Oncologisch gynaecoloog dr. Adriaan Logmans is sinds zijn pensionering met vaste regelmaat drie weken te vinden in Zimbabwe. Daar werkt hij als ‘filantropisch gynaecoloog’ samen met zijn vrouw die verpleegkundige is en verloskundige was in het Mbuma Mission Hospital. “Er wordt tegen mij minder opgekeken dan tegen een specialist uit de grote stad.”
Eigenlijk stond Adriaan Logmans een kleine veertig jaar geleden al klaar om als arts af te reizen naar Afrika. “Na mijn afstuderen als arts in 1985 en een jaar onderzoek doen zocht ik naar een opleidingsplaats tot gynaecoloog of chirurg. Die was er niet. Als alternatief klopte ik aan bij een Schotse christelijke instelling met de vraag of ik in een van hun missieziekenhuizen in Afrika aan de slag kon gaan. Ik was amper aangenomen of ik ontving alsnog een positief antwoord op een oude sollicitatie in Antwerpen voor de opleiding tot gynaecoloog. Ze snapten in Schotland wel dat ik daar de voorkeur aan gaf. ‘Na je opleiding ben je alsnog van harte welkom’, meldden ze me.” Dat liep toch anders en er volgde een loopbaan van zo’n 35 jaar als gynaecoloog-oncoloog in respectievelijk de Daniel den Hoedkliniek en Zuiderziekenhuis in Rotterdam, en de ziekenhuizen in Goes, Vlissingen, Gent en Leuven.
“Een paar jaar geleden kwam mijn pensioen in zicht en begon het weer te kriebelen. Ik nam – verwijzend naar mijn sollicitatie uit 1987 – contact op met de mensen in Schotland en – lang verhaal kort – werk sindsdien samen met mijn vrouw met een interval van tien weken steeds drie weken in het Mbuma Mission Hospital in Zimbabwe.” Leuk detail daarbij: de officiële aanduiding van Logmans’ functie daar is ‘filantropisch gynaecoloog’. “Een vorm van gemakzucht van zowel mijn kant als van de kant van het ziekenhuis”, bekent Logmans. “Als ‘filantropisch gynaecoloog’ kan ik daar aan de slag zonder registratie als gynaecoloog in Zimbabwe. Voorwaarde is wel dat ik niet betaald word voor het werk en dat er verslag wordt gedaan van ons werk.”
Vier uur rijden door het oerwoud
Zoals bekend is Zimbabwe sinds de onafhankelijkheid van het land in 1980 onder het bijna veertig jaar durende bewind van Robert Mugabe afgegleden van ‘graanschuur van Afrika’ naar een land op de rand van de economische afgrond. “Je moet er niet zijn als je carrière wilt maken. Ook veel lokale artsen vertrekken naar Zuid-Afrika of Engeland. Desondanks zie ik goede dingen en veel goede wil om de gezondheidzorg te verbeteren. Zo was ik onder de indruk van een medisch boekwerk dat ik van regeringswege kreeg toen ik aankwam in Mbuma. Dat boek beschrijft in 350 pagina’s alle aandoeningen waarmee ik in dat ziekenhuis geconfronteerd wordt en hoe ze te behandelen. Zeg maar de Zimbabwaanse versie van onze richtlijnendatabase.”
Het ziekenhuis waar Logmans werkt is een zogeheten districtsziekenhuis. Om de situatie te schetsen: de reis ernaartoe vergt na een vlucht via Johannesburg naar Bulawayo, de tweede stad van Zimbabwe, nog vier, vijf uur rijden met een 4-wheeldrive over een lokale weg door het oerwoud. “Het ziekenhuis telt circa tachtig bedden en onze adherentie bedraagt zo’n 100.000 mensen. Die komen van heinde en verre naar ons ziekenhuis; sommigen met een auto, anderen te voet. We staan goed bekend, want we zijn goedkoop en niet corrupt, iets wat niet standaard is in Zimbabwe. Patiënten betalen soms in natura: een kip voor een consult, een geit voor een kleine operatie en een koe voor een grote operatie. Want helemaal gratis, dat kan niet. Iets wat gratis is, kan niet goed zijn, vindt men.”
Iets achterlaten
Uiteraard ziet het werk er in Mbuma heel anders uit dan Logmans in Nederland en België gewend was. “Op de poli zie ik van alles voorbij komen: diabetes, hypertensie, verloskundige controles, veel tuberculose en hiv-besmettingen, veel neurofibromen en mijnwerkerslongen. Mijn speciale aandacht gaat uit naar de oncologie, met name gynaecologische oncologie en het mammacarcinoom. Die patiënten worden altijd ‘opgespaard’ tot ik weer aanwezig ben. De zorg die ik lever, varieert van anderhalvelijnszorg tot derdelijnszorg. Onder dat laatste vallen bijvoorbeeld de operaties bij cervix- en mammacarcinoom.”
Waar Logmans zich daarnaast op richt, is het opstellen en invoeren van protocollen voor de zorg. Bijvoorbeeld een protocol voor de screening en behandeling van cervixcarcinoom: wanneer is het nog zinvol om te opereren, wanneer niet? “Volgens de staf van het ziekenhuis is dat eigenlijk de belangrijkste toegevoegde waarde van mijn aanwezigheid. Door protocollen in te voeren en erop te hameren alle zorg goed te documenteren, hoop ik iets achter te kunnen laten.”
Ouderwetse chemo
Die oncologische zorg wijkt overigens vaak behoorlijk af van de zorg zoals we die in Nederland kennen. “Een voorbeeld: er is zo goed als geen radiotherapie. In Zimbabwe, een land met zeventien miljoen inwoners, staat één bestralingstoestel in Harare en één in Bulawayo. Dat laatste – gedoneerd door een Oostenrijks ziekenhuis – is echter niet in gebruik bij gebrek aan geschoold personeel en up-to-date software. Patiënten met gevorderd cervixcarcinoom kunnen dus geen radiotherapie krijgen. Een duik in de medische literatuur leerde me dat neoadjuvante chemotherapie ervoor zorgt dat een deel van de patiënten geopereerd kan worden. Daarmee verhogen we de kans op overleving van 0% naar 30-40%. En de behandeling is voor Zimbabwaanse begrippen betaalbaar. Want dat is voor de meeste patiënten ook een punt. Er is slechts sporadisch zorgverzekering, waardoor de dure behandelingen in het ziekenhuis in Bulawayo voor de meeste mensen geen optie zijn. Ook bij inoperabel mammacarcinoom geven we vaak ‘ouderwetse’ en dus goedkope vormen van neoadjuvante chemotherapie, waardoor een deel van de patiënten in aanmerking komt voor een operatie. Tamoxifen en aromataseremmers zijn overigens wel voorhanden We bespreken onze lokale protocollen altijd met een panel van Nederlandse en Belgische oncologen. Ik prijs mij gelukkig met zo’n uitgebreid netwerk van collega’s die mee willen denken.”
Waardig en opgewekt
De vraag die natuurlijk niet mag ontbreken is hoe de lokale patiënten aankijken tegen Logmans en de ‘westerse’ geneeskunde. “Ziekte wordt door onze patiënten vaak opgevat als een straf van de voorouders. Dat maakt preventieve geneeskunde lastig. Desondanks lukt het ons vrij aardig mensen te laten meedoen met HPV-vaccinatie en/of screening op cervixcarcinoom. Mensen gaan met klachten vaak eerst naar de lokale ‘toverdokter’. Dat is voor velen de eerstelijnszorg. Ik zou daarom graag afspraken willen maken met de lokale toverdokters. In dit digitale tijdperk – iedereen beschikt over een mobiele telefoon – verdiepen veel patiënten zich in toenemende mate ook in de westerse opvattingen over ziektes. In ieder geval een deel van de patiënten besluit vervolgens naar ons ziekenhuis te komen. En successen verspreiden zich snel via de tamtam.”
Wat de houding van patiënten ten aanzien van hemzelf betreft merkt Logmans op: “Ik heb me erover verbaasd hoe snel ik als één van hen werd beschouwd. Daarbij speelt waarschijnlijk mee dat ik me anders opstel dan de specialisten uit de stad. Zo ging ik ooit op mijn knieën voor een vrouw om de tumor op haar voet te bekijken. Ze wist niet wat ze zag. Ik zei: ‘Dat doen witte dokters altijd zo.’ Een enorme schaterlach volgde en het ijs was gebroken. Ik bemerk sowieso dat patiënten in het missieziekenhuis van Mbuma een indrukwekkende waardigheid over zich hebben. Ondanks alle ellende door vergevorderde oncologische aandoeningen tonen patiënten en personeel een grote mate van opgewektheid.”
Dr. Marten Dooper, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2025 vol 16 nummer 6