% in het voordeel van giredestrant. Dit is een kleine winst, na een mediane follow-up van slechts 32 maanden. Het is dus belangrijk na te gaan hoe dit er op lange termijn uit gaat zien.
Referenties
1. Jhaveri K, et al. SABCS 2025; abstr GS3-08.
2. Jhaveri K, et al. SABCS 2025; abstr GS1-09.
3. Bardia A, et al. SABCS 2025; abstr GS1-10.
In een podcast bespreken prof. dr. Vivianne Tjan-Heijnen en prof. dr. Agnes Jager naast bovenstaande studies bij HR+/HER2- borstkanker ook de Ambre-studie en de NSABP B-42-studie. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts.