Uit de resultaten van de gerandomiseerde fase 3-KC-WISE-studie blijkt dat anbenitamab plus chemotherapie versus placebo plus chemotherapie geassocieerd was met een significant betere progressievrije en algehele overleving bij patiënten met HER2-positieve maagkanker of kanker van de gastro-oesofageale overgang die eerder behandeld waren met trastuzumab. Daarnaast had anbenitamab plus chemotherapie een acceptabel veiligheidsprofiel, zo bleek tijdens het ESMO Congress 2025 uit de presentatie van prof. dr. Jianming Xu (Beijing, China).
Anbenitamab is een bispecifiek antilichaam dat aan twee niet-overlappende epitopen op HER2 bindt. Uit klinisch onderzoek bleek dat anbenitamab als monotherapie of in combinatie met chemotherapie geassocieerd is met een veelbelovende werkzaamheid bij patiënten met maagkanker of kanker van de gastro-oesofageale overgang (GC/GEJC).1,2
In de multicenter, gerandomiseerde, dubbelblinde fase 3-KC-WISE-studie wordt de uitkomst vergeleken van anbenitamab en placebo, beide in combinatie met chemotherapie, bij patiënten met HER2-positieve GC/GEJC bij wie eerdere behandeling met trastuzumab faalde. De primaire uitkomstmaten zijn de door een onafhankelijke beoordelingscommissie (IRC) beoordeelde progressievrije overleving (PFS) en algehele overleving (OS).
Betere PFS en OS
Uit de tussentijdse analyse bleek dat anbenitamab plus chemotherapie vergeleken met placebo plus chemotherapie geassocieerd was met een significant betere, door de IRC bepaalde PFS.3 “Na een mediane follow-up van negen maanden was de mediane PFS 7,1 maanden in de anbenitamabgroep versus 2,7 maanden in de controlegroep (HR 0,25; 95% BI 0,17-0,39; p=5,44x10-12). Daarnaast was de toevoeging van anbenitamab aan chemotherapie geassocieerd met een 71% lager risico op overlijden. De mediane OS was 19,6 maanden in de anbenitamabgroep vergeleken met 11,5 maanden in de controlegroep (HR 0,29; 95% BI 0,17-0,50; p=1,56x10-6). Een analyse van vooraf gedefinieerde subgroepen liet zien dat anbenitamab plus chemotherapie versus placebo plus chemotherapie geassocieerd was met een betere PFS in alle belangrijke subgroepen, met een HR die meestal lager was dan 0,5. Hoewel de OS-resultaten nog niet matuur waren, werd in de subgroepen een vergelijkbaar OS-voordeel gezien van anbenitamab plus chemotherapie”, aldus Jianming Xu.
Secundaire uitkomstmaten
Vergeleken met placebo plus chemotherapie was anbenitamab plus chemotherapie ook geassocieerd met een betere uitkomst ten aanzien van de secundaire uitkomstmaten. “Het door de IRC bepaalde objectieve responspercentage was 55,8% in de anbenitamabgroep versus 10,8% in de controlegroep en de mediane responsduur was respectievelijk 8,2 en 2,9 maanden”, vertelde Xu.
Bijwerkingen van graad 3 of hoger kwamen voor bij 60,6% van de patiënten in de anbenitamabgroep en 51,6% van de patiënten in de controlegroep. Wegens bijwerkingen werd de behandeling gestopt bij respectievelijk 10,6 en 3,2% van de patiënten. In de anbenitamabgroep waren de meest voorkomende bijwerkingen: anemie (66,0%), leukopenie (58,5%), neutropenie (52,1%) en diarree (48,9%).
Referenties
1. Xu J, et al. Eur J Cancer 2023;178:1-12.
2. Xu J, et al. Ann Oncol 2024;35:S889.
3. Xu J, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA78.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2025 vol 10 nummer 3
Commentaar prof. dr. Hanneke van Laarhoven, internist-oncoloog, Amsterdam UMC
Voor maag- en slokdarmkanker gaan de ontwikkelingen langzaam, maar gestaag vooruit. Dat bleek bijvoorbeeld uit de MATTERHORN-studie.1 In deze studie werden patiënten met lokaal gevorderde, resectabele maagkanker of kanker van de gastro-oesofageale overgang gerandomiseerd naar een perioperatieve behandeling met durvalumab plus FLOT of placebo plus FLOT. Eerder werd al een hoger percentage pathologisch complete responsen en een betere eventvrije overleving gezien met de combinatie met durvalumab. Nu blijkt ook de algehele overleving (OS) significant beter, met een HR van 0,78 (p=0,021). Het absolute OS-verschil na 36 maanden was 6,7% in het voordeel van durvalumab. Dit is hoger dan de kritische grens van 5% van de PASKWIL-criteria. Na 36 maanden leefde 68,6% van de patiënten nog; dat is echt mooi nieuws. Er zijn wel kanttekeningen: bepaalde subgroepen (vrouwen, patiënten met diffuus carcinoom of patiënten met een N0-status) leken minder te profiteren. Desondanks zijn dit hoopgevende en klinisch relevante resultaten.
Een andere interessante studie tijdens het ESMO-congres was de FORTITUDE-101. Hierin werd bemarituzumab onderzocht bij patiënten met FGFR2b-positieve, HER2-negatieve maagkanker.2 Na positieve fase 2-resultaten waren de verwachtingen hoog. Patiënten werden gerandomiseerd naar bemarituzumab met mFOLFOX6 of placebo met mFOLFOX6. De behandeling in de controlegroep is niet optimaal, omdat we tegenwoordig bij een voldoende hoge combined positive score een immuuncheckpointremmer zouden toevoegen. De eerste resultaten van deze studie waren veelbelovend, met een mediane overleving van 17,9 versus 12,5 maanden (HR 0,61), maar de follow-up was kort. In een beschrijvende analyse met een langere follow-up (19,4 maanden) lagen de cijfers dichter bij elkaar: 14,5 versus 13,2 maanden. Het aanvankelijke positieve effect in FORTITUDE-101 werd mogelijk gedreven door een kleine groep met een hoge FGFR2b-expressie én door vroegtijdige censoring, waardoor deze vroege responders relatief zwaar wogen in de eerste analyses. Bij volledige follow-up kwamen steeds meer events van de hele groep beschikbaar, waardoor het ogenschijnlijke voordeel verwaterde.
Ook was er aandacht voor de SKYSCRAPER-07-studie.3 De standaardbehandeling voor niet-resectabel, gevorderd plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm (ESCC) is definitieve chemoradiatie (dCRT). In deze studie werden patiënten zonder progressie na dCRT gerandomiseerd naar een combinatie van anti-TIGIT plus anti-PD-L1, anti-PD-L1 plus placebo of alleen placebo. De studie was hiërarchisch opgezet, waardoor bij een negatief resultaat voor de vergelijking tussen de combinatie en placebo, alle andere vergelijkingen exploratief van aard waren. Dat bleek erg jammer, want de progressievrije overleving (PFS) was met 20,8 maanden met de combinatie versus 16,6 maanden met placebo niet significant verschillend (HR 0,82). Opvallend genoeg liet anti-PD-L1-monotherapie wél betere resultaten zien, met een PFS van 29,1 maanden en een tweejaars-OS van 69% versus 59%. Immuuncheckpointremming lijkt dus wel zinvol bij ESCC, maar de combinatie met anti-TIGIT was waarschijnlijk te toxisch voor deze kwetsbare patiëntengroep.
In de KC-WISE-studie is onderzocht of na progressie op trastuzumab een volgendelijnsbehandeling met anbenitamab plus chemotherapie zinvol is bij patiënten met HER2-positieve, gemetastaseerde maagkanker of kanker van de gastro-oesofageale overgang.4 De resultaten waren indrukwekkend: de mediane overleving was 19,6 maanden met anbenitamab versus 11,5 maanden met chemotherapie alleen (HR 0,29). Wel weer een kanttekening: de controlegroep kreeg geen trastuzumab deruxtecan, wat internationaal inmiddels wel als standaard wordt beschouwd in deze setting. Daarnaast is het een Chinese studie, waardoor nog moet blijken of de resultaten ook gelden voor niet-Chinese populaties.
Tot slot de Nederlandse PERISCOPE II-studie.5 In deze studie werd onderzocht of een behandeling met gastrectomie en cytoreductieve chirurgie met hypertherme intraperitoneale chemotherapie (HIPEC) voordeel biedt boven alleen systemische therapie bij maagkanker met beperkte peritoneale metastasen. Na inclusie van 101 patiënten adviseerde de data safety monitoring board de studie te stoppen. De mediane overleving was 16,6 maanden in de controlegroep versus 15,7 maanden in de interventiegroep. Een teleurstellend maar belangrijk resultaat, zeker omdat patiënten soms naar het buitenland reizen voor HIPEC. Een interessant punt is mogelijk nog dat patiënten in de interventiegroep relatief weinig chemotherapie hebben gekregen. Daar ligt misschien nog een sleutel voor succes.
Referenties
1. Tabernero J, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA81.
2. Rha SY, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA10.
3. Chau I, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): 2094O.
4. Xu J, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA78.
5. Quik J, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr 2096MO.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en prof. dr. Hanneke van Laarhoven naast bovenstaande studies ook de EDGE-Gastric-studie. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts