Het Leiden Bio Science Park, gelegen naast het Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden, is een van de plaatsen in Nederland waar veel onderzoek naar kanker plaatsvindt. Onder de bedrijven met een focus op medische biotechnologie zijn er diverse die werken aan innovatieve methoden om de diagnostiek en behandeling van kankerpatiënten te verbeteren. Oncologie Up-to-date sprak met een aantal van deze bedrijven over hoe hun producten de oncologische praktijk mogelijk zullen beïnvloeden.
Een van de meest psychisch belastende oncologische complicaties – haarverlies als gevolg van chemotherapie – kan mogelijk binnen enkele jaren beter worden bestreden. Het bedrijf Vasodynamics ontwikkelt producten die voorkomen dat snel delende weefsels schade oplopen als gevolg van een oncologische behandeling. Naast aan een middel tegen haarverlies, werkt Vasodynamics onder meer aan een mondspoeling die het mondslijmvlies beschermt. De eerste studies hiermee waren zodanig positief dat er inmiddels gesprekken zijn met de EMA en de FDA om een wereldwijde multicenterstudie op te zetten met als doel de behandeling te registreren.
CEO Fiona Li vertelt vanuit Engeland, waar het hoofdkantoor is gevestigd, dat radiotherapeuten die de mondspoeling onderzochten, meldden dat zij voor het eerst meemaakten dat bestraalde patiënten gedurende de gehele behandelperiode fish and chips konden eten. “Tot nu toe hebben we zeer goede klinische resultaten behaald bij patiënten met hoofd-halskanker die radiotherapie met of zonder chemotherapie ondergaan. Het product, een mondspoeling van een paar minuten voorafgaand aan de behandeling, zorgde ervoor dat zij slechts zeer lichte klachten hadden, zonder ernstige zweren van het mondslijmvlies.”
Hetzelfde molecuul dat in de mondspoeling zit, dat leidt tot tijdelijke vasoconstrictie en hypoxie en zodoende het kortstondig stilleggen van stamcellen, wordt ook onderzocht als preventieve behandeling voor haarverlies als gevolg van chemotherapie, huidtoxiciteit bij radiotherapie en beschadiging van het maag-darmkanaal.
Li vertelt dat het bedrijf nog maar sinds kort aanwezig is op het Bio Science Park, en ziet veel mogelijkheden voor een vruchtbare samenwerking met andere bedrijven. “Er is een schat aan expertise op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling en aanverwante gebieden, zoals regelgeving, en we hopen met deze experts samen te werken om onze innovatie vooruit te helpen. Het ziekenhuis dat direct naast het Bio Science Park ligt, zou wel eens onze partner kunnen worden voor de volgende klinische studies. Hopelijk kan deze samenwerking ook helpen om onze communicatie met patiëntengroepen uit te breiden en het marktonderzoek te ondersteunen. Ik ben ook enthousiast over de samenwerking bij het ontwerpen van geschikte applicatieapparaten voor het aanbrengen van ons product op verschillende soorten oppervlakken, zoals de hoofdhuid.”
Voorspellen effectiviteit oncologische medicatie kan kwaliteit van leven verbeteren
Het kunnen voorspellen of een antikankerbehandeling bij een individuele patiënt een effect zal hebben, is van grote waarde. Het bedrijf VitroScan ontwikkelde een techniek om vers tumorweefsel bloot te stellen aan diverse soorten medicatie, waarna met een nauwkeurige analyse de (on)gevoeligheid van de tumorcellen kan worden vastgesteld.
CEO Willemijn Vader van VitroScan legt uit hoe de methode in zijn werk gaat. “Nadat we vers tumorweefsel van de patiënt hebben ontvangen in ons laboratorium, wordt het tumormateriaal verdeeld in een assayplaat met 384 wells en stellen we het direct bloot aan verschillende geneesmiddelen.” We laten de tumorclusters uit het weefsel en immuuncellen zoveel mogelijk intact om de natuurlijke situatie na te bootsen. Vader: “Na een aantal dagen fixeren en kleuren we het weefsel en maken er beelden van. De plaatjes digitaliseren we om een 3D-reconstructie van de tumor en immuuncellen te verkrijgen. Daarmee kunnen we het effect van de geneesmiddelen nauwkeurig meten. Bijvoorbeeld de gemiddelde grootte van de tumorclusters, of dat het meer of minder invasief groeit en of er apoptose is, maar ook of het immuunsysteem geactiveerd wordt. Door meer dan 100 morfologische eigenschappen uit te lezen, kunnen we voorspellen hoe een patiënt met het betreffende type kanker gaat reageren op een therapie.”
Het door VitroScan ontwikkelde platform is inmiddels succesvol getest bij patiënten met ovariumcarcinoom. In een studie bij patiënten die werden behandeld met carboplatine/paclitaxel was er een sterke correlatie tussen de uitkomsten van de test en de klinische uitkomsten.1 In het onderzoek werden de testresultaten nog niet gebruikt om de behandeling te sturen, maar dat is de volgende stap in het onderzoek, vertelt Vader. “We hebben bij KWF Kankerbestrijding een subsidieaanvraag gedaan voor een studie om patiënten te randomiseren tussen standaardzorg en een groep waarbij de behandelend arts de resultaten van de test beschikbaar heeft en deze mee kan wegen bij het nemen van een behandelbeslissing.”
Het op basis van functionele data beslissen over een behandeling kan op verschillende manieren de zorg voor kankerpatiënten verbeteren, stelt Vader. “Voor veel oncologische behandelingen, waaronder chemo- en immunotherapie, zijn er geen goede biomarkers. Daardoor worden veel patiënten eigenlijk op een trial-and-error manier behandeld.” Ook kan met een goede voorspelling worden voorkomen dat patiënten een niet-werkzame behandeling krijgen. Dat kan bijvoorbeeld bij patiënten in de gevorderde setting onnodige toxiciteit voorkomen. Vader: “Als je weet dat een tumor niet meer gevoelig is voor therapie, kunnen patiënt en behandelaar er ook voor kiezen om niet te behandelen met bijvoorbeeld chemotherapie. Dan kunnen patiënten hun tijd anders doorbrengen dan met ziekenhuisbezoeken. We weten dat veel patiënten in deze fase de kwaliteit van leven belangrijker vinden dan de levensduur.2 En als die patiënten geen onnodig traject met chemokuren ondergaan, met bijkomende bijwerkingen, is dat niet alleen goed voor de kwaliteit van leven, maar waarschijnlijk ook kostenefficiënt.”
Voordat de test beschikbaar is voor patiënten, moeten nog een aantal hordes worden genomen. Vader: “Het huidige registratiesysteem is met name ingericht om nieuwe medicijnen te beoordelen en niet voor diagnostiek. Hoewel daarmee misschien wel een veel grotere impact te verwachten is. Er is nu in Nederland een route voor next-generation sequencing bij primaire tumor onbekend, maar dat is er maar één en deze heeft alleen betrekking op moleculaire diagnostiek. Het is dus echt pionieren.”
Ook Vader ziet belangrijke voordelen van werken op het Leiden Bio Science Park. “We zijn een spin-out van een bedrijf dat is opgezet vanuit het Leiden Academic Centre for Drug Research (LACDR), daarom zitten we hier. Een groot voordeel van het Leiden Bio Science Park is dat er op het park veel bedrijven en instellingen werken met geavanceerde celtechnologie. Er is op dit gebied dus veel kennis en expertise. Ook werken we veel samen met het LUMC, niet alleen op het gebied van ovariumcarcinoom, maar ook op andere indicaties zoals baarmoederhalskanker, alvleesklierkanker en darmkanker. Op het gebied van biotech in de gezondheidszorg is Leiden het belangrijkste sciencepark in Nederland en maakt het deel uit van de top drie in Europa.”
Referenties
1. Koedoot E, et al. NPJ Precis Oncol 2025;9:306.
2. Doneer je ervaring. Te raadplegen via doneerjeervaring.nl/peilingen/jouw-behandeling-tegen-kanker-wat-vind-jij-belangrijk
Drs. Twan van Venrooij, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 6
Eli Lilly bouwt nieuwe geneesmiddelenfabriek
Het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Eli Lilly maakte recent bekend dat het 2,6 miljard euro investeert in de bouw van een nieuwe geneesmiddelenfabriek op het Leiden Bioscience Park. In de fabriek, waar naar verwachting ongeveer 500 mensen komen te werken, zullen allerlei medicijnen worden geproduceerd, onder meer voor diabetes, obesitas, hart- en vaatziekten en oncologische en neurologische aandoeningen. In totaal gaat het om 70.000 vierkante meter aan gebouwen. Algemeen directeur van Eli Lilly Nederland Marco Frenken vertelde aan de NOS dat is gekozen voor het Leiden Bioscience Park vanwege de goede infrastructuur – met de nabijheid van de Rotterdamse haven en Schiphol – en de beschikbaarheid van hoogopgeleide arbeidskrachten. Ook speelt de nabijheid van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) in Amsterdam een rol bij de keuze voor Nederland. Het is echter nog niet volledig zeker of de fabriek er daadwerkelijk komt, omdat nog niet alle vergunningen zijn afgegeven.