Sacituzumab govitecan geeft een aanhoudende en betekenisvolle verbetering van de kwaliteit van leven ten opzichte van chemotherapie bij patiënten met nog onbehandelde, gevorderde, triple-negatieve borstkanker die niet in aanmerking komen voor immuuncheckpointremmers. Dit blijkt uit verkennende analyses van patiëntgerapporteerde uitkomstmaten van de ASCENT-03-studie. Dr. Kevin Punie (Antwerpen, België) presenteerde deze resultaten tijdens de SABCS 2025. “De hogere incidentie van gastro-intestinale bijwerkingen met sacituzumab govitecan had geen nadelige invloed op de algehele kwaliteit van leven.”
In de ASCENT-03-studie werden 558 patiënten met gevorderde, triple-negatieve borstkanker (TNBC) die niet in aanmerking kwamen voor een behandeling met immuuncheckpointremmers, 1:1 gerandomiseerd naar een eerstelijnsbehandeling met sacituzumab govitecan (SG) of chemotherapie. SG gaf hierbij een significant betere progressievrije overleving (PFS) dan chemotherapie.1 Kevin Punie presenteerde de resultaten van de kwaliteit van leven van patiënten in de ASCENT-03-studie, gemeten met de EORTC Core Quality of Life Questionnaire (QLQ-C30).2 “Vanwege de hiërarchische opzet voor het analyseren van de uitkomstmaten van deze studie, konden we de kwaliteit van leven alleen op een verkennende manier evalueren”, zei hij.
Veel voltooide vragenlijsten
De secundaire uitkomstmaten voor kwaliteit van leven waren de verandering in fysiek functioneren tussen baseline en week 25 en de tijd tot eerste verslechtering van vermoeidheid. Verkennende uitkomstmaten waren de verandering tussen baseline en week 25 in domeinen van de EORTC-QLQ-C30 zonder fysiek functioneren, tijd tot eerste verslechtering (zonder vermoeidheid), tijd tot bevestigde verslechtering en tijd tot eerste verbetering.
De vragenlijst werd afgenomen op baseline, voor aanvang van elke behandelcyclus en aan het einde van de behandeling. “Het aantal patiënten dat de vragenlijsten op alle tijdspunten voltooide was hoog: meer dan 80% in beide studiegroepen”, gaf Punie aan.
Stabiel fysiek functioneren
Wat betreft de verandering in fysiek functioneren, toonde Punie dat het fysiek functioneren stabiel bleef bij patiënten die behandeld werden met SG, terwijl de patiënten die chemotherapie kregen een significante verslechtering lieten zien. “De least square mean difference was 6,9 in het voordeel van SG.” De tijd tot eerste verslechtering van vermoeidheid was vergelijkbaar tussen beide groepen, evenals de tijd tot bevestigde verslechtering van vermoeidheid. De gemiddelde verandering tussen baseline en week 25 voor rolfunctioneren, algemene gezondheidsstatus, en pijn, vermoeidheid en dyspneu bleken in het voordeel van SG. De scores voor diarree waren in het voordeel van chemotherapie.
De tijd tot eerste verslechtering van functionele en symptoomdomeinen was redelijk gebalanceerd tussen beide behandelgroepen. Voor deze uitkomstmaat waren de scores voor dyspneu in het voordeel van SG, terwijl de scores voor misselijkheid/overgeven en diarree in het voordeel waren van chemotherapie. “Deze bevindingen komen overeen met het bekende veiligheidsprofiel van SG, maar hadden geen impact op de algehele kwaliteit van leven.”
“Deze resultaten vullen het klinisch betekenisvolle PFS-voordeel van SG volgens mij mooi aan en ondersteunen SG als mogelijke nieuwe standaardbehandeling voor patiënten met onbehandeld, gevorderd TNBC die niet in aanmerking komen voor een immuuncheckpointremmer”, besloot Punie.
Referenties
1. Cortés J, et al. N Engl J Med 2025;393:1912-25.
2. Punie K, et al. SABCS 2025; abstr RF6-05.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist