Abemaciclib plus endocriene therapie (ET) geeft een statistisch significante en klinisch betekenisvolle verbetering van de algehele overleving (OS) ten opzichte van ET alleen bij patiënten met hoog-risico, hormoonreceptor (HR)-positieve, HER2-negatieve, vroege borstkanker. Dit blijkt uit de primaire OS-analyse van de monarchE-studie. “Met een follow-up van 76 maanden verminderde een behandeling met abemaciclib plus ET het risico op overlijden met 15,8% ten opzichte van ET alleen”, zei dr. Stephen Johnston (Londen, Verenigd Koninkrijk) tijdens het ESMO Congress 2025.
In de monarchE-studie werden 5.637 patiënten met hoog-risico, HR-positieve, HER2-negatieve, klierpositieve, vroege borstkanker geïncludeerd. Zij werden 1:1 gerandomiseerd naar abemaciclib plus ET gedurende twee jaar of ET alleen. In de follow-upperiode kregen patiënten nog drie tot acht jaar ET als dit klinisch geïndiceerd was. De primaire uitkomstmaat was de invasieve-ziektevrije overleving (iDFS). De eerder gepubliceerde vijfjaarsanalyse van de monarchE-studie liet zien dat het toevoegen van abemaciclib aan ET de iDFS significant verbeterde ten opzichte van ET alleen.1 Tevens bleek er een trend naar een betere OS met het toevoegen van abemaciclib. Stephen Johnston presenteerde tijdens het ESMO-congres de primaire OS-analyse na een mediane follow-up van 76 maanden.2
Lager risico op overlijden
“Ten tijde van deze analyse waren 661 patiënten overleden”, zei Johnston. “360 in de ET-groep en 301 in de groep die abemaciclib plus ET ontving. De HR was 0,842 (95% BI 0,722-0,981), met een tweezijdige p-waarde van 0,0273, waarmee de grens voor statistische significantie gehaald werd.” Na zeven jaar was 15,0% van de patiënten in de ET-groep overleden versus 13,2% in de groep die abemaciclib plus ET ontving. “Na een mediane follow-up van 76 maanden vermindert abemaciclib het risico op overlijden met 15,8%”, aldus Johnston. In alle vooraf gespecificeerde subgroepen werd een OS-voordeel gezien. 14,3% van de patiënten die abemaciclib plus ET ontvingen, ontwikkelde gemetastaseerde ziekte of overleed als gevolg van de borstkanker. In de ET-groep gold dit voor 19,9% van de patiënten.
Behandeling voor gemetastaseerde ziekte
Wat betreft de resultaten voor iDFS liet Johnston zien dat het verschil tussen de abemaciclibgroep en de ET-groep toeneemt in de eerste vijf jaar (ten faveure van de abemaciclibgroep), en dat dit verschil aanhoudt tussen jaar vijf en jaar zeven. “Een behandeling met abemaciclib plus ET vermindert het risico op een iDFS-event met 26,6% ten opzichte van ET alleen.” De meeste iDFS-events waren metastasen op afstand.
Voor deze analyse is eveneens gekeken naar het type eerstelijnsbehandeling voor gemetastaseerde ziekte. “We wilden weten of een disbalans in deze behandeling een impact zou kunnen hebben op de gevonden OS-resultaten”, lichtte Johnston toe. “We zagen dat meer patiënten in de abemaciclibgroep chemotherapie kregen bij een recidief op afstand. Daarentegen ontvingen meer patiënten in de ET-groep bij gemetastaseerde ziekte een CDK4/6-remmer. “Dit verschil in gebruik van chemotherapie en CDK4/6-remmers werd vooral gezien bij vroege recidieven; het verschil was minder groot bij de late recidieven. Wij geloven dan ook dat dit de resultaten van deze OS-analyse niet beïnvloed heeft.” Het veiligheidsprofiel met deze lange follow-up was vergelijkbaar tussen beide studiegroepen.
“Abemaciclib is de eerste CDK4/6-remmer die een statistisch significante verbetering van de OS laat zien bij patiënten met hoog-risico, HR-positieve, HER2-negatieve, klierpositieve, vroege borstkanker”, concludeerde Johnston. De resultaten van deze analyse zijn op de dag van de presentatie tevens gepubliceerd in Annals of Oncology.3
Referenties
1. Rastogi P, et al. J Clin Oncol 2024;42:987-993.
2. Johnston S, et al. Ann Oncol 2025;36(suppl_2): abstr LBA13.
3. Johnston S, et al. Ann Oncol 2025; DOI: 10.1016/j.annonc.2025.10.005.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist