Met het combineren van pathologiemarkers en kunstmatige intelligentie kan een laag-risicogroep van patiënten met lokaal gevorderd coloncarcinoom geïdentificeerd worden die een (zeer) goede kankerspecifieke overleving heeft zonder adjuvante chemotherapie. Dit blijkt uit een interimrapportage van een Nederlandse validatiestudie voor deze multimodale risicobepaling, genaamd CAPAI: Combined Analysis of Pathology and Artificial Intelligence. Drs. Marie-Christine Bakker (arts-onderzoeker, UMC Utrecht) presenteerde deze interimrapportage tijdens het ESMO Congress 2025.
Patiënten met lokaal gevorderd coloncarcinoom (LACC; hoog-risico stadium II- (T4) of stadium III-coloncarcinoom) hebben een hoog risico op een recidief. “In de huidige richtlijnen wordt voor deze patiënten een adjuvante behandeling met chemotherapie aanbevolen”, zei Marie-Christine Bakker. “Dit is echter een one size fits all-benadering, waarvan we weten dat van elke tien patiënten die we behandelen met adjuvante chemotherapie er twee daadwerkelijk voordeel van hebben, drie alsnog een recidief ontwikkelen en vijf eigenlijk al genezen zijn met alleen chirurgie. Deze laatste groep stellen we dan ook onnodig bloot aan de risico’s van chemotherapie.” Het is echter op dit moment nog niet mogelijk om van tevoren te bepalen tot welke risicocategorie een patiënt behoort en wie dus daadwerkelijk de chemotherapie nodig heeft. Hiervoor zijn prognostische biomarkers nodig die kijken naar meerdere aspecten van een tumor. Daarom is de Combined Analysis of Pathology and Artificial Intelligence (CAPAI)-tool ontwikkeld. Deze wordt momenteel in de Nederlandse populatie gevalideerd.
DoMore-v1
CAPAI is een klinisch beslismodel, dat onder andere gebruiktmaakt van de AI-biomarker DoMore-v1. DoMore-v1 kan aan de hand van standaard, diagnostische HE-coupes de prognose van patiënten inschatten. CAPAI combineert DoMore-v1 met conventionele pathologische markers (het TNM-stadium en het aantal onderzochte lymfeklieren). “Hiermee kunnen we uiteindelijk patiënten indelen in hoog-, intermediair- of laag-risicogroepen.” In een eerdere ontwikkelings- en validatiestudie gaf CAPAI een HR van 10,7 voor hoog- versus laag-risicopatiënten.1 Bakker: “Maar die studie is gedaan bij LACC-patiënten die adjuvante chemotherapie hadden ontvangen. Het doel van de huidige interimstudie was het bepalen van de prognostische waarde van CAPAI bij LACC-patiënten die niet behandeld waren met adjuvante chemotherapie.”2
Kankerspecifieke overleving
In dit onderzoek werden 453 patiënten geïncludeerd, die een chirurgische resectie voor LACC hadden ondergaan. Zij waren daarna niet behandeld met adjuvante chemotherapie, ondanks dat zij hiervoor een indicatie hadden en hier fit genoeg voor waren. Aangenomen werd dat deze patiënten er zelf voor hadden gekozen om van chemotherapie af te zien. Met behulp van CAPAI werd 47,5% van deze patiënten bestempeld als laag risico, 34,4% als intermediair risico en 18,1% als hoog risico. “Uit de curves voor kankerspecifieke overleving (CSS) bleek dat CAPAI een duidelijk onderscheid maakt tussen de verschillende risicogroepen”, zei Bakker. De driejaars-CSS was 93,7% in de laag-risicogroep, 87,5% in de intermediair-risicogroep en 60,4% in de hoog-risicogroep. “De univariate Cox-regressieanalyse liet een HR van 2,1 zien voor de intermediair- versus laag-risicogroep en een HR van 7,9 voor de hoog- versus laag-risicogroep.”
Bakker concludeerde dat met CAPAI LACC-patiënten succesvol ingedeeld kunnen worden in verschillende prognostische groepen, waarbij bijna de helft van de patiënten werd geïdentificeerd als laag risico, met een driejaars-CSS van 93,7% zonder adjuvante chemotherapie. “Dit is dus een zeer gunstige overleving, ondanks dat patiënten geen adjuvante chemotherapie hebben ondergaan. Om na te gaan of we de adjuvante therapie bij deze patiënten standaard achterwege kunnen laten, is een nationale validatiestudie voor CAPAI aan de gang. Hierbij onderzoeken wij momenteel tevens de waarde van CAPAI in een patiëntengroep die wél de adjuvante chemotherapie heeft ondergaan, om de uitkomsten te kunnen vergelijken en zo de baat van chemotherapie te onderzoeken. Daarnaast wordt een interventiestudie opgezet om de waarde prospectief te valideren”, besloot Bakker.
Referenties
1. Kleppe A, et al. Lancet Oncol 2022;23:1221-32.
2. Bakker M-CE, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 726O.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 3