Vooruitgang in de diagnostiek en behandeling van het mammacarcinoom heeft de overleving van borstkankerpatiënten aanzienlijk verbeterd. Hoewel het lokale recidiefrisico laag is, neemt door vergrijzing en verbeterde overleving het absolute aantal patiënten met een locoregionaal recidief toe. Arts-onderzoeker drs. Lisca Wurfbain en radiotherapeut-oncoloog dr. Desirée van den Bongard (beiden Amsterdam UMC Cancer Center Amsterdam) doen onderzoek naar manieren om de herbestraling van een locoregionaal recidief te optimaliseren en meer gerichte en gepersonaliseerde behandelstrategieën mogelijk te maken, (late) bijwerkingen te verminderen en zo de kwaliteit van leven na behandeling verder te optimaliseren.
Door vooruitgang in de diagnostiek en behandeling wordt de overleving van borstkankerpatiënten verbeterd. De meeste patiënten worden behandeld met borstsparende therapie, bestaande uit borstsparende chirurgie gevolgd door radiotherapie. Hoewel het lokale recidiefrisico laag is (0,5 tot 1% per jaar), neemt door vergrijzing en verbeterde overleving het absolute aantal patiënten met een locoregionaal recidief (LRR) toe. Een LRR vereist een multidisciplinaire aanpak die gebaseerd is op verschillende prognostische risicofactoren en eerdere behandelingen.1
Volgens de richtlijn is de standaardbehandeling van een LRR na eerdere borstsparende therapie een salvage mastectomie of een lokale excisie na eerdere mastectomie. De afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor de optie van een tweede borstsparende therapie. Hiermee kan een mastectomie worden vermeden en kan de kwaliteit van leven geoptimaliseerd worden. Recente studies tonen aan dat dit haalbaar is voor bepaalde patiënten. De regionale behandeling van een recidief in de lymfeklieren bestaat uit axillaire radiotherapie en/of lymfeklierdissectie.1
Laag-risico gerecidiveerde borstkanker
“De aanbevolen behandeling van een LRR is mede afhankelijk van het recidiefrisico van de patiënt”, licht Lisca Wurfbain verder toe. Laag-risicokenmerken zijn een leeftijd ≥50 jaar, tumorgrootte ≤2 cm, oestrogeen-positief, HER2-negatief, lymfeklier-negatief (cN0) en een tijdsinterval tussen de primaire borstkanker en het LRR ≥2 jaar. De aanbevolen behandeling voor een LRR bij laag-risicotumoren is een salvage mastectomie, maar eerdere studies tonen veelbelovende resultaten van een tweede borstsparende operatie met herbestraling in vijf tot 23 sessies als alternatief. “Hierop is onze REPEAT-studie gebaseerd”, legt Wurfbain uit.
“Met de REPEAT-studie willen we de haalbaarheid van een eenmalige, hoge dosis preoperatieve partiële borstbestraling gevolgd door borstsparende chirurgie onderzoeken bij patiënten met laag-risico gerecidiveerde borstkanker na eerdere borstsparende therapie.2 De haalbaarheid gaan we evalueren op basis van het optreden van acute toxiciteit (graad 2 of hoger) binnen negentig dagen na behandeling. We volgen deelnemers tot vijf jaar na de behandeling. Dit onderzoek loopt momenteel in Amsterdam UMC en het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven. Binnenkort gaan het Radboudumc te Nijmegen en UMC Groningen ook deelnemen.”
Hoog-risico gerecidiveerde borstkanker
“Voor patiënten met hoog-risico gerecidiveerde borstkanker zijn er andere behandelopties”, voegt Desirée van den Bongard toe. “Patiënten met een LRR met hoog-risicokenmerken hebben een indicatie voor postoperatieve (her)bestraling om de locoregionale controle en ziektevrije overleving te verbeteren. Hoog-risicokenmerken zijn onder andere grotere tumoren, triple-negatieve borstkanker, lymfeklier-positief en met een tijdsinterval tussen de primaire borstkanker en het LRR <2 jaar. Vroeger waren dit soort recidieftumoren niet operabel en tot 2010 bestond er geen neoadjuvante systeemtherapie. Primaire herbestraling met hyperthermie was de standaardzorg bij deze niet-resectabele tumoren.”
Hyperthermie
Hyperthermie wordt gebruikt om de therapeutische werkzaamheid van herbestraling te verhogen. Van den Bongard: “In 2010 werd preoperatieve systemische therapie geïntroduceerd, wat resulteerde in meer resectabele tumoren. Hierdoor verschoof de indicatie van primaire naar postoperatieve herbestraling met/zonder hyperthermie. Daarnaast zijn de radiotherapieschema’s in de afgelopen decennia verkort en is de totale stralingsdosis verlaagd, waardoor er meer ruimte is voor hogere herbestralingsdoses. Deze ontwikkeling heeft ertoe geleid dat verschillende centra hierdoor bij sommige hoog-risicorecidieven geen hyperthermie meer toepassen.”
In Nederland zijn er drie hyperthermiecentra (Amsterdam UMC, Erasmus MC te Rotterdam en Instituut Verbeeten te Tilburg). Wurfbain: “We zien binnen Nederland best wat variatie in de praktijk in de behandeling van postoperatieve herbestraling met/zonder hyperthermie.” Van den Bongard vult aan: “We zien geregeld dat gekozen wordt voor herbestraling met of zonder hyperthermie op basis van praktische of logistieke redenen, bijvoorbeeld hoe eenvoudig hyperthermie beschikbaar en bereikbaar is.” Wurfbain: “Ook bleek er veel variatie te zijn in de hyperthermiebehandeling zelf, qua duur en temperatuur. Een prachtige bijvangst van onze RT-HYPE-studie naar de toxiciteit en kwaliteit van leven met/zonder hyperthermie is dat de hyperthermiebehandeling in Nederland is geharmoniseerd. Door de studie op te zetten is iedereen uniform gaan behandelen. Zowel patiënten in de studie als alle patiënten die in aanmerking komen voor hyperthermie hebben hier voordeel van.”
RT-HYPE
In de RT-HYPE-studie die Wurfbain en Van den Bongard opgezet hebben, worden de toxiciteit, kwaliteit van leven en oncologische uitkomsten onderzocht bij patiënten met hoog-risico LRR-borstkanker die zijn behandeld met postoperatieve herbestraling met of zonder hyperthermie.3 De studie bestaat uit drie delen:
Belang van verder onderzoek
“Er zijn weinig tot geen prospectieve onderzoeken gedaan naar de terugkeer van borstkanker en welke behandeloptie de beste uitkomst geeft”, benadrukt Wurfbain de relevantie van de door Amsterdam UMC opgezette studies REPEAT en RT-HYPE. “Met deze studies komen we een flinke stap verder in de optimalisatie van de behandelopties bij gerecidiveerd mammacarcinoom. Van de RT-HYPE hopen we te leren wat de winst is van het wel of niet toevoegen van hyperthermie aan de herbestraling én kunnen we patiënten beter informeren over wat hen te wachten staat qua bijwerkingen en een stukje toekomstperspectief.”
Wurfbain en Van den Bongard concluderen: “De REPEAT- en RT-HYPE-studies vormen een belangrijke vooruitgang in de behandeling van gerecidiveerde borstkanker. Door verschillende risicoprofielen en behandelstrategieën te onderzoeken, kunnen deze studies bijdragen aan de ontwikkeling van gepersonaliseerde behandelprotocollen die de overleving verbeteren en de kwaliteit van leven optimaliseren voor patiënten met gerecidiveerde borstkanker.”
Voor meer informatie over of deelname aan de REPEAT- of RT-HYPE-studie kunt u mailen naar:
l.f.wurfbain@amsterdamumc.nl
Referenties
1. Richtlijn Borstkanker. Te raadplegen via richtlijnendatabase.nl/richtlijn/borstkanker/startpagina_-_borstkanker.html
2. Preoperative Partial Breast Reirradiation and Repeat Breast-conserving Surgery in Patients With Recurrent Breast Cancer: the REPEAT Trial (REPEAT). Te raadplegen via clinicaltrials.gov/study/NCT06640881
3. Postoperative Re-irradiaTion with and without HYPERthermia: Toxicity, quality of life and survival in patients with locoregional recurrent breast cancer (RT-HYPE). Te raadplegen via https://www.boogstudycenter.nl/studies/studie-overzicht/rt-hype/
Dr. Judith Cohen, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 5