Bij eerder behandelde patiënten met ER-positieve, HER2-negatieve, gevorderde borstkanker is het voordeel van giredestrant plus everolimus versus endocriene therapie plus everolimus op de progressievrije overleving onafhankelijk van de PIK3CA-, AKT1- en PTEN-mutatiestatus en van de duur van een voorgaande behandeling met CDK4/6-remmers. Deze resultaten van een verkennende subgroepanalyse van de fase 3-evERA BC-studie werden tijdens de SABCS 2025 gepresenteerd door prof. dr. Hope Rugo (Duarte, Verenigde Staten).
In de gerandomiseerde fase 3-evERA BC-studie worden de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van de oestrogeenreceptor (ER)-antagonist en afbreker giredestrant plus everolimus versus standaard endocriene therapie plus everolimus bij patiënten met progressieve, ER-positieve, HER2-negatieve, gevorderde borstkanker na een voorgaande behandeling met endocriene therapie plus een CDK4/6-remmer.
Uit eerder gepresenteerde resultaten van deze studie bleek dat giredestrant plus everolimus vergeleken met de controlebehandeling geassocieerd was met een significant betere door de onderzoeker beoordeelde progressievrije overleving (INV-PFS) bij patiënten met een ESR1-mutatie en bij patiënten in de intention-to-treat (ITT)-populatie.1 Het veiligheidsprofiel van giredestrant plus everolimus was hanteerbaar en vergelijkbaar met dat van de controlebehandeling. De huidige resultaten zijn afkomstig van een vooraf gespecificeerde, verkennende subgroepanalyse van evERA BC.2
Consistent voordeel
Bij patiënten met een ESR1-mutatie was het objectieve responspercentage (ORR) 26,6% in de giredestrant-arm versus 13,8% in de controlearm en de mediane responsduur (DoR) 14,88 versus 7,33 maanden. In de ITT-populaties was de ORR in deze armen 23,8 versus 11,7% en de DoR 12,71 versus 7,72 maanden. Vergelijkbare resultaten werden gevonden bij patiënten zonder ESR1-mutatie.
“In de populatie met een ESR1-mutatie was het INV-PFS-voordeel van giredestrant plus everolimus onafhankelijk van de aanwezigheid van aanvullende genetische afwijkingen in PIK3CA, AKT1 of PTEN. Bij patiënten die wel een van deze afwijkingen hadden, was de mediane INV-PFS 10,15 maanden in de giredestrant-arm vergeleken met 5,55 maanden in de controlearm (HR 0,45; 95% BI 0,27-0,76). Bij patiënten die geen afwijking in PIK3CA, AKT1 of PTEN hadden was de INV-PFS in deze armen respectievelijk 9,99 en 5,45 maanden (HR 0,41; 95% BI 0,26-0,63)”, vertelde Hope Rugo. Ook in de ITT-populatie was het INV-PFS-voordeel van giredestrant plus everolimus onafhankelijk van de aanwezigheid van genetische afwijkingen in PIK3CA, AKT1 of PTEN.
CDK4/6-remming
Verder bleek het INV-PFS-voordeel van giredestrant plus everolimus ook onafhankelijk te zijn van de duur van de eerdere behandeling met een CDK4/6-remmer. Rugo: “Bij patiënten met een ESR1-mutatie die twaalf maanden of langer met een CDK4/6-remmer werden behandeld, was de mediane INV-PFS 10,32 maanden in de giredestrant-arm vergeleken met 5,55 maanden in de controlearm (HR 0,42; 95% BI 0,29-0,61). Bij patiënten die korter dan twaalf maanden een CDK4/6-remmer kregen, was het verschil in mediane INV-PFS nog iets groter: 7,49 maanden met giredestrant plus everolimus versus 3,17 maanden met standaard endocriene therapie plus everolimus (HR 0,33; 95% BI 0,16-0,70). In de ITT-populatie werden vergelijkbare resultaten gevonden.”
Referenties
1. Mayer E, et al. Ann Oncol 2025;36(Suppl_2):S1676-1677.
2. Rugo HS, et al. SABCS 2025: abstr GS3-09.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2026 vol 11 nummer 1